HUWELIJKSVIERINGEN

VERWELKOMING DOOR DE PRIESTER  1

 

N en N,

Wij zijn blij jullie welkom te mogen heten

in het huis van de Heer.

Op een dag als vandaag gaat er eigenlijk te veel in jullie om :

gespannen afwachten, hoop en verwachtingen,

blijheid en feestvreugde, ...

en ook een beetje weemoed.

Er is een lach en een traan, een lied en een woord,

een handdruk en een kus, ... duizend kleine dingen

gebundeld tot een kring van licht en warmte,

waarin jullie een ogenblik mogen vertoeven

met het gevoel dat God jullie toelacht.

Beste ouders, familie en vrienden,

van harte welkom op deze huwelijksviering.

Het is fijn dat we hier vandaag allen zijn samen­gekomen

om in deze viering God te danken

en Hem te vragen mee te gaan

op de nieuwe levensweg van N en N

opdat hun liefde dag na dag mag groeien en dieper worden.

 

 

VERWELKOMING DOOR DE PRIESTER  2

 

N en N, van harte welkom in onze kerk.

Wij wensen u geluk nu u bereid bent,

om als man en vrouw elkaar lief te hebben,

voor elkaar te zorgen, alle vreugde en pijn met elkaar te delen,

handen en harten in elkaar te leggen.

Wij zijn blij, samen met u

God dank te zeggen in deze Eucharistie

en Hem te vragen uw beider hand nooit meer los te laten.

 

 

VERWELKOMING DOOR DE PRIESTER  3

 

Als je iemand ontmoet die naar je luistert en je begrijpt,

iemand waar je op rekenen kan

en die zonder grote woorden je zorgen, vreugde en leven deelt, dan vond je het mooiste geschenk van je leven.

N. en N. vonden dit geschenk :  ELKAAR.

 

N.  Van harte welkom, ouders, familieleden en vrienden.

 

(Bienvenu aussi nos amis français qui sont présents pour fêter avec nous aujourd'hui.

Nous avons déjà passés ensembles des moments très agréa­bles et nous espérons d'en partager avec vous beaucoup d'autres.)

 

Op een dag als vandaag gaat er eigenlijk veel in ons om

dat moeilijk onder woorden te brengen is :

gespannen afwachting, hoop en verwachting,

blijdschap en ook een beetje weemoed.

 

N.  Wanneer we hier vandaag samen zijn,

is het omdat we elkaar lief hebben en in mekaar geloven,

maar ook omdat we geloven

dat God achter onze liefde staat en met ons meegaat.

 

Samen willen we God danken


voor de grote gave van de liefde

en bidden dat onze liefde een bron van geluk

voor ons beiden en voor u allen mag zijn.

 

 

VERWELKOMING DOOR DE PRIESTER  4

 

N en N, wij zijn blij dat jullie ons hebben uitgeno­digd

op deze mooie dag.

Wij wensen jullie veel geluk

nu jullie be­reid zijn elkaar als man en vrouw lief te heb­ben,

voor elkaar te zorgen, alle vreugde en pijn met elkaar te delen.

Wij willen graag getuigen zijn

hoe vandaag een nieuw leven begint.

Goede vrienden, N en N vinden het fijn

u allen hier te ontmoeten.

Laten wij van dit samenzijn in deze kerk

een moment van bezinning en gebed maken.

Moge de Heer bij hen en bij ons zijn

van­daag en alle dagen van hun en ons leven.

 

 

VERWELKOMING DOOR DE PRIESTER  5

 

Goede vrienden hier aanwezig,

van harte welkom in onze Baarlese Sint-Martinus­kerk.

Wij vinden het fijn dat je dit feest een beetje komt meevieren,

komt meebidden en komt meedromen

over al die mooie dingen die er op aarde bestaan

en over de minder goede dingen die we willen verande­ren.

Het feestelijk gebeuren dat ons vandaag hier bij elkaar brengt

is opnieuw een tastbaar bewijs

dat mensen bij machte zijn zich naar elkaar te keren

en dat ze geroe­pen zijn

om deze wereld voor elkaar goed te maken.

 

Vandaag zullen N en N "ja" zeggen.

'Ja' zeggen voor God en alle mensen hier aanwezig.

'Ja' zeggen om in liefde samen door het leven te gaan.

Het is de belang­rijkste keuze in hun leven.

In deze eucharistieviering willen wij al het bijkomstige,

al het praktische vergeten,

en tijd maken voor het meest noodzakelijke, het waardevolste.

Het gaat om hun ja-woord van vandaag,

en hun huwelijks­liefde van morgen.

 

 

VERWELKOMING DOOR DE PRIESTER  6

 

N en N, hartelijk welkom in deze kerk

Samen met u zijn hier de mensen

die het zo goed menen met u en die u gelukwensen

omdat u bereid bent als man en vrouw

elkaar lief te hebben.

Laten we samen God danken

voor dat grote wonder van de liefde.

Laten we samen bidden opdat uw liefde elke dag

mooier en dieper mag worden

zodat u bij elkaar de vervulling vindt

van dat diepe verlangen :


elkaar gelukkig te maken en goed te zijn voor alle mensen.

 

 

VERWELKOMING DOOR DE PRIESTER  7

 

Als je iemand ontmoet die naar je luistert en je begrijpt,

iemand waar je op rekenen kan

en die zonder grote woorden je zorgen, vreugde en leven deelt, dan vond je het mooiste geschenk van je leven.

N. en N. vonden dit geschenk :  ELKAAR.

Van harte welkom, ouders, familieleden en vrien­den.

 

 

VERWELKOMING DOOR HET BRUIDSPAAR  1

 

N en ik heten jullie van harte welkom in onze huwe­lijks­vie­ring.

Op een bepaald ogenblik zijn jullie ons leven binnen­gestapt :

als ouder, als broer of zus, als familie,

dorpsge­noot, vriend of vriendin ...

Dat je ook van­daag hier aanwezig bent

betekent voor ons dat het niet bij een vluchtige ontmoe­ting is gebleven, maar dat je één van de bouwstenen bent van onze levensweg.  Daarvoor danken we jullie allen !

 

 

VERWELKOMING DOOR HET BRUIDSPAAR  2

 

N en ik heten U van harte welkom.

U bent naar hier gekomen

als getuige van ons huwelijksverbond, onze levensbe­lofte.

U bent hier als vriend, omdat U wist

dat wij dit fijn zouden vinden en waarderen.

U bent hier ook om samen met ons

de EUCHARISTIE te vieren, om God als Kern van alle Liefde,

en Bron van Oneindige Goedheid, diep in ons te laten leven.

Daarom danken wij U en nodigen U uit om samen te vieren,

te bidden, opdat God ons Zijn genade verleent

om ons diepste verlangen te verwezenlijken,

namelijk elkanders brood en wijn,

elkanders steun en troost te zijn.

 

 

VERWELKOMING DOOR HET BRUIDSPAAR  3

 

N en ik zijn blij

jullie vandaag hier welkom te mogen heten.

We hebben met verlangen uitgezien naar deze dag

en we vinden het fijn dat jullie dit belangrijk moment

nu samen met ons willen vieren.

 

Bij aanvang van deze viering bedanken we

onze ouders, onze zussen, familieleden en

alle mensen die ons leven hielpen opbouwen.

 

We danken God voor deze grote gave van liefde,

opdat onze liefde diep en trouw mag zijn

en een bron van geluk voor ons beiden

en voor u allen.

 

 


VERWELKOMING DOOR HET BRUIDSPAAR  4

 

N. en ik zijn blij

jullie hier vandaag welkom te mogen heten.

We hebben met verlangen uitgekeken naar deze dag

en we vinden het fijn

dat jullie dit belangrijk moment

nu samen met ons willen meemaken.

Deze dag is voor ons een hoogtepunt

waar we vol hoop en verwachting

hebben naartoe geleefd.

Op een dag als vandaag

gaat er eigenlijk veel in ons om

dat moeilijk onder woorden te brengen is.

Er is de hoop en de verwachting,

de blijdschap en de dankbaarheid.

Er is een lach en een traan,

een lied en een woord,

kleine dingen die wij onuitgesproken,

maar toch sprekend met elkaar willen delen.

 

 

VERWELKOMING DOOR HET BRUIDSPAAR  5

 

Beste ou­ders, broers en zussen, familie en vrienden,

N. en ik zijn blij dat u bij ons wilt zijn

op dit grote moment van ons leven.

We zeggen u dan ook van harte welkom !

Reeds lange tijd groeien we naar deze dag toe.

Vandaag willen we de Heer danken voor het geluk

dat we mekaar mochten ontmoeten,

omdat we elkaars vreug­de en verdriet mochten ontdekken.

Wij willen dit geluk van­daag laten bevesti­gen

tot een inzet voor elkaar en voor het leven.

Niet alleen de Heer zeggen we dank.

We weten dat hetgene waarin we geloven

niet van onszelf komt.

Velen hebben door hun manier van spreken,

door hun wijze van leven, ons inspi­ratie ge­bracht.

Velen zijn hier ook aanwe­zig.  Daar zijn we heel blij om.

We hopen dat ons huwe­lijk geen afscheid zal zijn

van u en tevens van de dingen die we steeds ter harte namen.

We hopen wel dat we u steeds zullen blijven ontmoeten,

en dat ook rond de tafel van de Heer.

Laten we nu in deze viering de Heer dan­ken

voor de kansen die Hij ons geeft.

 

 

VERWELKOMING DOOR HET BRUIDSPAAR  6

 

N. en ik zijn heel blij

dat jullie hier aanwezig zijn op deze belangrijke dag.

We kennen elkaar al heel lang als gewone vrienden.

Deze vriendschap werd echte liefde

en dat bracht ons dichter bij elkaar.

Daarom willen wij van­daag

onze liefde en trouw aan elkaar beloven.

Vanaf vandaag zullen wij trachten als man en vrouw

elkaar lief te hebben en voor mekaar te zorgen

en in de eerste plaats open te staan


om naar elkaar te luiste­ren.

Daarom vragen wij om samen met ons te bidden tot de Heer : dat wij altijd mogen samen blijven alle dagen van ons leven.


VERGEVINGSMOMENT  1

 

In een woelige zee van liefde is een blik soms te hard,

een woord soms te scherp.

Onze grenzen als mens zijn niet altijd even duidelijk.

We hebben misverstand en onbegrip

bij anderen en onszelf toegelaten.

Daarom is het zinvol elkaar uit de grond van ons hart

vergeving te vragen en te schenken.

 

Omdat we vergeten zijn dat onze handen voor zachtheid en tederheid zijn, voor troost van medemensen.  Omdat onze handen dikwijls nemen en weinig geven, vragen wij om verge­ving.

 

Omdat we vergeten dat ons hart voor liefde is, voor warmte voor de mensen die ons omringen.

Omdat we ons hart niet altijd openstellen als de anderen daar nood aan hebben, vragen wij om vergeving.

 

Omdat we vergeten de taal van vriendschap, troost en aan­moediging te spreken, en kwet­sende of verwijtende woorden gebruiken.  Omdat we soms teveel aan ons eigen geluk denken en niet genoeg aan dat van anderen, vragen we om vergeving.

 

 

VERGEVINGSMOMENT  2

 

Elke viering betekent het afsluiten van een periode uit het leven.  Maar het is tevens het begin van een geluk dat nog verder zal openbloeien.  Bovendien verlopen menselijke verhoudingen over goede en kwade dagen.

Daarom is het goed dat wij bij de aanvang van deze huwelijks­viering proberen om uit de grond van ons hart elkaar vergiffe­nis te vragen en te schenken voor alle fouten die we tegen elkaar ooit hebben begaan, als ouder of kind, als broer of zus, als verloofde, familielid of vriend.

 

Vergeven is iemand bevrijden, hem weer de kans geven nieuw te worden.

Vergeven is iemand de hand reiken, hem over zwakheid heen helpen.

 

HEER, ONTFERM U OVER ONS

 

Vergeven is zon brengen, de muur afbreken en een brug bouwen, is terug kontakt opnemen en het defekt herstellen.

Vergeven is de ander terug zo graag zien als jezelf.

 

HEER, ONTFERM U OVER ONS

 

Vergeving vragen is je eigen pretentie op zak steken, en bekennen dat je liefde nodig hebt.  Vergeven is nogeens de liefde gelijk geven.

 

HEER, ONTFERM U OVER ONS

 

 

VERGEVINGSMOMENT  3

 

Niet alleen voor N en N,

maar ook voor allen die met hun verbonden willen leven.

Het is daarom goed dat wij bij het begin van deze viering even halt houden bij onszelf en terugblikken op onze verhouding met elkaar.

 

Voor elk vriendelijk woord dat we elkaar onthielden,

voor elk verwijt dat we elkaar toewierpen.

Voor elke dienst die we elkaar geweigerd hebben,

voor elke vreugde die we elkaar ontnomen hebben,

voelen we spijt.


Heer, we vergeven elkaar vergeeft Gij dan ook onze schuld.

 

We voelen spijt voor elke keer

dat we spinnijdig, koppig en hard waren.

Voor elke keer dat we urenlang met het hoofd in de nek liepen en niet wilden toegeven, dat de fouten klein maar de reakties vaak groot waren.

 

Heer, we vergeven elkaar vergeeft Gij dan ook onze schuld.

 

Omdat egoïsme en onbegrip onze wegen kruisen,

willen wij aan elkaar en aan de Heer om vergeving vragen.

 

Heer, we vergeven elkaar vergeeft Gij dan ook onze schuld.

 

 

VERGEVINGSMOMENT  4

 

Waar mensen samenleven, worden wel eens fouten gemaakt:

een woord is te scherp, een blik vernederend,

een hand blijft geslo­ten.

Slechts waar woorden van vergeving leven,

kunnen mensen in liefde samenleven.

Laat ons daarom, bij het begin van deze feestviering,

elkaar van harte vergiffenis schenken.

 

Heer, wij gingen soms achteloos voorbij aan wat

onze ou­ders, broers en vrienden voor ons deden.

Wij hebben al hun inspanningen voor ons niet

steeds naar waarde geschat.

We vergaten soms 'dank je wel ' te zeggen omdat we meen­den onze handen vol te hebben met onze eigen bezigheden.

Heer, help ons meer attentvol te zijn voor elkaar.

 

HEER ONTFERM U.

 

Christus, hoe dikwijls pogen wij ons niet boven anderen te stellen.

Hoe dikwijls zijn het niet enkel onze eigen verlangens die wij nastre­ven ?  Hoe dikwijls roert niet onze mond méér, dan onze handen kunnen verwerken ?  Geef ons de kracht Heer, nederig te zijn in woord en daad.

Leer ons in eenvoud te leven.

 

CHRISTUS ONTFERM U.

 

Heer, U, die ons op handen draagt, vergeten wij soms.

Wij maken niet altijd tijd voor U.  U krijgt niet steeds de plaats in ons leven die U toekomt.  Heer, geef ons de moed te leven zoals U ons hebt voorgedaan.

 

HEER ONTFERM U.

 

 

VERGEVINGSMOMENT  5

 

Om tot de genadige God in vrede te kunnen naderen,

moet ons hart even vlekkeloos zijn

als de feestkleren die we dragen.

Laten we Hem vragen dat Hij ons inwendig bevrijdt

van de vlekken van zonden, waarmee wij het blanke kleed van ons doopsel geschonden hebben.

 

Soms zijn we ontmoedigd over ons zelf en over onze mede­mensen.  We geven veel kritiek en kunnen hun goedheid niet waarderen.


Heer, ontferm U.

 

We zien het leven niet genoeg als een zinvolle opgave, als een geschenk dat we aan elkaar en de andere mogen meedelen.

 

Christus, ontferm U.

 

We vragen vergeving aan onze ouders voor wie we soms hard waren en wiens goede bedoelingen wij niet altijd sche­nen te begrijpen.

 

Heer, ontferm U.

 

 

VERGEVINGSMOMENT  6

 

Samen is niet gemakkelijk,

zelfs niet als je mekaar liefhebt.

Maak je geen illusie,

je zal jezelf en de ander nooit helemaal begrijpen.

De ander zal dingen doen, waarvan jij zegt :

"Hoe is het mogelijk ?"

Soms zal je voor jezelf een raadsel zijn en denken :

"Hoe bestaat het dat ik zoiets doe ?"

Eerst draag je elkaar in enthoesiasme en zonder zorgen,

draag je elkaar en tenslotte moet je vechten

voor je liefde na elk onbe­grip.

Na elk incident is er dan dat wel willen maar niet kunnen,

die onmacht en die pijn.

 

Voor al die keren dat we de ander niet begrepen

Voor al die keren dat we niet konden vergeven

vragen wij vergeving, Heer.

 

 

VERGEVINGSMOMENT  7

 

Hartelijkheid is een bloem die bloeit langs de weg.

Je moet ze niet zaaien ; ze groeit waar mensen het voor elkaar opnemen en weet hebben van elkanders kwetsbaar­heid.  Ze zit nederig weggedoken in kleine attenties :

 

een tafel die gedekt is, een hand die streelt,

een glimlach en een zwijgend genieten

van elkaars aanwezig­heid.

 

Na een barre winter van onbegrip, wrok of bitterheid

kan ze plots opschieten als iemand zegt :

" sorry, ik meende het niet zó ",

of " ik wilde je geen pijn doen ".

 

Hartelijkheid is een bloem

die spontaan aan anderen gegeven wordt,

en daarom vragen wij om vergeving,

omdat we daarin soms tekort schoten.

 

 

VERGEVINGSMOMENT  8

 

Om dit begin mooi te maken, vragen wij elkaar en God

om vergeving voor gedane fouten :

voor elk verdriet dat we elkaar deden,


voor elke vreugde die we elkaar ontzegden,

voor elk vriende­lijk gebaar dat we weigerden.

 

 

Samen is niet altijd gemakkelijk.

Zelfs als je mekaar liefhebt, loopt het niet altijd van een leien dakje.  We vragen vergeving, Heer, voor al die keren dat we ons te weinig inspannen om echt naar elkaar te luisteren en te begrijpen wat de andere bezielt.

 

Heer, ontferm U over ons.

 

We zijn zo dikwijls druk bezig dat we vergeten tijd te maken voor elkaar en nauwelijks reageren op attenties.  Daardoor laten we de andere vaak in onbegrip en pijn.

 

Christus, ontferm U over ons.

 

We hebben het soms zo moeilijk om onze fouten toe te geven aan elkaar.  Er is zo'n gevoel van wel willen maar niet goed kunnen vergeten en vergeven.  Voor al die keren, Heer, vra­gen wij U om vergeving.

 

Heer, ontferm U over ons.

 

 

VERGEVINGSMOMENT  9

 

In een woelige zee van li­efde is een blik soms te hard,

een woord soms te scherp.

Onze grenzen als mens zijn niet altijd even duide­lijk.

We hebben misverstand en onbegrip bij anderen

en bij ons­zelf toegela­ten.

Daarom is het zinvol elkaar uit de grond van ons hart

verge­ving te vragen en te schenken.

 

Voor elke tekortkoming tegenover onze ouders :

teleur­stellin­gen die wij hen bezorgden,

voor ondankbare mo­menten,

voor ons gebrek aan ge­loof en vertrouwen in de Heer.

Daar­om bidden wij :

 

Heer, ontferm U over ons

 

Dag na dag ontmoeten wij mensen die behoefte heb­ben

aan vriendschap en genegenheid,

die van ons steun en aanmoediging verwachten.

Wij trekken ons dikwijls terug in onze eigen schelp

en denken alleen aan onszelf.

Daarom vragen wij :

 

Christus, ontferm U over ons

 

Tijdens ons leven ontmoeten wij veel mensen

die het goed met ons menen :

onze ouders, broer, familiele­den,

vrienden, kennissen en collega's op het werk.

Dikwijls hebben wij hun goede bedoe­lingen niet gemerkt

en schoten wij tekort tegenover hen

in begrip en genegen­heid.  Daarom bidden wij :

 

Heer, ontferm U over ons


 

OPENINGSGEBEDEN

 

Heer, het is uw belofte dat liefde

tussen mensen mogelijk is.

Verenig N en N, die vandaag

hun huwelijk sluiten door de band van de liefde.

Laat hen groeien naar een verweven

bestaan waarin zij alles delen :

vreugde en pijn,

vertrouwen en onzekerheid,

geloof in het leven

en onmacht door het eigen falen.

Laat hun liefde voor elkaar de taal zijn

waarin Gij tot ons spreekt.

Laat hun wederzijdse liefde voor ons

een openbaring zijn dat Gij onder ons leeft,

Gij die Liefde zijt.

 

God van liefde,

uit ontelbare mensen

hebt Gij een man en een vrouw

geroepen voor elkaar.

Twee mensen hebt Gij samengebracht.

Gij ziet iets in hun liefde.

Op hen rust nu de levensgrote taak

elkaar gelukkig te maken

en voor elkaar een THUIS te zijn.

Wij kennen de moeilijkheden van deze opgave.

Wil daarom met N en N zijn

van uur tot uur, van dag tot dag,

in de eeuwen der eeuwen.  AMEN.

 

Goede Vader,

liefde is een tere plant die dag na dag begoten moet worden,

die een weldadige zon nodig heeft,

die regelmatig moet gesnoeid worden,

maar die wondere bloemen draagt.

Heer, laat die liefde tussen N en N groeien

dag na dag, hun leven lang.

 

God, uit zovele mensen hebt Gij N. en N. samengebracht.

Nu staan zij hier voor U met een dankbaar en liefdevol hart.

Zij weten dat een levensgrote taak hen wacht,

om elkaar als man en vrouw diepgelukkig te maken,

in alle eenvoud en met vele attenties.

Wij bidden U,

laat deze liefde openbloeien voor hen beiden,

vandaag en alle dagen.  Amen.

 

Heer God,

uit zovele mensen hebt Gij N. en N. voor elkaar geroepen.

Op hen rust nu een levensgrote taak

om voor elkaar een thuis te zijn.

Sterk daarom Heer, hun vertrouwen in de dag van morgen.

Dat de éne op de andere geen beslag legt,

dat ze elkaar ruimte geven om zichzelf te zijn.

Laat hen groeien naar een verweven bestaan,

waarin ze alles delen.

Laat hen zorgzaam omgaan met hun teer en kwetsbaar geluk,


waarvan ze de rijkdom nooit helemaal kunnen beseffen.

Dan zullen zij de moed niet verliezen

en het nooit opgeven verder te gaan.

Dit vragen wij U door Jezus Christus,

Uw Zoon en onze Heer. Amen.


Heer God,

alleen wanneer wij ons door uw liefdeboodschap laten leiden,

kunnen wij gelukkig zijn.

Geef ons de kracht van ons leven iets te maken

dat de moeite waard is,

geef ons de moed steeds hoopvol te blijven

ook in moeilijke dagen.

Geef ons uw liefde om ons leven te verrijken.

Geef ons een dankbaar hart

om te kunnen waarderen wat de anderen voor ons doen.

 

Heer God,

uit zovele mensen hebt Gij N. en N. voor elkaar geroepen.

Op hen rust nu een levensgrote taak

om voor elkaar een thuis te zijn.

Sterk daarom Heer, hun vertrouwen in de dag van morgen.

Dat de éne op de andere geen beslag legt,

dat ze elkaar ruimte geven om zichzelf te zijn.

Laat hen groeien naar een verweven bestaan,

waarin ze alles delen.

Laat hen zorgzaam omgaan met hun teer en kwetsbaar geluk,

waarvan ze de rijkdom nooit helemaal kunnen beseffen.

Dan zullen zij de moed niet verliezen

en het nooit opgeven verder te gaan.

Dit vragen wij U door Jezus Christus,

Uw Zoon en onze Heer. Amen.

 

God van Liefde,

Gij vertrouwt de éne mens aan de andere toe,

zo fijn, dat ze liefhebbend kunnen zijn voor elkaar.

De kracht van deze gebeurtenis kan zo sterk worden

dat de liefde onverwoestbaar is.

Mogen N. en N. de kans krijgen zichzelf te zijn

in grote en kleine dingen,

ontdekken dat er méér is dan het tastbare en grijpbare

waar de dagen zo vol van zijn,

om zo samen te zoeken naar wat beider leven schraagt.

Mogen zij, en wij allen, uitkijken naar U,

die we Vader mogen noemen,

en op wie wij steeds kunnen vertrouwen.

Wees met ons allen,

laat onze liefde voor elkaar de taal zijn

waarin Gij tot ons spreekt.

Wij vragen het U door Christus Jezus, onze Heer.  Amen.

 

Heer, Gij kent onze beide mensen, N en N,

die naar hier gekomen zijn om elkaar gelukkig te ma­ken.

Wij bidden dat de gezindheid van Jezus

in hun beide moge groeien,

dat zij elkaar echt liefhebben en waarde­ren,

dat zij, in alle eenvoud

elkaar diepe vrede en vreugde mogen schenken.

Moge hun liefde voor elkaar en voor de mensen,

die zij zullen ontmoeten,

een teken van Gods genegenheid zijn

en een oproep om deze boodschap door te geven.

Dat vragen wij U, God, voor hen,

nu en altijd tot in de eeuwigheid. Amen.

 

Heer God,


zegen met goedheid N. en N.

zodat hun ja-woord hen gelukkig maakt.

Dat de éne op de ander geen beslag legt,

maar dat ze elkaar ruimte geven om zichzelf te zijn.

Laat hen groeien naar een verweven bestaan

waarin ze alles delen :

vreugde en pijn, vertrouwen en onzekerheid,

geloof in het leven en onmacht door eigen falen.

Laat hen zorgzaam omgaan met hun teer en kwetsbaar geluk,

waarvan ze de rijkdom nooit helemaal kunnen beseffen.

Wij vragen het U door Christus Jezus, onze Heer.  Amen.

 

Heer, door het wonder van de ge­boorte

heeft U mil­joe­nen mensen op de aarde gebracht,

mannen en vrou­wen.

Maar hier­mee houdt het mirakel niet op,

het blijft verder uit­groei­en.

Vragen wij ons nooit af hoe het mogelijk is

dat uit die grote men­senmassa

slechts één meisje en één jongen elkaar ont­moeten

en bereid zijn samen verder door het leven te gaan.

Ook voor N en N hebt Gij zorg­vuldig een weg uitge­stip­peld.

Hun liefde zal nu verder openbloei­en zodat ze stand houdt,

zodat ze krachtig genoeg is om de grote le­venstaak,

die U hen op de schou­ders legt, te kunnen dragen.

Hun vertrouwen op U en op elkaar zal er voor zorgen

dat dit teer en zo kwetsbaar geluk beschermd blijft,

want niets kent een grotere waarde.

Daarom vragen wij U hen te helpen

van­daag en alle dagen van hun le­ven.  Amen.

 

Goede Vader, liefde is een tere plant

die dag na dag begoten moet worden,

die een weldadige zon nodig heeft,

die regel­matig moet gesnoeid worden,

maar die wondere bloemen draagt.

Heer, laat die liefde tussen N. en N. groeien

dag na dag, hun leven lang.

 

Heer onze God,

een vriend van Jezus heeft gezegd :

"Wie liefheeft kent God,

en wie niet liefheeft kent God niet."

Wij bidden U dat N. en N.

in elkaars liefde U mogen leren kennen

als een bron van leven en van goedheid.

Laat hun liefde voor elkaar de taal zijn

waarin Gij tot hen spreekt.

Laat hun wederzijdse liefde voor ons

een openbaring zijn dat Gij onder ons leeft,

Gij die Liefde zijt, vandaag en alle dagen

tot in eeuwigheid.  Amen.

 

Heer God, het diepe geluk om in liefde

als man en vrouw samen te leven,

hebt U aan de mensen toevertrouwd.

Zo staan hier vandaag N en N,

die voor U en voor elkaar

hun liefde en trouw willen uitspre­ken.

Heer, neem deze jonge mensen op in uw goedheid.


Laat hun liefde hen nog dichter bij elkaar en bij U brengen.

Begeleid hen op de weg die ze samen insloegen,

doorheen vreug­de en verdriet,

in hun verbondenheid als man en vrouw.

Laat hun huwelijks­leven vruchten dragen

en teken van uw liefde zijn.

 

Behoed de liefde van de geliefden, God.

Gij weet hoe broos en bijna niets twee mensen zijn.

En dat hun hart onrustig is en onbe­sten­dig als het weer.

Gij hebt hen toege­keerd naar elkaar

opdat ze niet meer half zouden zijn, onbes­temd en onvervuld.

Leer hun het goddelijke geheim verstaan

dat liefde lijden is, dat geven leven doet.

Geef hun de tijd elkaar te kennen en te troosten,

blaas hun harts­tocht aan, maak hen geduldig en oneindig lief,

dat zij de nacht door­komen met el­kaar.

                                                                                                                                   H. Oosterhuis

Heer gij kent deze beide mensen, N en N,

die naar hier geko­men zijn om elkaar gelukkig te maken.

Wij bidden dat de gezindheid van Jezus in hun beide moge groeien, dat zij elkaar echt liefhebben en waarderen,

dat zij, in alle eenvoud elkaar diepe vrede en vreugde mogen schenken.  Moge hun liefde voor elkaar en voor de mensen,

die zij zullen ontmoeten, een teken van Gods genegenheid zijn

en een oproep om deze boodschap door te geven.

Dat vragen wij U, God, voor hen,

nu en altijd tot in eeuwigheid.  Amen.

 

 

door één der trouwers te bidden

 

God, als twee mensen elkaar beminnen,

zoals N mij en ik N,

dan is het Jou de moeite waard geweest

dat Jij de wereld schiep.

Jij zult ons wel gedroomd hebben,

zo tussen twee karweitjes in,

bij­voor­beeld een berg maken en een oceaan scheppen.

Misschien dacht Jij wel :

die berg en deze oceaan zijn slechts decor,

ik heb twee men­sen nodig die elkaar zo beminnen,

dat hun leven een berg van liefde is

en een oceaan van elkaar graag zien.

God ben Jij niet dik tevreden

als wij twee heel gewoon van elkaar houden,

maar dan ook door dik en dun !

Is het dan niet echt de moeite waard geweest

de wereld te scheppen ?

Bedankt, God.

 

 

EERSTE LEZING

 

LEZING UIT HET BOEK VAN DE SCHEPPING

(Gen.1, 26-28.31a)

 

In die dagen sprak God:

"Nu gaan we de mens maken, op ons gelijkend,

als beeld van ons.


Hij zal heer en koning zijn

over de vissen van de zee,

over de vogels van de lucht

en de dieren op het land."

God schiep de mens als zijn evenbeeld.

Hij schiep hem als man en vrouw.

Hij gaf hun zijn zegen en zei:

"Bevolk de aarde en maak haar bewoonbaar.

Wees heer en koning

over de vissen van de zee,

over de vogels in de lucht

en de dieren op het land."

En zo gebeurde het.

God keek naar alles wat Hij gemaakt had

en Hij zag dat het zeer goed was.

 

 

LEZING UIT HET BOEK VAN DE SCHEPPING

Gen.2, 4b-5.7-9a.18-23)

 

In die dagen schiep God de hemel en de aarde.

Op aarde groeide nog geen plant of veldgewas,

want er was nog geen regen gevallen

en er was geen mens om het land te bewerken.

Toen boetseerde God de mens

uit het stof van de aarde,

en blies hem de levensadem in.

Zo werd de mens een levend wezen.

God legde een tuin aan met daarin allerlei bomen,

prachtig om naar te kijken

en heerlijk om van te eten.

En midden in die tuin stond de boom van het leven.

God plaatste de mens in de tuin

om die te bewerken en te beheren.

 

En God sprak:

"Het is niet goed voor de mens dat hij alleen is.

Ik zal iemand maken die bij hem past,

met wie hij het leven kan delen."

Toen boetseerde God alle dieren op het land

en alle vogels van de lucht.

Hij bracht ze bij de mens en deze gaf alle dieren een naam.

Maar echt gelukkig was de mens niet,

want er was niemand die bij hem paste.

Daarom liet God de mens in een diepe slaap vallen

en nam toen één van zijn ribben weg.

En van die rib maakte Hij een vrouw.

Nu bracht God haar bij de mens.

Toen zei deze:

"Eindelijk een mens als ik - hetzelfde vlees, hetzelfde bloed.

Zij hoort bij mij, want uit mij is zij genomen."

En zo komt het dat een man zijn vader en moeder verlaat

en zich zo hecht aan zijn vrouw dat zij helemaal één worden.

 

 

LEZING UIT HET BOEK VAN DE SCHEPPING

(Gen. 18, 1-10a.16)

 

In die dagen verscheen de Heer aan Abraham

bij de eik van Mamré.


Op een middag zat Abraham bij de ingang van zijn tent.

De zon brandde geweldig.

Toen hij opkeek, zag hij ineens drie mannen voor zich staan.

Hij liep naar hen toe,

boog diep voor hen en zei:

"Ga mijn tent niet voorbij en wees bij mij te gast.

Ik zal water laten brengen om u te verfrissen.

Rust wat uit onder de boom,

terwijl ik voor wat eten zal zorgen."

De mannen zeiden:

"Doe maar wat gij van plan zijt."

Abraham ging naar zijn vrouw Sara en zei:

"Vlug, neem fijn meel,

neem het en bak er koeken van."

Dan liep hij naar zijn kudde, zocht een mals kalf

en gaf het aan zijn knecht

om het snel en lekker klaar te maken.

Toen dit gereed was, diende Abraham alles op,

samen met kaas en melk.

Terwijl de gasten aten, bleef Abraham

uit eerbied bij hen staan onder de boom.

Toen zei één van de bezoekers:

"Waar is uw vrouw Sara?"

Abraham antwoordde:

"Daar in de tent."

Toen zei de bezoeker:

"Over een jaar kom ik terug

en dan zal uw vrouw een zoon hebben."

Daarop vertrokken de mannen en Abraham ging met hen mee

om hen uitgeleide te doen.

 

 

LEZING UIT HET BOEK TOBIT

(Tobit 6,10-12.19 ; 7,1.7b.9-10.12b-14)

 

In die dagen naderden Tobias en Rafaël het doel van hun reis.

Rafaël zei tegen Tobias:

"Vandaag zullen wij te gast zijn bij Raguël.

Hij is familie van u.

Hij heeft maar één kind, een dochter, die Sara heet.

Ik zal Raguël voorstellen haar aan u tot vrouw te geven.

Het is een mooi en verstandig meisje."

Toen vatte Tobias grote genegenheid op voor Sara

en voelde zich innig met haar verbonden.

Zij begaven zich naar het huis van Raguël

en werden met grote hartelijkheid ontvangen.

Toen zei Tobias tot Rafaël:

"Breng nu eens ter sprake

waarover gij het onderweg hebt gehad."

Rafaël deelde aan Raguël mee wat ze besproken hadden.

Toen zei Raguël:

"Neem Sara, mijn dochter, tot vrouw,

overeenkomstig de wet.

Gij zijt aan haar verwant, ze behoort u toe.

Moge de barmhartige God u een mooie toekomst geven."

Toen riep hij zijn dochter Sara,

nam haar bij de hand en gaf haar

aan Tobias tot vrouw met de woorden:

"Hier is mijn dochter, neem haar

volgens de wet van Mozes tot vrouw


en ga met haar naar uw vader."

En hij zegende hen.

Toen werd zijn vrouw Anna erbij geroepen.

Hij nam een blad papier

en maakte de huwelijksovereenkomst op,

die met hun zegel werd bekrachtigd.

Toen begonnen ze aan de maaltijd.

 

 

LEZING UIT HET BOEK TOBIT

(Tobit 7,13 ; 8,4-9)

 

In die dagen gaf Raguël

zijn dochter ten huwelijk aan Tobias.

Hij riep zijn dochter Sara, nam haar bij de hand

en gaf haar aan Tobias tot vrouw met de woorden:

"Hier is mijn dochter en neem haar

volgens de wet van Mozes tot vrouw."

Toen werd er bruiloft gehouden.

Na de maaltijd werd Tobias naar Sara gebracht.

Toen het bruidspaar in de kamer alleen was,

kwam Tobias van het bed overeind en zei:

"Sta op, Sara, en laten wij bidden

dat de Heer met liefde op ons zou neerzien."

En Tobias bad als volgt:

"Geprezen zijt Gij, God van onze vaderen,

en geprezen is uw heilige en heerlijke naam

door de eeuwen heen.

Mogen hemel en aarde U loven en prijzen.

Gij hebt Adam tot leven geroepen

en hem Eva als vrouw gegeven tot stut en steun.

Want Gij hebt gezegd:

Het is niet goed dat de mens alleen is.

Laten wij een hulp maken die bij hem past.

Welnu, Heer, Gij weet dat ik uw wet trouw wil

blijven, nu ik deze verbinding aanga

en Sara tot vrouw neem.

Betoon mij Uw barmhartigheid

en laat mij aan haar zijde oud worden."

En Sara zei: "Amen"

Daarop brachten zij samen de nacht door.

 

 

UIT HET BOEK TOBITH

 

Op de avond van hun huwelijkssluiting zei Tobias tot Sara :

" Wij zijn kinderen van gelovige mensen

en wij kunnen dus het huwelijk niet beginnen

zoals diegenen die God niet kennen. "

Zij stonden dus beiden op

en vouwden de handen om te bidden.

En Tobias sprak :

" Heer, God van onze vaderen,

dat de hemel en aarde U loven :

de zee, de bronnen en de rivieren

en al de schepselen die erin wonen.

Gij hebt Adam gescha­pen uit het stof van de aarde

en Eva toegewezen als hulp en onmisbare steun.

Welnu dan, Heer, Gij weet dat ik Sara, hier aanwezig,

tot vrouw heb gekozen en zij mij tot man,


omdat we zielsveel van elkaar houden

en omdat we graag kinderen willen hebben

die net als wij Uw naam mogen zegenen. "

Ook Sara bad :

" Wees ons nabij, Heer,

bewaar ons voor elkaar

en houd ons beiden gezond tot op onze oude dag. "

Iedereen betuigde zijn instemming en allen zeiden :

" Amen ! Het zij zo ! "

Daarna gingen allen aan tafel

en vier­den ook het bruiloftsmaal in de geest van de Heer.

 

 

LEZING UIT HET BOEK HOOGLIED

(Hoogl.2, 8-10.14b.16a ; 8,6-7a.14)

 

De bruid zegt:

"Kijk, daar is mijn lief!

Daar komt hij aan.

Hij springt over de bergen als een hert

en huppelt over de heuvels als een gazel.

Daar is hij al bij ons huis,

hij kijkt door het venster

en ziet door de tralies naar binnen.

Nu roept mijn lief en zegt tegen mij:

Sta op, mijn liefste, kom toch, mijn mooi meisje.

Laat je toch zien, laat je toch horen,

want je stem is zo zoet

en jijzelf bent zo bekoorlijk.

Mijn lief is van mij en ik ben van hem.

Draag mij als een zegel op je hart,

als een zegelring aan je vinger.

Want de liefde is sterk als de dood,

ook aan haar is niet te ontkomen!

De liefde is als een vuur,

als een vuur van de Heer.

Geen water kan dat vuur doven,

geen rivier, geen zee.

Kom dan, mijn liefste, kom vlug

en wees voor mij als een gazel,

als een jong hert op de bergen vol balsemkruid."

 

 

LEZING UIT HET BOEK VAN JEZUS SIRACH

(Jezus Sirach 26, 1-4.13-16)

 

Een goede vrouw maakt haar man gelukkig

en zijn leven zal dubbel zo mooi zijn.

Een flinke vrouw is een vreugde voor haar man

en brengt vrede in huis, dag na dag.

Een waardevolle vrouw is een grote gave,

een geschenk van de Heer

voor wie Hem liefhebben.

Man en vrouw, al zijn ze arm of rijk,

hun hart is altijd vol vreugde

en van hun gezicht straalt steeds blijheid uit.

De bevalligheid van de vrouw behaagt haar man

en haar talenten brengen welzijn in het gezin.

Een vrouw die haar taak

bescheiden en bekwaam ter harte neemt,


is een geschenk van de Heer.

Zoals de opgaande zon aan de hemel,

zo is de kracht van de man.

En zoals het licht in huis straalt,

zo is de schoonheid van de vrouw.

 

 

UIT HET BOEK RUTH

 

Waar jij gaat, daar zal ik gaan.

Waar jij leeft, daar zal ik leven.

We zullen voor altijd tezamen horen.

Onze eigen liefde zal het geschenk van ons leven zijn.

 

Wanneer de tijd van onze zonsondergang aanbreekt,

zullen onze prestaties echt niet van tel zijn,

maar de zuiverheid en de bekommer­nis

waarmee we van andere mensen gehouden hebben,

zullen met kracht getuigen van het onschatbaar geschenk

dat we voor elkaar geweest zijn.

 

 

LEZING UIT DE PROFEET JEREMIA

(Jer.31, 31-32a.33-34a)

 

Zo spreekt de Heer:

"Er komt een tijd

dat Ik met Israël een nieuw verbond sluit.

Geen verbond zoals Ik vroeger gesloten heb,

toen Ik mijn volk met sterke hand

uit Egypte heb geleid.

Dit is het nieuwe verbond dat Ik met Israël sluit:

Ik leg mijn wet in hun hart,

Ik schrijf ze in hun binnenste.

Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.

Dan hoeft niemand een ander nog te vragen:

Hoe kan ik de Heer kennen?

Neen, want iedereen, van groot tot klein,

zal Mij kennen."

 

 

LEZING UIT DE BRIEF VAN DE APOSTEL PAULUS

AAN DE CHRISTENEN VAN ROME.                                                                              (Rom.12, 1-8)

 

Broers en zusters,

Omdat God zo goed voor ons is, roep ik u op

heel uw leven naar Hem te richten.

Dit is uw ware eredienst.

Stem uw gedrag niet af op deze wereld,

word andere mensen, met een nieuwe gezindheid.

Dan zijt gij in staat in te zien wat God van u wil,

wat goed is en volmaakt en wat Hij graag heeft.

Tot ieder van u zeg ik dit:

overschat uzelf niet en blijf bescheiden.

Neem als norm het geloof, maar houd er rekening mee

dat de maat van Gods gave verschillend is.

Hoewel ons lichaam één geheel vormt,

bestaat het toch uit verschillende delen.

Omdat wij allen één zijn met Christus,

vormen wij één lichaam.


Daar wij echter verschillende gaven van God

hebben gekregen,

zijn wij als leden van één lichaam

aangewezen op elkaar.

Hebt gij de gave om Gods woord te spreken,

- profeet te zijn in deze tijd -

doe het dan met geloof en overtuiging.

Hebt gij de gave om anderen van dienst te zijn,

leg u dan toe op dienstbetoon.

Wie mensen kan troosten en bemoedigen,

dat hij het doet van harte.

Wie iets uit te delen heeft,

schenke het weg met mildheid.

Als gij geroepen zijt om leiding te geven,

doe het dan met ijver.

Als gij barmhartigheid bewijst,

doe het dan met een blij en dankbaar hart.

 

 

LEZING UIT DE BRIEF VAN DE APOSTEL PAULUS

AAN DE CHRISTENEN VAN ROME.                                                                    (Rom. 12,9-18.20-21)

 

Broers en zusters,

Heb lief zonder te doen alsof.

Haat het kwade en houd vast aan het goede.

Houd veel van elkaar als broers en zusters.

Acht de anderen hoger dan uzelf.

laat u niet ontmoedigen,

doe uw werk met geestdrift en vuur

en wees altijd bereid de Heer te dienen.

Blijf opgewekt als gij hoopt,

geduldig als gij lijdt

en houd niet op met bidden.

Zorg voor allen die in nood zijn geraakt

en ontvang de vreemdelingen gastvrij.

Smeek Gods zegen af over hen die u vervolgen.

Ja, wens hun alle goeds toe

in plaats van hen te vervloeken.

Wees blij met wie verheugd is

en verdrietig met wie droefheid kent.

Bewaar de eenheid onder elkaar.

Wees in uw omgang eenvoudig en gewoon,

zonder hoog­moed.

Doe niet alsof u de wijsheid in pacht hebt.

Als u kwaad wordt aangedaan,

doe dan geen kwaad terug!

Wie gij ook ontmoet, doe wat goed voor hem is.

Leef voor zover het van u afhangt

met alle mensen in vrede.

Als uw vijand honger heeft, geef hem te eten;

heeft hij dorst, geef hem te drinken.

Dan weet hij met zijn houding geen raad

en zal hij misschien anders worden.

Laat het kwade u niet overwinnen,

maar overwin het kwade door het goede.

 

 

LEZING UIT DE BRIEF VAN DE APOSTEL PAULUS

AAN DE CHRISTENEN VAN ROME.                                                                    (Rom. 12,9-18.20-21)

 


Je moet elkaar liefhebben zonder te doen alsof.

Alleen het kwaad moet je haten.

Wat goed is, moet je vast­hou­den.

Hou veel van elkaar.

Probeer elkaar te overtreffen in waardering voor el­kaar.

Laat je ijver niet verzwakken,

laat je liefde niet verflau­wen,

hierin dien je de Heer.

Wees blij met je leven.

Doorleef alle moeilijke situaties met geduld.

Blijf je vasthouden en optrekken aan het gebed.

Help mee de nood van de medemens te dragen.

Doe je best om goed te zijn.

Wees blij als anderen blij zijn

en kunt verdrietig zijn met hun verdriet.

Wees het met elkaar eens.

Klamp je niet vast aan je eigen mening.

Vergeldt niemand kwaad met kwaad,

maar overwin het kwade door goed te doen.

 

 

LEZING UIT DE BRIEF VAN DE APOSTEL PAULUS

AAN DE GALATEN.                                                                                      (Gal. 5,1.13-14.16.22-25)

 

Broers en zusters,

Voor de vrijheid heeft Christus ons vrijgemaakt.

Houd u daar dus aan

en laat u niet weer het slavenjuk opleggen.

Gij zijt geroepen om vrije mensen te zijn.

Maar misbruik die vrijheid niet

om uw eigen zin te doen.

Integendeel, gij moet voor elkaar leven, in liefde.

Want de hele wet is in één gebod samen te vatten:

heb uw naaste lief als uzelf.

Ik bedoel dit:

laat u leiden door de Geest.

Dan zult gij niet toegeven

aan uw zelfzuchtige verlangens.

Want de vrucht van de Geest is:

liefde, vreugde en vrede,

geduld, vriendelijkheid en goedheid,

trouw, tederheid en zelfbeheersing.

Wie aan Christus toebehoort,

heeft zijn zelfzuchtige neigingen gekruisigd.

Als wij leven door de Geest,

moeten wij ook leven naar de Geest.

 

 

LEZING UIT DE BRIEF VAN DE APOSTEL PAULUS

AAN DE CHRISTENEN VAN EFEZE.                                                               (Ef. 4,17-24.29-32 ; 5,2)

 

Broers en zusters,

Ik vraag u met aandrang in naam van de Heer:

leef niet als mensen

die van God niets willen weten.

Zo hebt gij Christus niet leren kennen.

De waarheid die Jezus heeft gebracht, is u bekend.

Ge weet dus dat ge de oude mens

met zijn vroegere levenswandel moet afleggen.

Ook uw denken moet zich vernieuwen.


Bekleed u met de nieuwe mens,

die naar het beeld van God geschapen is

om in ware gerechtigheid en heiligheid te leven.

Laat geen hard woord over uw lippen komen,

maar spreek een goed woord.

Zo bouwt ge iets op

en verwarmt gij

het hart van de mensen die u horen.

Stel de heilige Geest niet teleur.

Hij heeft immers op u zijn zegel gedrukt

voor de dag van uw redding.

Wees goed en hartelijk voor elkaar.

Vergeef elkaar,

zoals God u vergeven heeft in Christus.

Gij zijt de geliefde kinderen van God:

treed dan in zijn spoor

en leef in liefde naar het voorbeeld van Christus.

 

 

BEGIN VAN DE BRIEF VAN DE APOSTEL PAULUS

AAN DE CHRISTENEN VAN FILIPPI.                                                                         (Fil. 1,1-4.6.8-11)

 

Broers en zusters,

Dit is een brief van Paulus,

dienstknecht van Christus Jezus,

aan alle christenen te Filippi.

Genade voor u en vrede van God, onze Vader,

en van de Heer Jezus Christus.

Ik dank God telkens als ik aan u denk.

En als ik voor u bid, is mijn hart vol vreugde.

Ik ben er zeker van dat God,

die het goede werk in u begonnen is,

het ook tot een goed einde zal brengen.

God weet hoezeer ik naar u allen verlang

en hoe ik op u gesteld ben,

zo innig als Jezus Christus zelf.

Ik bid dat uw liefde mag toenemen

en rijker worden aan inzicht.

Zo wordt ge fijngevoelig

om te weten wat belangrijk is in het leven.

Dan zal er op de dag van Christus

niets op u aan te merken zijn.

Dan zult ge ten volle kunnen genieten

van de vrucht van de gerechtigheid

die komt van Jezus Christus.

Door zo te leven brengt gij lof en eer aan God.

 

 

LEZING UIT DE BRIEF VAN DE APOSTEL PAULUS

AAN DE CHRISTENEN VAN FILIPPI.                                                                                   (Fil. 4,4-8)

 

Broers en zusters,

Wees blij in alle omstandigheden,

want gij behoort bij de Heer.

Ik zeg het u nog eens: wees blij.

Iedereen moet uw vriendelijkheid kunnen zien,

want de Heer is nabij.

Maak u geen zorgen.

Spreek zonder ophouden uw verlangens aan God uit:

vraag Hem wat gij graag hebt


en dank Hem voor al wat Hij u geeft.

Dan zult gij de vrede van God ervaren,

die in ons meer bewerkt

dan wij kunnen vermoeden.

Als gij één met Christus blijft,

zal die vrede de wacht houden

over uw hart en uw gedachten.

Hieruit volgt, broers en zusters,

dat gij uw aandacht moet richten

op alles wat waar en edel is.

Streef naar recht en gerechtigheid

en bemin elkaar met een zuiver hart.

Kortom, leg u toe op alles wat deugdzaam is

en lof verdient.

Breng in praktijk wat ik u heb geleerd

en u heb doorgegeven in woord en daad.

Dan zal de vrede van God met u zijn.

 

 

LEZING UIT DE BRIEF VAN DE APOSTEL PAULUS

AAN DE CHRISTENEN VAN KOLOSSE.                                                                (Kol.3, 9b-10.12-17)

 

Broers en zusters,

Leg de oude mens met zijn gedragingen af

en bekleed u met de nieuwe mens.

Steeds beter kent gij het verschil

tussen goed en kwaad,

zodat gij meer en meer gaat gelijken op God,

die u geschapen heeft.

Want God heeft u lief

en Hij heeft u uitverkoren om heilig te leven.

Leef daarom van harte mee met mensen in nood.

Wees eenvoudig en goed, zacht en geduldig.

Verdraag elkaar en vergeef elkaar

als de een iets heeft tegen de ander.

Zoals de Heer u vergeven heeft,

zo moet gij ook elkaar vergeven.

De kroon op dit alles moet de liefde zijn

die allen samenbindt.

En laat de vrede van Christus heersen in uw hart.

Gij zijt geroepen om één te zijn,

zoals het lichaam één geheel vormt.

Wees dankbaar.

Moge de boodschap van Christus uw hart vervullen.

Zing voor God uw dankbaarheid uit

in liederen en gezangen, ingegeven door de Geest.

Doe alles in de naam van Jezus de Heer

en dank God de Vader door Hem.

 

 

LEZING UIT DE BRIEF AAN DE JOODSE CHRISTENEN.

(Hebr.11, 1-2.8-16)

 

Broers en zusters,

Geloven wil zeggen: er vast van overtuigd zijn

dat uw hoop in vervulling zal gaan.

Het is met zekerheid weten dat wat ge niet ziet,

toch werkelijkheid is.

Omdat veel mensen dit in hun leven ervaren hebben,

worden hun namen met ere vermeld.


Denk maar eens aan Abraham.

Omdat hij een gelovig man was

en op God vertrouwde,

gaf hij gehoor aan de oproep van God.

Hij ging op weg naar een land dat God

voor hem en zijn nakomelingen bestemd had.

Hij wist niet eens waar hij terecht zou komen.

En zelfs toen hij

in het land kwam dat God hem had beloofd,

leefde hij er als een zwerver - in tenten!

Maar Abraham vertrouwde erop

dat hij eens voorgoed zou wonen in een stad

waarvan God zelf de ontwerper en bouwer is.

Ook Sara, zijn vrouw, vertrouwde op God.

En daarom kreeg zij nog een kind

toen zij daar eigenlijk al te oud voor was.

Zij wist immers

dat God trouw blijft aan zijn belofte.

Zo heeft zij aan Abraham, in zijn hoge ouderdom,

nog een zoon geschonken: Isaäk.

Met hem is een groot volk begonnen,

talrijk als de sterren

en ontelbaar als de zandkorrels op het strand.

Abraham en Sara, Isaäk en Jacob

en nog zoveel anderen

zijn in vertrouwen op God gestorven,

zonder te krijgen wat hun beloofd was.

Zij hebben ernaar verlangd

en het alleen in de verte gezien.

Zij kwamen er openlijk voor uit dat zij

hier op aarde slechts vreemdelingen waren,

dat hun verblijf hier maar tijdelijk is.

Als mensen zoiets zeggen,

maken zij daarmee duidelijk

dat zij op zoek zijn naar een vaderland.

En daarmee bedoelen ze niet hun geboorteland,

want daarheen konden ze gemakkelijk terugkeren.

Maar zij verlangden naar een beter land:

het hemelse vaderland!

Daarom wil God hun vertrouwen niet beschamen

en heeft Hij voor hen een stad gebouwd

om daar voorgoed te wonen.

 

 

LEZING UIT DE BRIEF AAN DE JOODSE CHRISTENEN.

(Hebr.13, 1-2a.4-6.16.20-21)

 

Broers en zusters,

De liefde voor elkaar hoort bij de dingen

die altijd moeten blijven.

En vergeet de gastvrijheid niet.

Het huwelijk is iets kostbaars;

laten wij het allen in ere houden

en de trouw tussen man en vrouw hoogachten.

Leef niet alleen voor geld,

wees tevreden met wat ge hebt.

God zelf heeft gezegd:

"Ik laat u niet alleen,

Ik zal u nooit in de steek laten."

Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen:


"De Heer is mijn helper,

ik heb niets te vrezen."

Vergeet ook nooit elkaar goed te doen

en elkaar te helpen,

want dat is God zeer aangenaam.

Moge de God van de vrede

u bevestigen in alle goeds om zijn wil te doen.

Moge Hij in ons uitwerken

wat Hem behaagt door Jezus Christus.

Hem zij de heerlijkheid

tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.

 

 

LEZING UIT DE EERSTE BRIEF VAN DE APOSTEL PETRUS.

(1 Petr. 3,1-4.7-9)

 

Dierbare vrienden,

Leid te midden van ongelovigen

een voorbeeldig leven.

Vrouwen, heb uw mannen lief

dan worden zij zonder woorden gewonnen

voor een toegewijde levenswandel.

Zoek uw schoonheid niet in uiterlijke dingen

zoals gouden sieraden en mooie kleren,

maar veeleer

in de innerlijke houding van het hart.

Het mooiste sieraad van de vrouw

is haar zachtheid en minzaamheid.

Tooi u daarmee elke dag van uw leven.

Dat sieraad is kostbaar in het oog van God.

En gij, mannen, toon in het huwelijk

begrip en liefde voor uw vrouw.

Bewijs haar de eer die haar toekomt, want gij zijt

geroepen om samen door het leven te gaan in liefde.

En wie liefheeft

en zichzelf vergeet ten voordele van de andere,

zal het ware geluk vinden.

Wees daarom eensgezind in uw gevoel,

in uw liefde tot elkaar,

in alles wat u beiden ter harte gaat.

Vergeld geen kwaad met kwaad,

en als men u uitscheldt, scheld dan niet terug.

Integendeel, zeg goede dingen van elkaar

zodat Gods liefde in u zichtbaar wordt.

 

 

LEZING UIT DE EERSTE BRIEF

VAN DE APOSTEL JOHAN­NES.                                                                      (1 Joh. 3,11.16.18-24a)

 

Vrienden,

Dit is de boodschap

die gij vanaf het begin gehoord hebt:

dat wij elkaar moeten liefhebben.

En wat liefde is, hebben wij geleerd van Christus.

Hij heeft zijn leven voor ons gegeven.

Dus zijn ook wij verplicht

ons leven te geven voor onze medemensen.

Wij moeten niet liefhebben met grote woorden.

Aan onze daden moet men kunnen zien

dat wij de mensen echt liefhebben.


Als we zo leven, weten we met zekerheid

dat we thuishoren bij God.

En ook al weet ons hart heel goed

dat wij verkeerd doen, toch mogen wij

met een gerust hart voor God staan.

Voor Hem hoeven wij niet bang te zijn,

want God is groter dan ons hart

en Hij weet alles.

Wij mogen dus zonder vrees

en in alle openheid omgaan met God.

We krijgen van Hem wat we vragen

omdat we doen wat God graag heeft.

En God vraagt van ons dat wij geloven

in zijn Zoon, Jezus Christus,

en dat we elkaar liefhebben

zoals Jezus het ons heeft opgedragen.

Dan woont God in ons.

 

 

BRIEF VAN DE APOSTEL PAULUS

AAN DE CHRISTE­NEN VAN KORINTHE

                                                                                                                                1 Kor. 13, 1 - 13

Broeders en zusters,

Je moet naar de hoogste gaven streven.

Maar eerst wijs ik je een weg die verheven is boven alles.

Als ik de liefde niet heb, ben ik niets.

Al deel ik mijn bezit uit,

al geef ik mijn li­chaam prijs aan de vuur­dood,

als ik de liefde niet heb, baat het mij niets.

De liefde is lankmoedig en goedertieren,

de liefde is niet afgunstig,

zij praalt niet, zij beeldt zich niets in.

Zij geeft niet om de schone schijn,

zij zoekt zichzelf niet ;

zij laat zich niet boos maken

en rekent het kwade niet aan.

Zij verheugt zich niet over onrecht,

maar vindt haar vreugde in de waarheid.

Alles verdraagt zij, alles gelooft zij,

alles hoopt zij, alles duldt zij.

De liefde vergaat nimmer.

 

 

BRIEF VAN DE APOSTEL PAULUS

AAN DE CHRISTE­NEN VAN KORINTHE

                                                                                                                                1 Kor. 13, 1 - 13

Al spreek ik alle mogelijke talen

als er geen liefde is in mij,

ben ik maar een rammelend bekken

en zo hol als een vat.

Al heb ik een helder zicht op de toekomst

al weet ik een oplossing voor vele problemen

al ben ik een groot ziener

al heb ik een geloof dat bergen verzet

als er geen liefde is in mij, ben ik niets.

Al deel ik alles uit wat ik heb

al laat ik mij levend verbranden

als er geen liefde is in mij

dient het tot niets.

Liefde windt zich niet op,


zij kan veel verdragen,

liefde is niet jaloers,

zij stelt zich niet aan en is niet verwaand

zij gaat met takt te werk

en zoekt zichzelve niet.

Zij wordt niet bitter bij tegenslag

zij heeft geen leedvermaak bij andermans verdriet

maar is blij wanneer de goede krachten overwinnen.

Liefde kan veel verwerken

zij blijft vertrouwen in de toekomst

zij houdt vol tot het einde

liefde is sterker dan de dood.

Drie dingen blijven hun waarde behouden :

vertrouwen, geloof in de toekomst en liefde,

maar de grootste van deze drie is de liefde.

 

 

AAN MIJN GELIEFDE

 

Geliefde,

De dagen zijn als een ruiker bloe­men in de tuin van het leven.

Eén van die bloemen, tussen het leliewit van de vreug­de

en het tere groen van de hoop, is de liefde.

Soms droomt ze als een orchi­deeënfeest in mijn handen.

Soms is ze balsem op diep lijden en leed.

Haar wortels staan in het winderig zand van gewonnen strijd.

Haar groei kende de wissel­vallig­heid van lente en herfst.

Doch eenmaal verworven is de liefde een blijvende rust

in de wer­velwind van het leven.

Een diepe vreugde die het geluk laat nade­ren

waarin God aanwezig is.

Die liefde kent geen heimwee meer, ze is immers God.

Een lied van vreugde en vriendschap tus­sen mensen.

Zo is de liefde, Gods aanwezigheid bij ons

in al de dagen van ons le­ven.

 

 

EEN DROOM

 

Op een nacht had een man een droom.

Hij droomde dat hij met de Heer langs het strand wandelde.

Voor hem in de lucht versche­nen beelden uit zijn leven.

En als hij achter zich keek,

zag hij voor ieder beeld twee paar voetsporen in het zand ;

één was van hem, het andere paar was van de Heer.

 

Terwijl hij zo terugkeek naar die voetsporen in het zand,

merkte hij dat bij sommige beelden

slechts één paar voetspo­ren stond.

Hij merkte toen ook op dat hij juist op die momen­ten

het meest geleden had.

Daarom ondervroeg hij de Heer daarover, en zei :

" Heer, als ik terugkijk naar mijn leven,

zie ik dat U met mij mee gewandeld hebt.

Soms echter is er maar één stel voetspo­ren,

en ik heb de indruk dat dit tijdens de ogenblikken was

dat ik het meest geleden heb.

Had U me niet beloofd de hele weg bij mij te zijn ?

Ik begrijp niet hoe U me kan verlaten

in tijden van beproeving en lijden,


juist wanneer ik U het meest nodig heb. "

En de Heer antwoordde :

" Mijn dierbaar, dierbaar kind !

Ik hou van je en zou je nooit in de steek laten.

Op de mo­men­ten wanneer je be­proefd werd, en waar je leed,

daar waar je maar één paar voetsporen in het zand ziet,

daar droeg Ik je. "

 

 

JE WIST NIET WAT LIEFDE WAS

                                                                                                                                   Harriet Laurey

Toen je nog maar pas op de wereld was

wist je nog niet wat liefde was,

je wist nog niet wat en je wist nog niet hoe

maar er kwam enkel liefde naar je toe,

je hoefde om niets te vragen,

je werd op handen gedragen.

 

Toen leerde je zitten, kruipen en staan

en je stond op je tenen voor het raam

en je zag hoe groot de wereld was

en je hield van alles wat om je was,

van vader en moeder het meeste

en dan van je speelgoedbeesten.

 

Weet je nog de kinderen uit de klas

toen het je eerste schooldag was,

één duwde je om en pakte de bal

toen was je verdriet opeens overal,

maar dat waren kleine dingen

die thuis wel weer overgingen.

 

Hoe groter je wereld opengaat,

hoe kleiner je in de wereld staat

waar de mensen en dingen veranderd zijn,

waar de gouden beloofde bergen zijn,

donker in de diepte

ademt het water van de liefde.

 

Alles wat zonder liefde is

blijft altijd zonder betekenis,

altijd vergeefs

want zonder de liefde sterft ieder wonder.

 

 

LIEFHEBBEN

 

Liefhebben is samen een waagstuk beginnen,

waarvan je weet dat het de moeite waard is.

Het is samen op zoek gaan langs een stille weg,

het is iets waar je kleine menselijke verstand moeilijk bij kan,

het is wanneer je hart op volle toeren gaat draaien.

 

Liefhebben is afstand nemen van je eigen ik,

is met moed in je handen naar de andere toegaan

in de hoop dat hij of zij je neemt zoals je bent,

is beseffen dat je alleen niet kunt, wat je met twee wel kunt.

 

Het is nooit ophouden de moed op te nemen

om vergeving te vragen,


om zorgeloos van al het mooie te genieten.

Liefhebben is een kunst die moet geleerd worden

met veel geduld, met vallen en opstaan.

Het kan maar één groot kunstwerk worden

als beiden eraan helpen.

 

 

LOFLIED AAN DE GELIEFDE

 

N: Vandaag N, begin ik een nieuw leven.

Vandaag schenk ik je mijn handen, mijn lippen,

mijn ogen, mijn lichaam.

 

N: N, vandaag schenk ik je mijn gedachten :

vrolijke en droe­vige, mijn dwaze invallen,

goede ideeën, stem­mingen en buien ...

 

N: Alleen mijn hart kan ik je niet meer geven,

dat gaf ik je vijf jaar geleden al.

Ik dank je N, je bent er zo voorzichtig mee geweest.

Je hebt het be­waard en gekoesterd.

 

N: Ik heb jou mijn hart gegeven, N.

Je hebt er zo goed zorg voor gedragen,

er om bekommerd geweest, zoals ik voor het jouwe.

 

N: Hoe zal het gaan N, morgen en overmorgen

en al die dagen erna, als de dagelijkse dingen

een belangrijk deel van ons leven gaan vervullen :

het opstaan en ontbijten, het haas­ten naar het werk,

jouw werk en het mijne, iedere dag ?

 

N: Het opbouwen van een gezin,

hoe zal het zijn als onze kinderen op hun beurt zeggen :

" Vandaag, begin ik een nieuw leven met jou ",

dan zijn we weer alleen.

 

N: Jouw haren zullen grijs zijn, mijn handen gerimpeld.

Maar in je ogen zal ik zien dat je nog steeds van me houdt.

 

 

PARABEL VAN DE IJSBLOKKEN.

 

Er waren eens twee ijsblokken.

Tussen hen was er een koele verhouding, wat begrijpelijk was.

De ene ijsblok dacht van de andere ijsblok :

" als die ene ijsblok ontdooit, ontdooi ik ook. "

Maar vermits de ijsblok niet uit zichzelf kon ontdooien,

ont­dooide geen van beide.

Zo gebeurde het dat de ene niet naar de andere toekwam

en dat ieder nog meer verijsde in zichzelf.

 

Na maanden, ... of was het jaren ...

ontdekte de ene ijsblok op een middag, toen de zon straalde,

dat hij kon smelten en hij zag,

dat hij vervloeide tot water, en toch zichzelf was.

En ook die andere ijsblok deed die wonderlijke ontdekking.

Langs alledaagse greppels vloeiden ze naar elkaar toe.

Ze ontmoetten elkaar.

Ze proefden el­kaars koude ook wel,


maar ook elkaars klein­heid, goede wil en nood.

Ze vonden dat ze elkaar nodig hadden

en één moesten blijven.

 

Toen kwam een kind, en andere kinderen,

en die lieten scheepjes varen op dat sterke water.

En de tot water gesmolten ijsblokken hoorden

dat de kinderen gelukkig waren.

En die vreugde scheen als een zon in het water. 

 

Er waren eens twee ijsblokken ...

 

 

PARABEL VAN DE RIJKE MAN

 

Er was eens een heel rijk man,

een multi-multi-miljardair.

Hij reisde de wereld rond

om alles op te kopen wat hij zag.

Hij kocht de Eiffeltoren,

het Atomium en heel Brussel erbij,

en alle petroleumputten

te land en in zee.

Hij kocht alle grote musea op

en het goed van Afrika,

en zelfs het witte Groenland

en de taïga van Siberië kocht hij.

Toen zag hij twee mensen,

een vrouw en een man,

die hand in hand

langs de weg liepen.

"Ik koop het!" riep de miljardair.

"Hoeveel willen jullie ervoor?"

"We begrijpen je niet", zei de vrouw.

"Wat wil je kopen?" vroeg de man.

"De glans in jullie ogen!

De glimlach op jullie gezicht!

De kracht die jullie verbindt!

De tederheid waarmee je elkaar omvat!"

"Arme miljardair", zuchtte de vrouw.

"Wat moet hij veel missen", fluisterde de man.

 

                                                                                                                          (J. Van Remoortere)

 

 

PARABEL VAN DE ZANDKORRELS

 

Eens was er een jonge vrouw.

Op de vooravond van haar huwelijk stond ze bij haar moeder

en keek naar de zon die onderging in volle zee.

Toen vroeg ze :

" Moeder, mijn vader houdt van je

en is je altijd trouw geble­ven.

Wat moet ik doen opdat mijn man

me steeds meer zou be­minnen ? "

De moeder zweeg en dacht even na ...

Dan bukte zij zich en vulde elke hand met zand.

Zo kwam ze bij haar dochter staan.

Stilzwij­gend knelde zij de vingers van één hand

steeds feller om het zand.


Hoe krampachtiger zij haar hand balde,

hoe sneller het zand eruit gleed.

Toen zij haar hand opende, kleefden nog maar

enkele vochti­ge korrels aan haar hand­palm.

Maar haar ande­re hand had ze open gehouden

als een kleine schaal.

Daar bleven de zandkorrels liggen

en schitterden in het licht van de ondergaande zon.

" Dit is mijn antwoord ", zei de moeder zacht.

 

 

VAN IEMAND HOUDEN

 

Van iemand houden

kan heel je leven veranderen.

Onder warmte van de liefde

bloei je als mens helemaal open.

Het eigenaardige is

dat er een aantrekkingskracht is

die je nooit tevoren hebt opgemerkt

of die je bij iemand anders niet treft.

Misschien is het gewoon

een manier van kijken

of een houding

die je boeit.

Je hebt er geen verklaring voor,

maar je voelt

dat die manier van leven

de moeite waard is.

Ze beantwoordt aan wat jij

van je eigen leven verwacht

en wat je nog niet bereikt hebt.

Zo'n ontmoeting met een mens

is iets enigs en onvergeetbaars,

je kunt ervan leven.

Het is als een magneet

die je overal naar toe trekt,

zonder te weten

wat er allemaal kan gebeuren.

En toch ervaar je die aantrekkingskracht

niet als een dwang,

maar als iets

dat je nooit meer wilt kwijtraken.

 

 

VERTEL ONS OVER 'LIEFDE'

                                                                                                          uit 'De profeet' van Kahlil Gibran

Op een dag vroeg men een wijze :

" Vertel eens iets over de liefde.

Vertel eens iets over wat twee mensen naar elkaar

toe­drijft, en bij elkaar houdt. "

En de wijze man zei :

" Liefde is struikelen en toch doorgaan,

bang zijn en toch glimlachen.

Voor iemand door het vuur gaan.

Samen willen zoeken wat belangrijk is in het leven.

Liefde is als een berk : teer, rechtop, groen.

Maar ze is ook als knoestig hout, taai, niet te splijten.

Liefde is als een boomgaard in augustus, vruchtbaar.

Ze is verlangen naar een man, een vrouw.


Verlangen naar een kind. Liefde is alledaags,

het is ramen zemen en brood kopen.

Ze is mooi ... de liefde. Rustig als een vlakte­stroom.

Bruisend als een bergbeek.

Liefde is het mooiste wat een mens te winnen heeft. "

 

 

WIE DE LIEFDE MIST, MIST ALLES

 

De zon is voor velen de gewoonste zaak van de wereld.

Toch doet ze elke dag wonderen.

Ze steekt het licht en vuur voor me aan.

Ze vecht tegen de wolken om me te zien

en me een mooie dag te schenken.

Doof ik de zon,

dan zit ik in de zwartste duisternis en de ijzigste kou.

Zo is het ook met de liefde.

Gaat de liefde op in mijn leven dan brengt ze licht en warmte.

Als ik de liefde heb, kan ik veel missen.

Maar als de liefde ondergaat in mijn leven

worden de schadu­wen steeds groter

en geraak ik stilaan in de nacht en in de kou.

De liefde is als de zon.

Wie ze heeft, kan veel missen !

Wie de liefde mist, mist alles !

 

 

WIJZE MENSEN

 

Wijze mensen zijn mensen die de rechtvaardigheid zoeken. Rechtvaardigheid is het moeilijke pad dat overgaat in de weg van de liefde.

 

Er was eens een wijze mens die zijn huis verliet en op weg  ging.  Hij liet alles achter : zijn bed, zijn kleren, zijn geld.

Hij wist niet waar hij terecht zou komen.

Hij vertrok eenvoudig.  Elke ochtend moest hij beslissen in welke richting hij verder zou gaan.  Slechts één richting was daarbij uitgesloten : de weg terug.

Ook een andere wijze mens was op reis gegaan.  Zijn huis lag in een heel andere wereld, ver verwijderd van die van de eerste wijze.  Maar voor het overige hadden zij veel gemeen :

beiden hadden zij bijna niets bij zich,

beiden wisten zij hun bestemming niet

en beiden zochten zij met hartstochtelijke gedrevenheid de rechtvaardigheid.

Dat laatste zal het wel geweest zijn waardoor zij elkaar ont­moetten.  Misschien bevredigt dit soort verklaring u niet.

Maar er zijn gebeurtenissen die alleen met woorden van machte­loosheid te beschrijven zijn.  Zo is het ook met het toeval van deze ontmoeting.  Waarom kruisen zich de wegen van beide mensen anders dan omdat elk van hen het pad der rechtvaar­digheid volgde ?

Toch waren zij zeer verrast toen zij elkaar zagen.

Zij begroet­ten elkaar met de enige groet die helemaal duidelijk is en voor geen misverstand vatbaar : ze deelden wat ze nog aan over­gebleven voedsel bij zich hadden.

Toen zij de volgende ochtend wakker werden moesten zij besluiten hoe zij verder zouden gaan.  Dat was een moeilijke beslissing.  Ze konden er nu immers niet meer mee volstaan voor zichzelf te kiezen welke weg ze zouden nemen.  Ze moesten met elkaar overleggen of ze wel samen konden en hoe dan en in welke richting.

Dat bracht onder hen grote onzekerheid teweeg.  Zij hadden gedacht dat de weg van de rechtvaardigheid zou zijn afgelegd op de dag dat zij de ander tegenkwamen.  Zij hadden 't zich zo voorgesteld dat dan direct en vanzelf de weg van de liefde zou beginnen.  Maar het bleek dat het pad gewoon doorliep en nu pas ècht zware eisen ging stellen.


Ze sloegen dit pad in.  Soms gaf het pad even wat meer ruimte.  Dan liepen ze gemakkelijk en vrij.  Ze glimlachten naar elkaar en voelden merkwaardigerwijs de behoefte weer dichter bij elkaar te lopen.  Maar een ogenblik later was de doorgang zo nauw dat ze op elkaar gedrukt werden.  Ze deden elkaar pijn en zaten elkaar in de weg.  Het was hun redding dat ze niets meegenomen hadden.

Nee, ze hadden alleen zichzelf en vanaf de kruising van de wegen elkaar.  Er was niemand aan wie ze konden vragen waar ergens de weg van de liefde begon.  Dat dreigde hen te ontmoedigen.  Maar standvastig als ze waren en vast besloten hun oorspronkelijk plan uit te voeren gingen zij door op het smalle pad van de rechtvaardigheid.  Zo helemaal op elkaar aangewezen werden ze vindingrijk jegens elkander.  Zodoen­de gebeurde het op een dag dat zij besloten aan elkaar de weg van de liefde te vragen.

Op diezelfde dag begrepen ze dat ze nu op de weg van de liefde liepen.

 

 

ZEGEN MIJN KINDEREN

                                                                                                       uit : Als christenen samen komen

Ik leg de namen van mijn kinderen

in uw zegenende handen.

Schrijf ze daarin op,

vergeet ze niet,

laat ze niet verzanden

in wat schittert aan de buitenkant.

 

Houdt Gij mijn lieve kinderen vast

als ik ze los moet laten,

en zij hun eigen weg door het leven gaan.

Dat zij voortstappen op vaste baan

en niet de levensstijl verlaten

die Gij ons hebt voorgedaan.

 

Ik vraag U niet,

ze te sparen voor elke leed.

Wees Gij hun troost en bemoediging

als zij eenzaam zijn en bang.

Blijf ze nabij

als het donker wordt in hun leven

en zij de weg niet meer weten

die leidt naar vrede.

 

Reik hun de hand en open hun ogen

voor het beloofde land

hier en in den hoge.

In Uw zegenende handen leg ik

de naam van mijn kinderen.

 

 

EVANGELIE

 

Uit de blijde boodschap van onze Heer Jezus Christus vol­gens Mat­theus.

 

In die tijd zei Jezus :

" Kom en wees deelgenoot van Mijn leven, want jij hebt Mij ontmoet en bemind in alles en allen.

Ik was in nood en jij had tijd om Mij te ont­vangen in de drukte van je werk.

Ik deed je pijn en je vergaf me

en je hield geen wrok in je hart.

Ik was ziek en jij luisterde naar Mij met je bloemen en je warme lach.

Ik werd geminacht en jij bleef Mij liefhebben, heel Mijn persoon zoals Ik was.

Kom en wees deelgenoot van Mijn leven,

want jij hebt Mij ontmoet en bemind in alles en allen."

 

 

Uit de blijde boodschap van onze Heer Jezus Christus vol­gens Mat­theus.  (19 : 1‑12)


Toen vertrok Jezus vandaar, en ging naar het gebied van Judea en naar het Overjordaanse.  En weer kwam er veel volk naar Hem toe, en onderwees Hij hen, zoals Hij gewoon was.

Ook de Fari­zeeën kwamen naar Hem toe, en vroegen, om Hem op de proef te stellen, of een man zijn vrouw mag versto­ten.

Hij gaf hun ten antwoord :

" Wat heeft Mozes U geboden ?"

Ze zeiden : " Mozes heeft toege­staan een scheidingsbrief te schrij­ven, en haar zo te verstoten."

Jezus antwoordde hun : " Om de hardheid van uw gemoed heeft Mozes u deze wet gegeven ; maar van de aanvang der schepping af, heeft God hen man en vrouw ge­maakt ; daarom zal de mens vader en moeder verlaten, om zich te hechten aan zijn vrouw en deze twee zullen één lichaam zijn.  Ze zijn dus geen twee meer, maar één lichaam.  Wat dus God heeft verenigd, dat scheide geen mens."

 

 

Uit de blijde boodschap van onze Heer Jezus Christus vol­gens Matteüs.

 

Op zekere dag kwamen Farizeeën bij Jezus.

Zij wilden hem op de proef stellen en vroegen :

" Mag een man scheiden van zijn vrouw om welke reden dan ook ? "

Jezus antwoordde hun :

" Hebt gij niet gelezen dat de Schepper van het eerste begin af de mens als man en vrouw geschapen heeft en dat Hij ge­zegd heeft :

Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten om zich te hechten aan zijn vrouw en die twee zullen één worden.

Dan zijn zij niet langer twee, maar één.

Wat God zo heeft verbonden, dat mag een mens niet schei­den. "

 

 

Uit de blijde boodschap van onze Heer Jezus Christus vol­gens Matteüs (6, 25-35)

 

Jezus sprak tot zijn leerlingen :

" Wees niet bezorgd voor uw leven,

wat ge zult eten of wat ge zult drinken,

en ook niet voor uw lichaam, wat ge zult aantrekken.

Is het leven niet méér dan het voedsel

en het lichaam niet méér dan kleding ?

Let eens op de vogels in de lucht :

ze zaaien niet en maaien niet

en verzamelen niet in schuren,

maar uw hemelse Vader voedt ze.

Zijt gij dan niet veel méér dan zij ?

Trouwens, wie van u is in staat met al zijn tobben

aan zijn levensweg één el toe te voegen ?

En wat maakt gij U zorgen over kleding ?

Kijkt naar de leliën in het veld :

hoe ze groeien. Ze arbeiden noch spinnen.

Toch zeg ik u : zelfs Salomo in al zijn pracht

was niet gekleed als één van hen.

Als God nu het veldgewas

dat vandaag nog op het veld staat

en morgen in de oven wordt geworpen, zo kleedt,

hoe­veel te meer dan u, kleingelovigen ?

Maakt U dus geen zorgen over de vraag

wat zullen wij drinken of wat zullen wij aantrekken ?

Want dat alles jagen de heidenen na.

Uw hemelse Vader weet wel dat gij al deze dingen

nodig hebt. Maar zoek eerst gerechtigheid :

Dan zal dat alles u erbij gegeven worden.

Maakt u dus geen zorgen over de dag van morgen,

want de dag van morgen zorgt voor zichzelf.


Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen leed. "

 

 

Uit de blijde boodschap van onze Heer Jezus Christus vol­gens Mat­theus.

 

Toen zei Jezus : " Niet ieder die tot mij zegt : Heer, Heer ! zal binnengaan in het Rijk der hemelen, maar hij die de wil doet van Mijn Vader die in de hemel is.

 

Wie dat doet kan men vergelijken met een verstandig man, die zijn huis op rotsgrond bouwde.  De regen viel, de bergstro­men kwamen omlaag, de storm stak op en zij stortten zich op dat huis, maar het viel niet in, want het stond gegrondvest op de rots.

 

Maar ieder die deze woorden van Mij hoort doch er niet naar handelt, kan men vergelijken met een dwaas, die zijn huis bouwde op het zand.

De regen viel, de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij beukten op dat huis.  Het werd volledig verwoest! "

 

 

Uit de blijde boodschap van onze Heer Jezus Christus vol­gens Marcus (10, 6-9)

 

In die tijd zei Jezus :

" In het begin, bij de schepping, heeft God de mens als man en vrouw gemaakt.  Daarom zal de man zijn moeder en vader verlaten om zich te hechten aan zijn vrouw en deze twee zullen één lichaam worden, ze zijn dus niet langer twee, één lichaam als zij zijn geworden.  Wat God derhalve heeft verbon­den, mag een mens niet scheiden. "

 

 

Uit de blijde boodschap van onze Heer Jezus Christus vol­gens Lucas

 

Die dag waren er twee van hen op weg naar Emmaüs.

Terwijl ze ontgoocheld spraken over alles wat gebeurd was,

kwam Jezus zelf bij hen en vergezelde hen.

Maar zij herken­den Hem niet.

Zo kwamen ze in het dorp waar ze zijn moesten,

en Hij deed alsof Hij nog verder wilde.

Maar ze drongen bij Hem aan :

" Blijf toch bij ons, want het wordt al avond. "

Hij ging met hen naar binnen, en bleef bij hen.

Toen ze aan tafel zaten, nam Hij het brood,

sprak de zegen uit, brak het in stukken en reikte het hen toe.

Nu gingen hun ogen open : ze herkenden Hem !

Maar op hetzelfde ogenblik was Hij verdwe­nen.

Ze zeiden tegen elkaar :

" Werd ons hart niet warm toen Hij onderweg met ons sprak en ons de schriften uitlegde. "

Ze spoedden zich terug en vertelden aan de anderen wat ze beleefd hadden, en hoe ze Hem herkend hadden bij het breken van het brood.

 

 

Uit de blijde boodschap van onze Heer Jezus Christus vol­gens Johannes.

 

Tijdens het laatste avondmaal zei Jezus :

" Als er liefde onder jullie is, zal ieder onder jullie kunnen zien dat je mijn leerlingen bent.

Dat is de opdracht die ik jullie geef : hou van elkaar.

Blijf trouw aan de liefde : ik heb veel van jullie gehouden.

Ik zeg jullie dit opdat mijn vreugde ook uw deel moge zijn.

Nogmaals : heb elkaar lief zoals ik van jullie heb gehouden. "

 

 

Uit de blijde boodschap van onze Heer Jezus Christus vol­gens Johan­nes 15, 9‑17

 


In Zijn afscheidsrede zei Jezus tot Zijn leerlingen :

" Zoals de Vader Mij heeft liefgehad,

zo heb Ik U lief­gehad, blijf in Mijn liefde.

Als gij Mijn geboden onderhoudt,

zult gij Mijn liefde blijven, zoals Ik,

die de geboden van Mijn Vader heb onderhouden,

in Zijn liefde blijf.

Dit zeg Ik U, opdat Mijn vreugde in U mag zijn

en uw vreugde volkomen mag worden.

Dit is Mijn gebod :

dat gij elkaar liefhebt zoals Ik u heb liefgehad.

Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze,

dat hij zijn liefde opoffert voor zijn vrienden.

Gij zijt Mijn vrienden, als gij doet wat Ik U opdraag.

Wees ervan overtuigd

dat gij Mij niet eerst gekozen hebt,

maar Ik U.

En Ikzelf heb U deze taak gegeven op tocht te gaan

en vruch­ten voort te brengen die blijvend mogen zijn.

Laat U niet afschrikken, stel uw hart gerust,

want de Vader zal U alles geven

wat gij Hem in Mijn naam vraagt.

Ik herhaal het nog eens,

dit is Mijn uitdrukkelijke wil:

"HEB ELKANDER LIEF".

 

 

HUWELIJKSINZEGENING

 

 

Aansteken van de huwelijkskaars  1

 

N en N,

mag ik jullie vragen samen de huwelijkskaars aan te steken, als teken dat jullie licht en warmte willen zijn voor elkaar

en voor allen die jullie zullen ontmoeten op je levensweg.

Wij allen hier aanwezig bidden vandaag voor jullie

opdat jullie liefde daadwerkelijk

een vonk van Gods liefde in deze wereld zou zijn.

 

Laat deze kaars een stille getuige zijn

van wat jullie vandaag beginnen

en geef ze ereplaats in jullie huis.

 

Als de zon schijnt en alles mooi is in jullie leven,

dan heb je deze kaars niet nodig.

Maar wanneer het donker wordt,

je elkaar blijkbaar niet meer vindt

of "houden van elkaar" moeilijk wordt,

steek dan de kaars aan als teken

dat je elkaar niet wil loslaten.

 

Laat dan het licht van deze vlam een teken zijn

dat je ondanks alles, van elkaar wilt blijven houden

en je bereid bent alles voor elkaar te doen.

 

Hou deze kaars brandend tot jullie weer heel dicht bij elkaar zijn om samen haar vlam te doven.

 

 

Aansteken van de huwelijkskaars  2


Nu zullen N en N hun huwelijkskaars aansteken.

Deze kaars gaat met hen mee naar huis

en wil een teken zijn van hun huwelijksbelofte.

N en N, de tijd is aangebroken

om in een nieuw leven te stappen.

Jullie hebben je ou­ders, familie en vrienden

hier samenge­bracht om getuigen te zijn

van jullie beloften aan elkaar.

Mag ik U allen, hier aanwezig, vragen

deze getuigenis niet enkel te aanhoren,

maar ze ook in op­rechtheid te erkennen

en ze door uw vriend­schap te steunen.

 

 

Zegening van de kaars  1

 

God, Gij zijt de bron en het begin van alle licht.

Als Gij spreekt, dan wijkt het duister voor de dag,

dan wordt het leven helder.

Wij vragen U : zegen _ deze kaars

en verhoor het gebed van onze gemeenschap.

Mag zij licht en warmte brengen in het gezin dat ze bewaart.  Mag zij ons eraan herinneren

bij dagen van vreugde en ver­driet,

dat Gij het zijt die ons behoedt,

en ons eens zult bren­gen naar de plaats

waar licht en vreug­de blij­ven tot in eeuwigheid.

 

 

Zegening van de kaars  2

 

God, onze Vader,

..... en ..... zijn vandaag iets nieuws gestart,

net zoals de kaars die vandaag voor het eerst brandt.

Laat dit vuur een teken zijn van Uw blijvende aanwe­zigheid.

Zegen deze kaars, blijf hen nabij in goede en kwade dagen, en laat telkens deze brandende kaars het vuur van Uw Geest onder hen zijn.  Amen.

 

 

Zegening van de kaars  3

 

Heer, zegen deze kaars.

Zoals deze kaars licht en warmte verspreidt,

zo mogen ook N. en N. het licht van de

waarheid, en de warmte van de liefde, doorgeven.

 

 

huwelijksondervraging 1

 

N en N hier, omgeven door uw ouders, familie en vrienden,

gaat gij met de stem van uw hart uit­spre­ken

dat ge voor elkaar gekozen hebt voor heel uw leven,

dat ge verbonden wilt zijn als man en vrouw.

Gij kent het geluk nog niet dat op u wacht,

en niet het verdriet en de zorgen

die aan niemand van ons bespaard blijven.

De liefde zal uw rijkdom en uw vreugde zijn.

Mag ik jullie dan vragen van deze trouw

te willen getuigen in Gods Kerk,

en te antwoorden op vol­gende vragen :

 


huwelijksondervraging 2

 

Gij wilt een huis bouwen op de rots.

Op Christus wilt gij steunen en vertrouwen.

Met zijn evangelie wilt gij u omkleden.

Zijn liefde neemt gij tot een gordel die u samenbindt.

Door zijn Geest wilt gij u laten bezielen,

in de kerkgemeen­schap wilt gij wonen.

Uit naam van God en van de Kerk

veroorloof ik mij u dan te vragen :

 

 

huwelijksondervraging 3

 

N. en N.,

jaren terug hebben jullie elkaar een eerste maal gevonden.

Langs voor ons onbekende wegen

hebben jullie elkaar meer­dere malen teruggevonden.

Jullie zijn naar hier gekomen

om voor iedereen die hier aan­wezig is

jullie liefde voor elkaar te getuigen.

Toch wil ik jullie vooraf drie belangrijke vragen stellen :

 

N. en N.,

zijn jullie uit vrije wil

en met volle toestemming van uw hart

naar hier gekomen om met elkaar te trouwen ?

 

N. en N. : Ja.

 

Zijn jullie bereid jullie elkaar als man en vrouw te waarderen

en in liefde voor elkaar te leven,

jullie leven lang ?

 

N. en N. : Ja.

 

Zijn jullie bereid kinderen als geschenk

uit Gods hand te aanvaarden,

hen in jullie liefde te laten delen

en hen Christus en zijn Kerk te leren kennen ?

 

N. en N. : Ja.

 

 

N en N :

Heer, geef me niets dan een heel warm hart

en grote trouwe handen,

geen staf, geen reistas, geen tweede pij,

maar alleen dat hart en die handen.

Dat hart komt vanzelf in mijn ogen wel te staan

om het leed van anderen te vinden,

die handen grijpen wel andere aan

van armen en onbemin­den.

Maar geef me alleen, Heer,

nog iemand mee met ook dat hart,

die in mijn handen dat hart soms legt

en over mijn hart die handen.

 

Priester :

God vertrouwt zijn mensen toe


aan mensen die van Hem houden.

 

N, aan jou geeft God N mee,

en jij, N, krijgt N als reisge­zel.

Aanvaard elkaar als God-gegevenen.

Mag ik jullie nu vragen elkaar de rechterhand te geven

en hier voor God, voor jullie ouders, familie en vrienden

trouw aan elkaar te beloven.

 

 

 

huwelijksondervraging 4

 

N. en N.,

 

Dikwijls hebben jullie gezegd dat je elkaar gaarne ziet.

Jullie zeiden het met een woord, een zoen, een oprechte om­helzing.

In jullie hart hebben jullie elkaar al lang trouw beloofd.

Vandaag beloven jullie elkaar dat je als man en vrouw door het leven wilt gaan.

 

Mag ik dan vragen te getuigen van deze trouw en te antwoor­den op de volgende vra­gen :

 

N. en N., zijn jullie uit vrije wil en met volle instem­ming van uw hart naar hier geko­men om met elkaar te trouwen ?

N. en N. : JA

 

Zijn jullie bereid elkaar te aanvaarden als man en vrouw en in liefde voor elkaar te leven ?

N. en N. : JA

 

Zijn jullie bereid kinderen als geschenk uit Gods hand te aanvaarden, hen in uw liefde te laten delen en hen Chris­tus en zijn kerk te leren kennen ?

N. en N. : JA

 

Mag ik jullie vragen elkaar de rechterhand te geven en hier­voor jullie familie­leden en vrienden, voor de Kerk en voor God jullie trouwbelofte uit te spreken.

 

 

trouwbelofte 1

 

N :

N, zoals ik mijn hand in de jouwe leg,

zo leg ik uit vrije wil mijn leven in jouw handen

om het met jou te delen.

Ik wil je man zijn, je echt liefhebben en waarderen.

Ik beloof je trouw te blijven zolang ik leven mag.

Ik wil je ten diepste aanvaarden en bevestigen in je anders-zijn

en je steunen bij de verdere ontplooiing van je persoonlijkheid.

Ik wil mezelf vergeten

en het gesprek steeds opnieuw begin­nen.

Als je pijn hebt wil ik je nabij zijn met troostende handen.

Zo wil ik voor jou iedere dag de dauw van kleine dingen zijn,

waarin je hart zijn morgen vindt en wordt verfrist.

 

N :

N, zoals ik mijn hand in de jouwe leg,

zo leg ik uit vrije wil mijn leven in jouw handen

opdat het ons leven en nieuw leven zou worden.

Ik wil je vrouw zijn, je echt liefhebben en waarderen.

Ik beloof je trouw te blijven zolang ik leven mag.

Ik wil je ten diepste aanvaarden en bevestigen in je anders-zijn


en je steunen bij de verdere ontplooiing van je persoonlijkheid.

Ik wil mezelf vergeten

en het gesprek steeds opnieuw begin­nen.

Als je pijn hebt wil ik je nabij zijn met troostende handen.

Zo wil ik voor jou iedere dag de dauw van kleine dingen zijn,

waarin je hart de morgen vindt en wordt verfrist.

 

N en N :

Kinderen willen we als vrucht van onze liefde,

als geschenk van God, als gave en opgave aanvaarden.

Samen willen we ze de liefde voorleven

die Jezus ons geleerd heeft,

opdat zij vrije mensen worden,

met een hart dat kan liefheb­ben en handen die kunnen geven.

Samen willen we de tegenslagen in dit leven overwinnen

vanuit de kracht van onze liefde.

Samen zullen we dan groei­en naar nieuwe hoogten

waar we God zoeken in elkaar.

Samen zullen we leven ...

 

 

trouwbelofte 2

 

Mag ik u dan vragen elkaar de rechterhand te geven en hier in deze gemeenschap van familie en vrienden je trouwbelofte uit te spreken.

 

N., neem je N. tot je vrouw

en beloof je haar trouw te blijven in goede en in kwade dagen,

in armoede en in rijkdom, in ziekte en gezondheid ?

Wil je haar liefhebben en waarderen alle dagen van je leven ?

 

N. : Ja, ik wil !

 

N., neem je N. tot je man

en beloof je hem trouw te blijven in goede en kwade dagen,

in armoede en rijkdom, in ziekte en gezondheid ?

Wil je hem liefhebben en waarderen alle dagen van je leven ?

 

N. : Ja, ik wil !

 

 

trouwbelofte 3

 

Priester : Ik nodig u uit om voor God,

voor de kerkgemeen­schap,

voor uw familie en vrien­den te bevesti­gen

dat u on­voor­waar­delijk voor elkaar kiest,

met heel uw hart en heel uw geweten,

dat u in groei­ende liefde en trouw

voor elkaar wilt open­bloeien

en naar elkaar groeien als man en vrouw.

Wil nu elkaar de rechterhand geven

om uw gel­ofte van trouw uit te spreken

voor God en voor ons allen.

 

N :  N, ik wil uw man zijn

en ik beloof u trouw te blijven

in goede en kwade dagen, armoede en rijkdom,

in ziekte en gezondheid,

ik wil u liefhebben en waarderen al de dagen van mijn leven.


N : N, ik wil uw vrouw zijn

en ik beloof u trouw te blijven

in goede en kwade dagen, in armoede en rijkdom,

in ziekte en gezondheid,

ik wil u liefhebben en waarderen al de dagen van mijn leven.

 

N en N :

Wij willen samen man en vrouw zijn

en we beloven elkaar trouw te blijven.

We willen elkaar steu­nen

als het leven eens wat zwaarder doorweegt

en vol waar­dering en begrip voor elkaar

samen door het leven gaan.

Wij willen elkaar graag zien en onze liefde met kinderen delen.

Wij zijn bereid onze bijdrage te leveren voor de wereld

die voor alle mensen de moeite waard is.

 

 

trouwbelofte 4

 

N :

N, ik wil je man zijn en ik beloof je trouw te blijven.

Ik wil je liefhebben al de dagen van mijn leven.

 

N :

N, ik wil je vrouw zijn en ik beloof je trouw te blijven.

Ik wil je liefhebben al de dagen van mijn leven.

 

 

 

trouwbelofte 5

 

Geef dan elkaar de rechterhand en spreek voor God

en voor deze gemeenschap van familie en vrienden

je trouwbelofte uit.

 

N :

N, omdat ik van je hou wil ik je man zijn.

Ik wil voor je instaan, naar je luisteren,

ik wil je waarderen en aanvaarden zoals je bent.

Ik zal je trouw blijven al de dagen van mijn leven.

Ik beloof voor de kinderen die ons gegeven mogen worden

een lieve vader te zijn en samen met jou

een gezin te vormen waarin het goed is om te leven.

Ik wil samen met jou door het leven gaan

en mijn taak als man en vader met liefde vervullen.

Ik ben blij dat ik jou leerde kennen en nu kan vragen :

N, wil je mijn vrouw worden ?

 

N :

Ja N, omdat ik van je hou wil ik je vrouw zijn.

Ik wil voor je zorgen en je gelukkig maken.

Ik zal je nabij zijn in vreugde en verdriet,

heel mijn leven lang.

Ik beloof een goede moeder te zijn voor onze kinderen

en ze samen met jou

geborgenheid te bieden in een veilige thuis.

Ik wil je steeds bijstaan

en mijn taak als vrouw en moeder met liefde vervullen.

 


 

trouwbelofte 6

 

Geef dan elkaar de rechterhand en spreek voor God

en voor deze gemeenschap van familie en vrienden

je trouwbelofte uit.

 

N :

N, eens zijn we dezelfde weg opgegaan,

een weg waarop ik je beter leren kennen heb

en steeds meer van je gaan houden ben.

Graag wil ik je man zijn

en samen met jou aan onze toekomst bouwen.

Ik wil met jou de blijde maar ook de droeve momen­ten delen.

Ik wil steeds trachten jou te aanvaarden in je anders-zijn.

N, ik beloof je al mijn liefde en trouw.

Ik hoop dat jij, en de kinderen waarvan wij dromen,

zich steeds gedragen mogen voelen.

 

N :

N, naarmate ik je beter leerde kennen

ben ik meer en meer van je gaan houden.

Dit "houden van" wil ik echt dag na dag

trachten waar te maken.

Ik wil steeds trachten je anders-zijn

als een verrijking in mijn leven te aanvaarden.

Ik beloof je onze verbondenheid met zorg te bewaren

en steeds als nieuw te ervaren.

Samen met jou wil ik ons huis openstellen voor iedereen.

Samen met jou wil ik God danken

omdat wij er mogen zijn voor elkaar.

N, ik ben blij dat ik je vrouw mag zijn !

 

Voortaan zal de Kerkgemeenschap jullie beschouwen als gehuwden.  Moge de Heer jullie samenzijn en jullie leven zegenen.  AMEN.

 

 

 

trouwbelofte 7

 

Geef dan elkaar de rechterhand en spreek voor God

en voor deze gemeenschap van familie en vrienden

je trouwbelofte uit.

 

Ik geloof in jou N, en heb je lief.

Ik wil je man zijn.

Samen met jou wil ik de droom van mijn leven uitbouwen,

een thuis stichten waar het goed is om te leven,

voor ons en onze kinderen.

Ik beloof je trouw te zijn in goede en kwade dagen,

in armoede en rijkdom, in ziekte en gezondheid.

 

Ja N, ik ben blij dat ik je leerde kennen

en ik wil je vrouw zijn.

Ik wil je liefhebben en trouw blijven,

alle dagen van ons leven.

Ik wil proberen, samen met jou,

een mooie toekomst uit te bouwen.

 

 


trouwbelofte 8

 

De weg van de liefde heeft jullie tot hier ge­bracht.

Vanaf nu wordt die liefde realiteit ;

liefde die mooi kan zijn maar ook soms hard.

Een lange vermoeiende maar prachtige weg

ligt voor jullie open : de weg van het huwelijksleven.

Vertel het, vertel aan elkaar, aan al deze mensen en aan God, dat jullie elkaar trouw blijven voor het hele leven.

 

N.:

Mijn lieve N.,

dat ik jou vandaag tot mijn man kies, is een vrije en bewuste keuze. Ik hou van je en wil van je blijven houden. Ik wil bij je zijn, zoals ik ben, anders dan jij, maar dat is goed zo.

Samen zullen we voortaan het leven delen, zowel de gelukkige momenten als de pijnlijke dagen. Met jou wil ik een echte thuis bouwen van liefde, vriendschap en geborgenheid, voor ons en onze kinderen. Heel graag wil ik samen met jou onze kinderen begeleiden tot vrije, blije mensen die kunnen kiezen, kunnen delen, kunnen liefhebben.

N., ik hoop dat we samen echt gelukkig worden.

 

N.:

 

Mijn lieve N.,

ik wil dat mijn leven in het jouwe huist en dat ik met jou de seizoenen deel. Ik wil met je oud worden omdat mijn hart voor jou gekozen heeft. Ik wil achter je staan als de wereld je miskent en je kleiner wil maken dan je bent. Ik wil graag de vader van onze kinderen worden en ze met jou ontvangen als een geschenk en ze opvoeden in liefde en gerechtigheid.

Maar ik wil vooral, liefste, geen woorden strooien in de wind, geen woorden die alleen voor dichters zijn. Mijn woorden zijn maar echt als je ze koestert en bemint opdat ze zouden leven.

N., ik hoop dat we samen echt gelukkig worden.

 

 

trouwbelofte 9

 

N. :

 

N., bij jou voel ik me goed,

bij jou vind ik rust, warmte en begrip.

Jij bent het van wie ik zielsveel hou.

Daarom wil ik je man zijn,

en ik beloof je trouw te blijven

in goede en kwade dagen,

in armoede en rijkdom,

in ziekte en gezondheid.

Laat me je liefhebben, steunen en waarderen

al de dagen van mijn leven.

 

N. :

 

N., bij jou voel ik me goed,

bij jou vind ik rust, warmte en begrip.

Jij bent het van wie ik zielsveel hou.

Daarom wil ik je vrouw zijn,

en ik beloof je trouw te blijven

in goede en kwade dagen,

in armoede en rijkdom,

in ziekte en gezondheid.

Laat me je liefhebben, steunen en waarderen

al de dagen van mijn leven.

 


Gedenk steeds dit ja-woord dat jullie aan elkaar hebben gege­ven.  Wees voortaan één in hart, één in geest, één in leven.  Namens de kerkgemeenschap verklaar ik deze ver­bin­tenis voor heilig en onaan­tastbaar.

Moge de Heer jullie huwelijk zegenen.

Wat God verbonden heeft zal een mens nooit scheiden.

 

 

kerkelijke bevestiging

 

Voortaan zal de kerkgemeenschap jullie beschouwen als gehuwden. Mogen jullie leven voor elkaars geluk. Wees voor elkaar een veilige thuis van vrede en geborgenheid.

Vind bij elkaar de kracht om samen zinvol te leven en te werken.

Jezus Christus moge altijd met jullie zijn, alle dagen tot in de eeuwen der eeuwen.

Amen.

 

 

zegening van de ringen  1

 

Heer, zegen deze ringen,

laat ze voor N. en N. een teken blijven

van hun wederzijdse trouw en genegenheid.

 

N. : N., neem deze ring, het teken van mijn liefde en trouw.

 

N. : N., neem deze ring, het teken van mijn liefde en trouw.

 

 

zegening van de ringen  2

 

Heer, onze God, deze twee mensen staan hier nu voor U

als man en vrouw.

Deze ringen zijn een teken van hun trouw aan el­kaar.

Zegen, Heer, deze ringen die een blijvend teken zijn

dat zij in uw Naam met elkaar ver­bonden zijn.

 

N : N, neem deze ring, het teken van mijn liefde en trouw.

 

N : N, neem deze ring, het teken van mijn liefde en trouw. 

 

 

zegening van de ringen  3

 

Als teken van jullie eewige liefde

geven jullie aan elkaar een ring.

Ringen zijn rond, ze kennen geen begin en geen einde.

Ze zijn het symbool van de einde­loze liefde,

liefde die steeds verder­gaat.

 

Heer, zegen deze ringen.

Laat ze voor N en N een teken zijn

van wederzijdse trouw en genegenheid.

 

N:

N, ik schenk je deze ring als teken van mijn liefde en trouw.

N:

N, ik schenk je deze ring als teken van mijn liefde en trouw.

 

 

zegening van de ringen  4

 


Heer zegen deze ringen.

Laat ze voor N en N een teken blijven

van hun wederzijdse trouw en genegenheid.

Dat de gehuw­den dit sieraad dragen

en hun trouw bewaren als een kostba­re parel.

Geef nu elkaar deze ringen en draag ze met eer.

 

N:

N, ik schenk je deze ring als teken van mijn liefde en trouw.

N:

N, ik schenk je deze ring als teken van mijn liefde en trouw.

 

 

zegening van de ringen  5

 

Liefde vergaat nooit.

Deze liefde kent een mooi symbool, een ring,

zonder begin of einde, altijd rond.

Steeds verder een teken

over de dood heen,

dat de andere blijft dragen, ook na de dood.

 

Zo'n teken willen N. en N. elkaar geven, een ring aan elkaars vinger gestoken als symbool van een durende liefde.

 

Heer, zegen deze ringen

die N. en N. elkaar geven.

Dat de ringen die zij elkaar geven

het blijvend teken mogen zijn

dat zij in Uw naam

met elkaar verbonden zijn.

 

N.:N.,

ik geloof in je

ik hoop op je

ik heb je lief.

Aanvaard deze ring,

niet als een knellende band,

maar als een teken van mijn liefde

die in vrijheid laat groeien.

 

N.:N.,

ik geloof in je

ik hoop op je

ik heb je lief.

Aanvaard deze ring,

niet als een knellende band,

maar als een teken van mijn liefde

die in vrijheid laat groeien.

 

 

zegening van de ringen  6

 

Echte liefde vergaat nooit en die liefde heeft een mooi sym­bool : een ring. Dit teken willen N. en N. aan elkaar geven. Heer, zegen deze ringen en laat ze blijvend teken zijn van hun wederzijdse liefde en trouw.

 

N., neem deze ring als teken van liefde en trouw.

Hij heeft geen begin en geen einde.

Hij is eindeloos, net als mijn liefde voor jou.


N., neem deze ring als teken van liefde en trouw.

Hij heeft geen begin en geen einde.

Hij is eindeloos, net als mijn liefde voor jou.

 

 

(tussen reeds gehuwden)

 

N :

N, ik wil je aanvaarden en liefhebben zoals je bent,

je dagelijks bijstaan in voor- en tegenspoed zodat je mij,

ons gezin en vrienden, steeds met grote levenskracht

kunt bemin­nen.

Ik wil je steunen opdat ons gezin ook een veilige thuisha­ven zou zijn voor anderen.

Omdat ik van je hou, en als symbool van vertrouwen

geef ik je deze ring.

 

N :

N, ik wil je aanvaarden en liefhebben zoals je bent,

je dagelijks in alles bijstaan,

je de vrijheid en de kracht geven

om nog meer jezelf te wor­den zodat je mij, ons gezin,

de anderen en de wereld met hernieuwd vertrouwen

tegemoet kan gaan.

Ik heb vertrouwen dat je me al je liefde en genegen­heid zult schenken, in voorspoed en beproeving.

Als teken van verbondenheid met jou geef ik je deze ring.

 

N : N, dit is jouw ring, hij heeft geen begin en geen einde,

hij is eindeloos als mijn liefde voor jou.

Draag hem als teken van mijn liefde en mijn trouw.

 

N : N, dit is jouw ring, hij heeft geen begin en geen einde,

hij is eindeloos als mijn liefde voor jou.

Draag hem als teken van mijn liefde en mijn trouw.

 

Dat teken van trouw dat u elkaar gegeven hebt, moge altijd en op­nieuw een bron zijn van geluk en levenskracht.

In naam van de Vader, en de Zoon en de Heilige Geest.

 

 

tekenen van het register

 

Mag ik nu N en N vragen om in naam van ons allen

te komen tekenen dat we als gemeenschap

achter hen willen staan.

 

N en N, willen jullie nu als getuigen naar het altaar komen

om met uw handtekening dit verbond te bevestigen

in het officiële register van de Kerk.

 

N Wij zijn gelukkig te mogen bevestigen

dat wij van dit eerlijk "ja-woord" getuigen zijn ge­weest.

 

N Wij danken jullie, N en N,

dat jullie ons hiervoor hebben uitgeno­digd.

Jullie mogen rekenen op onze trouw en vriend­schap.

Blijf één en gelukkig.

 

 

VOORBEDEN  1

 


Laat ons nu samen bidden tot God, onze Vader.

 

- Voor N. en N. dat zij gelukkig mogen worden in hun huwelijk,

  dat hun leven met elkaar vol vreugde mag zijn,

  en dat hun liefde mag groeien door de jaren heen.

 

WIJ BIDDEN U, VERHOOR ONS HEER

 

- Voor de ouders van de gehuwden, hun broers, zusters,

  groot­ouders, familieleden en vrienden,

  voor allen die hen met hun vriendschap

  en liefde hebben omringd.

 

WIJ BIDDEN U, VERHOOR ONS HEER

 

- Bidden wij voor allen

  die hier vandaag niet meer bij ons kun­nen zijn.

  Dankbaar herinneren wij ons al het goede dat zij achterlieten.

 

WIJ BIDDEN U, VERHOOR ONS HEER

 

 

VOORBEDEN  2

 

- Voor N. en N.,

  dat zij met hart en ziel van elkaar blijven houden

  en dat zij de kracht vinden om hun liefde uit te stralen

  voor allen die zij ontmoeten.

  Laat ons bidden.

 

WIJ BIDDEN U VERHOOR ONS HEER.

 

- Laten we bidden dat het huis waarin N. en N.­ zullen wonen,

  niet een hoop stenen is waarin ze worden opgesloten,

  maar wel een thuis waar vriendschap,

  liefde en gezelligheid heerst,

  een plaats van ontmoeting waar iedereen welkom is.

  Laat ons bidden.

 

WIJ BIDDEN U VERHOOR ONS HEER.

 

- Voor de ouders van de jonggehuwden,

  voor het gezin waarin ze zijn opgegroeid,

  voor allen die hen met zorgen hebben omringd

  of hen door vriendschap hebben verblijd,

  dat ze zich van­daag beloond mogen weten

  voor de liefde en de zorg die zij aan hen hebben besteed.

  Laat ons bidden.

 

WIJ BIDDEN U VERHOOR ONS HEER.

 

 

 

VOORBEDEN  3

 

Vrienden, nu wij getuige geweest zijn van dit huwelijk,

nodig ik jullie uit te bidden tot God, onze Vader.

 

- Voor N en N, dat zij leren met veel begrip

  en groot geduld naar elkaar toe te groeien,


  dat zij de kracht vinden om in elkaar te blijven geloven

  en alle vreugde en pijn met elkaar te delen.

  Laat ons bid­den.

 

- Voor onze gestorven familieleden, in het bijzonder voor ... :

  dat de liefdevolle herinnering die wij van hen overhouden

  mag blijven voort­leven in ons hart.  Laat ons bidden.

 

- Voor allen die nood hebben aan warmte en genegenheid,

  voor hen die te kampen hebben met ziekte,

  handicap of eenzaamheid,

  dat zij steun en begrip en waar­de­ring mogen vinden.

  Laat ons bidden.

 

- Bidden we tenslotte voor ons allemaal en voor de mensen

  die ons dage­lijks omringen.

  Dat we iedere dag opnieuw vrede mogen ervaren

  en ze ook uitdra­gen aan de anderen.

  Slechts door die vrede zorgen we

  voor een aangename omgeving,

  waar het goed is om te leven.  Laat ons bidden.

 

 

VOORBEDEN  4

 

N en N, nog bijna alles van jullie toekomst

is voor jullie verbor­gen.

Je kent het geluk nog niet dat op jullie wacht,

maar ook het verdriet en de zorgen niet

die aan nie­mand van ons voor­bij gaan.

Maar als je weet dat je voortaan nooit meer alleen zal staan,

dan is deze dag het begin van een mooi verhaal,

laat ons de Heer loven en danken.

 

- Voor N en N, dat zij gelukkig mogen blijven zoals vandaag.

  Dat hun liefde van dag tot dag mag toenemen,

  dat ze leren samen voelen, denken en leven.

  Mogen ze de wil vinden om elke dag opnieuw

  van elkaar te houden en niet te verstarren in alledaagsheid.

 

- Laat ons bidden voor de ouders van N en N,

  als dank voor de thuis

  waar ze zoveel liefde en goedheid hebben meegekregen,

  dat ze deze dag niet ervaren als een afscheid,

  maar zich beloond weten voor hun liefde

  voor hun kinderen en voor elkaar.

 

- Laat ons bidden voor hun zus, broer en schoonzus,

  dat er steeds een band van vriendschap en genegenheid

  mag zijn.

 

- Laat ons bidden voor de grootmoeders, familieleden en

  vrienden, als dank voor de mooie momenten

  die N en N met hen mochten delen,

  dat de band van gene­genheid en vriendschap

  mag blijven bestaan en dat ze zich bij hen

  steeds mogen thuisvoelen.

 

- Laat ons bidden voor al onze overleden familieleden en

  vrienden, (in het bijzonder voor onze grootouders)


  die hier niet meer kunnen bij zijn.

 

 

VOORBEDEN  5

 

- Voor alle mensen hier aanwezig :

  laat ons allen delen in de vrede, in de liefde

  die onze jong­gehuwden uitstralen.  Laat ons bidden.

 

WIJ BIDDEN U, VERHOOR ONS, HEER.

 

- Voor de ouders van N en N :

  zij hebben er een zoon of dochter bij.

  Laat ze open staan voor dit jonge gezin

  en hen aanvaar­den en steunen.  Laat ons bidden.

 

WIJ BIDDEN U, VERHOOR ONS, HEER.

 

- Heel speciaal vragen wij voor ons jonge paar

  een leven vol liefde met elkaar,

  aanvaarding van de ander zoals hij of zij is,

  blij en gelukkig zijn met wat hen gegeven is.

  Laat ons bidden.

 

WIJ BIDDEN U, VERHOOR ONS, HEER.

 

- N, jij was voor mij en mijn zus een beetje een tweede moeke,

  een grote zus, een dikke vriend.

  Samen met alle baby-sit-kindjes wens ik

  jou en je beste vriend N een leven vol vreugde,

  geluk en hopen babietjes.  Laat ons bidden.

 

WIJ BIDDEN U, VERHOOR ONS, HEER.

 

 

VOORBEDEN  6

 

- Laten wij bidden voor onze ouders, familie en vrienden.

  Dat zij samen met ons een stukje op weg gaan,

  ons helpen waar het nodig is,

  ons kracht geven om de lange laan recht te kunnen begaan.

  Laat ons bidden.

 

- Laat ons bidden dat wij durven geloven

  dat liefde een groei­kern is

  waardoor het mogelijk is echte menselijke, christelijke relaties

  op te bouwen.  Laat ons bidden.

 

- Laat ons tenslotte bidden dat wij blijven geloven in mensen,

  dat mensen meer mens kunnen worden aan elkaar,

  door elkaar en voor elkaar

  en dat ieder van ons daartoe zijn steentje bijdraagt.

  Laat ons bidden.

 

 

VOORBEDEN  7

 

- Laat ons bidden voor N en N,

  dat ze gelukkig blijven in hun liefde voor elkaar,

  dat ze de kracht vinden om in elkaar te blijven geloven


  en alle vreugde en alle pijn van harte met elkaar te delen.

  Dat ze de kinderen, die Gij hen wilt schenken,

  mogen opvoeden met diepe toewijding en liefde.

 

- Laat ons bidden voor de ouders van N en N,

  als dank voor de thuis

  waar ze zoveel goedheid hebben meegekregen.

  Zij waren er altijd om troost en steun en goede raad te

  geven als dat nodig was.

  Dat ze deze dag niet ervaren als een afscheid,

  maar zich beloond weten voor de liefde

  voor hun kinderen en voor elkaar.

 

- Laat ons bidden voor de ouders, broer en zus van N en N,

  als dank voor het vele harde werk van de laatste maanden

  en de mooie start die zij door hun hulp kunnen maken.

 

 

- Laat ons bidden voor onze overleden grootouders,

  familie­leden en vrienden die deze blijde gebeurtenis

  niet meer kunnen meevieren.

  Dat wij met een dankbaar hart blijven gedenken

  wat zij voor ons betekenden

  en dat zij eeuwig gelukkig mogen zijn bij de Heer.

 

Almachtige God, dat mensen elkaar kunnen liefhebben en on­voor­waar­delijk trouw beloven, is een wonder dat naar U wijst.

Gij zijt de bron van alle liefde.  Maak ons hart altijd ruimer en dieper, geef het de afmetingen van het hart van Uw Zoon, Jezus Christus, onze Heer.  Amen.

 

 

VOORBEDEN  8

 

Elk mensenleven bestaat uit een aaneenschakeling van pretti­ge en droeve gebeurtenissen.  Echte liefde bestaat erin om droeve feiten om te buigen tot verdiepende ervaringen die de band met elkaar hechter en hechter doet worden.

Bidden wij in deze viering voor alle gezinnen en verloofden die het nu hard hebben.  Moge de voor hen nu moeilijke tijd wegen openen naar mooie dagen.

Laat ons bidden.

 

- Heer, maak dat deze twee jonge mensen elkaar goed begrij­pen in het alledaagse leven.  Dat ze een goed gezin opbou­wen en dat ze hun ouders, broers en zussen blijven liefheb­ben als mensen die bij hen leven.  Laat ons bidden.

 

- Heer, leer N en N verwonderend en bewonderend leven.

Geef dat zij de mogelijkheden, maar ook de moeilijkheden van elkaar aanvaarden, als middel tot wederzijdse verrijking en voltooiing.  Leer hen open staan voor wat er leeft in anderen elke dag opnieuw.  Laat ons bidden.

 

 

VOORBEDEN  9

 

Laat ons nu bidden tot God, onze Vader.  Hij alleen kan het verbond van liefde dat hier vandaag bezegeld wordt voltooien.

 

Voor onze gehuwden, dat zij gelukkig mogen worden in hun huwelijk, dat hun liefde van dag tot dag moge groeien en dat hun leven met elkaar vol vreugde mag zijn.  Laat ons bidden.

 

Luister naar ons bidden, Heer.

 


Voor de ouders van de gehuwden, voor het gezin waarin zij zijn opgegroeid, voor allen die hen met liefde en zorg hebben omringd.  Dat zij deze dag niet als een afscheid ervaren, maar dat zij zich beloond weten voor de liefde en de zorg die ze aan deze jonge mensen hebben besteed.  Laat ons bidden.

 

Luister naar ons bidden, Heer.

 

Voor allen die de warmte en de genegenheid van een geluk­kig gezin niet kennen : dat zij bij de gehuwden steun vinden en gastvrijheid, begrip en waardering.  Laat ons bidden.

 

Luister naar ons bidden, Heer.

 

God, wees deze gehuwden nabij in hun liefste wensen, in hun diepste momenten, in alles wat zij samen dromen.  Wees Gij de band van hun liefde, de rots waarop zij hun gezin bouwen.  Door Christus, onze Heer.

 

 

OFFERGAVEBEREIDING

 

N In ieder huis staat een tafel,

een huiselijke kring waar we eten en drinken,

geven en nemen, feest vieren,

elkaar vinden in vrede en geluk.

Ook hier staat een tafel

en net als thuis vieren we feest.

Ik breng bloemen mee

die het leven mooi maken

en zorgen voor een feestelijk tintje.

 

N Ik breng kaarsen,

die licht en warmte geven

en een symbool zijn van warme liefde.

 

N Ik breng brood waarvan wij alle dagen eten.

Leer N en N mild en dankbaar

het brood breken en delen

zoals Jezus zelf heeft gedaan

en nog alle dagen voor ons doet.

 

N Ik breng de wijn die vreugde schenkt

en deze dag tot een feest maakt.

Wijn die het teken is van vriendschap,

iets dat we steeds bij elkaar willen terugvinden.

Want 't is goed een wereld op te bouwen

waar alle mensen vrienden zijn,

waar jij en ik vreugde geven,

van hand tot hand, van groot tot klein.

 

 

GEBED OVER DE GAVEN

 

1.       God, wij bidden U, dat wij voor elkaar mogen zijn,

zoals dit brood en deze wijn die wij U opdragen :

gewoon en toch onmisbaar.

Dat dit alledaags voedsel een heilig teken moge worden

van onze en Uw liefde.  Amen.

 

2.       Heer, met blijdschap bieden wij U deze gaven aan.

Alles wat wij voor elkander zijn en doen


is het brood waarvan wij alle dagen eten,

is ook de wijn die vreugde schenkt

en deze dag tot een feest maakt.

Wij bidden U, bewaar in Uw goedheid allen hier aanwezig.

AMEN.

 

3.       Heer, aanvaard deze gaven.

Brood en wijn hebben wij op tafel gezet

om Jezus' liefde te gedenken.

Almachtige God, laat Uw voedsel en drank nooit ontbreken

aan de tafel van deze jonge mensen.

Leer hen mild en dankbaar hun brood breken

en de wijn rondreiken zoals Gijzelf gedaan hebt

en blijft doen.

Wij bidden U, bewaar in Uw goedheid N. en N.,

die U voor het leven hebt bijeengebracht.

 

4.       Heer,

Laat Uw spijs en drank nooit ontbreken

op de tafel van deze mensen.

Dat hun huis mag zijn :

een gastvrij huis van vrede, goedheid en overvloed.

Leer hen mild en bedachtzaam zijn,

en dankbaar het brood breken en de beker aanreiken,

zoals Gijzelf hebt gedaan, zoals Gij blijft doen,

alle dagen en voor alle mensen,

door Christus Jezus onze Heer.   Amen.

 

5.       Er is een lange weg van graan naar brood,

van druiven tot wijn.

Er is een lange weg van zaaien tot plantjes,

van zon en regen, van arbeid en seizoenen,

van genade en mensen.

Het is de weg van het leven over het afsterven heen.

Deze tekenen Heer, brengen ons uw leven,

uw weg in herin­nering, vandaag,

maar ook alle dagen van ons leven.

 

6.       Heer, het dagelijkse brood

waarvan een mens uiteindelijk maar leven kan, is de trouw.

De liefde is het leven in zijn vol­heid

­zoals een beker met zijn wijn.

Daarom vragen wij U met N en N het brood te breken,

en van de beker te drinken ;

en bidden wij dat zij hun leven voor elkaar

voedzaam willen maken als brood en wijn.

Door Christus onze Heer.  AMEN

 

7.       Heer, onze God, een tafel met brood en wijn

is een teken van een gezin dat samen is,

een teken van mensen die delen met elkaar.

Aanvaard deze eenvoudige gaven,

alles wat ons iedere dag bezighoudt en be­roert :

ons werk en onze zorgen, onze blijdschap

en ons verlangen om met el­kaar het leven te delen.

Laat dan dit brood en deze wijn een teken worden

van Jezus' liefde voor allen hier aan­wezig.

Amen.

 

 


PREFATIE  1

 

U danken wij, Heer God,

dat Gij de mensen schept om voor elkaar

man en vrouw,

hemel en aarde,

zee en vuur te zijn.

U danken wij,

dat Gij de mens een evenbeeld geeft

waaraan hij zich kan herkennen,

U die de mens schept naar Uw beeld.

U prijzen wij,

dat man en vrouw elkaar tot leven kunnen roepen,

dat zij bij elkaar iets kunnen vermoeden

van Uw heerlijkheid.

 

Daarom danken wij U vandaag

op deze dag van verwondering en vreugde

en zeggen/zingen  :

 

 

PREFATIE  2

 

 

Heilige Vader, machtige eeuwige God,

om recht te doen aan Uw heerlijkheid,

om heil en genezing te vinden,

zullen wij U danken, altijd en overal,

door Christus onze Heer.

 

Want door het sacrament van het huwelijk

wekt Gij in man en vrouw eenzelfde gezindheid van hart,

eenzelfde verlangen naar vrede,

bereidheid om de liefde mee te delen

die in U zijn oorsprong heeft.

 

Gij staat gereed om hen te begeleiden

en op te nemen in Uw genade.

Zo maakt Gij de wereld bewoonbaar,

zo geeft Gij aan Uw volk een nieuwe jeugd.

 

Daarom met alle engelen, machten en krachten,

met allen die staan voor Uw troon,

loven en aanbid­den wij U en zeggen/zingen vol vreugde :

 

Heilig, heilig, heilig de Heer, ...

 

 

PREFATIE  3

 

Dank omdat deze twee mensen elkaar op een schone dag

hebben ontmoet en erkend hebben

dat zij voor elkaar waren gemaakt. 

Omdat zij zich vandaag aan elkaar geven

zoals zij dat nog nooit hebben gedaan.

Dank omdat zij naar elkaar zijn toegegroeid

en bij elkaar dingen hebben ontdekt

die van hen alleen zijn

en die hen nog dichter bij elkaar hebben gebracht :

hun ge­dachten, hun gebaren, hun glimlach


als zovele gaven uit uw hand.

Wij danken om dit alles samen

met de ganse gemeenschap van uw Kerk.

 

 

PREFATIE  4

 

Wij danken U, God :

Gij hebt ons geschapen om op weg te gaan naar U

en in liefde te leven met elkaar.

Gij geeft ons ogen om elkaar te zien

en een mond om met elkaar te spre­ken.

Gij legt de liefde in ons hart

om niet alleen het goede met elkaar te delen,

maar ook wat moeilijk is.

Zo hebt Gij ons gemaakt en mogen wij Uw kinde­ren zijn.

Blij danken wij U hiervoor met alle men­sen die in U geloven. En met alle heili­gen en engelen zeggen/zingen wij :

 

 

PREFATIE  5

 

Wij zijn gelukkig en mogen elkaar gelukkig maken.

Dank U, dat wij elkaar gevonden hebben, Heer.

Dank U, dat wij gezond zijn

en plannen kunnen maken voor de toekomst.

Dank U, voor de ogen waarmee wij elkaar mogen zien.

Dank U, voor de tederheid die wij elkaar mogen schenken.

Wij danken U en leggen ons geluk in uw handen.

Gij maakt alles goed, Gij zijt liefde.

Laat ons elkaar steeds beter leren kennen

en erkennen dat wij voor elkaar bestemd zijn.

Daarom zeggen wij U dank

en loven Uw Naam met de woor­den :

 

 

PREFATIE  6

 

Ja God, het is goed dat wij U samen danken

en dat al wat adem heeft U looft,

want U bent de vader van alle mensen.

U hebt ons voor elkaar gemaakt.

De liefde tussen man en vrouw is Uw ge­heim,

van U komt de zorg van de ouders,

de aanhanke­lijkheid van de kinderen

en het verlan­gen van elk mensenhart om goed te zijn.

Wij danken U vooral voor Jezus Christus

die als mens ons zeer nabij is,

die door zijn bevrij­dend leven

alle muren van angst doorbreekt.

 

 

PREFATIE  7

 

Wij danken U, Heer God,

dat Gij de mensen schept om voor elkaar man en vrouw,

broer en zus, hemel en aarde te zijn.

U danken wij, dat Gij de mens een even­beeld geeft,

waarin hij zich kan herkennen.

U, die mensen uitnodigt om alles een naam te geven,


U prijzen wij dat mensen samen kunnen geven :

grote en kleine namen, lieve en schone namen,

oude namen die het verleden laten leven,

nieuwe namen die de toekomst openen.

U, die mensen schept naar Uw beeld,

U prij­zen wij

dat man en vrouw elkaar tot leven kunnen roe­pen,

dat zij bij elkaar iets kunnen vermoeden van Uw heerlijkheid.

Daarom danken wij U vandaag, op deze dag van vreugde.

 

 

PREFATIE 8

 

God, Gij die de oorsprong weet van licht en donker,

van water en land, van dieren en planten,

van man en vrouw, van alles wat deze aarde bevolkt,

Gij hebt de mens lief, zo onuitputtelijk lief,

reeds duizenden jaren in de mensengeschiedenis.

In uw goedheid hebt Gij de mens

in zo een hoge waardigheid verheven

dat Gij in de verbintenis van man en vrouw

uw eigen liefde uit kunt beelden,

Gij die alle wegen hebt omgebogen

zodat deze twee jonge mensen elkaar hebben gevonden.

Gij die hen nu uw goddelijke liefde openbaart

in het sakrament van het huwelijk,

wij danken U dat Gij het zo en niet anders hebt gedaan

en wij noemen U:

 

heilig ...

 

 

EUCHARISTISCH HOOGGEBED  1

 

Wat geen oog heeft gezien,

wat geen oor heeft gehoord,

wat in geen mensenhart is opgekomen,

hebt Gij, God,

bereid voor allen die U liefhebben.

Gij hebt U geopenbaard als een God

die er alles voor over heeft

als wij mensen maar tot leven komen.

 

Zoals een moeder haar kind draagt,

zoals een vader opkomt voor z'n zoon,

zo zijt Gij voor ons een trouwe God

die doet wat Gij zegt, die Uw verbond bewaart.

Ook als ons hart ons aanklaagt,

uw hart is groter dan een mensenhart.

Ook als wij worden verscheurd door onze gebrokenheid,

uw barmhartigheid kent geen grens.

 

Biddend en vol eerbied

willen wij gedenken

wat Gij voor ons gedaan hebt

in Jezus Uw Zoon.

Getekend als een slaaf

heeft Hij zichzelf overgeleverd,

werd het brood voor ons gebroken,

een beker die overvloeit van leven,


het lam dat naar de slachtbank geleid,

de zonde van de wereld wegneemt.

 

Die - ten teken van wat hem bezielde -

op de avond voor zijn lijden en dood

het brood nam, de zegenbede sprak,

het brood brak en uitdeelde met de woorden :

Neem en eet hiervan, gij allen,

dit is het lichaam dat voor u gebroken wordt.

Doe dit tot mijn gedachtenis.

 

Zo nam Hij na de maaltijd ook de beker,

zegende het en liet het rondgaan met de woorden :

Neem en drink hieruit,

dit is de beker van het nieuwe verbond,

dit is het bloed

voor u vergoten tot vergeving van de zonden.

Doe dit tot mijn gedachtenis.

 

Daarom, God,

gedenken wij zijn lijden en dood

en in Hem, allen die lijden en sterven,

die zijn weg gaan ten einde toe.

En wij roepen zijn Naam,

de Levende, verrezen voor altijd :

Jezus de Heer, de Gezalfde, Uw Dienstknecht.

Wij bidden U :

Zend ons Uw Heilige Geest, adem ons open,

opdat wij ontvankelijk mogen zijn

voor het geheim van iedere mens.

 

Verwarm ons hart,

opdat wij het wonder van ons leven

mogen beschermen voor elkaar.

Besproei ons met de dauw van Uw mildheid en mededogen

opdat wij elkaar van dag tot dag

met nieuwe ogen mogen zien,

opdat wij elkaars tekorten mogen dragen.

 

Maak ons krachtig en sterk

opdat wij wegen mogen zoeken van vrede.

Dat ons hart vol mag zijn van Uw  gerechtigheid

voor allen die leven.

Laat die gezindheid in ons heersen

die was in Hem, Jezus, Uw Zoon,

opdat wij op Hem mogen gelijken

in leven en in sterven.

 

Zo willen wij Uw Naam verheerlijken

door Hem, met Hem en in Hem die met U leeft

in de eenheid van de Geest, God van eeuwigheid

tot eeuwigheid.  AMEN.

 

 

EUCHARISTISCH HOOGGEBED  2

 

Goede Vader,

Wij danken U voor Jezus, Uw zoon,

die ons kwam leren wie Gij zijt.

Zijn boodschap geeft zin aan ons leven :


in Hem blijft Gij ons nabij.

Door hem groeien wij in liefde voor U

en voor allen die met ons op weg zijn.

God, onze Vader, wij vragen U :

zend over dit brood en deze wijn de kracht van uw Geest,

nu wij hier samen zijn om hem te gedenken,

die zich aan U en aan ieder van ons

gegeven heeft tot het uiterste.

 

Die op de avond voor zijn lijden en dood

het brood in zijn handen heeft genomen,

en zijn ogen opgeslagen heeft naar U,

God, zijn almachtige Vader,

de zegen uitgesproken heeft, het brood gebroken

en aan zijn leerlingen gegeven met de woorden :

 

"Neem en eet hiervan, gij allen,

want dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt".

 

Zo nam hij ook, toen zij gegeten hadden,

de beker in zijn handen,

Hij sprak de zegen en het dankgebed,

reikte hem over aan zijn leerlingen en zei :

 

"Neem deze beker en drink hier allen uit,

want dit is de beker van het nieuwe, altijddurende ver­bond,

dit is mijn bloed, dat voor u en alle mensen wordt vergoten

tot vergeving van de zonden.

Blijf dit doen om mij te gedenken."

 

 

EUCHARISTISCH HOOGGEBED  3

 

Ja Vader, boven alles dan­ken wij U

omwille van Jezus, uw Zoon en onze Heer,

die met ons de weg door het leven gaat.

Wij weten Hem zo menselijk dichtbij,

dat wij Hem onze Broe­der mogen noemen.

Hij spreekt ons aan met mensen­woorden.

Hij heeft ons gezegd en voorgedaan wat leven,

wat liefde en trouw vermogen.

Hij heeft ons laten zien hoe ver de handen reiken

van mensen die geloven in U en in el­kaar.

In de nacht voor Zijn lijden en sterven

heeft Hij de zijnen samen­geroepen rond Zijn tafel

en hun een teken gegeven om nooit te vergeten :

 

Hij nam het brood in Zijn handen, sprak een dankgebed,

brak het en deelde het uit met de woorden :

 

Neem en eet, dit is Mijn lichaam,

dat voor u gegeven wordt.

 

Na de maaltijd heeft Hij ook de beker geno­men.

Opnieuw sprak Hij een dankgebed,

en reikte de beker aan Zijn vrienden met de woo­rden :

 

neem deze beker en drink hier allen uit, want

dit is de beker van het nieuwe, altijddurende verbond ;

dit is Mijn bloed, dat voor u en alle mensen


wordt vergoten tot vergeving van de zonden.

Blijf dit doen om Mij te geden­ken.

 

Verkondigen wij het mysterie van het geloof :

 

Heer Jezus, wij verkondigen Uw dood

en wij belijden tot Gij wederkeert,

dat Gij verrezen zijt.

 

Daarom blijven wij Zijn dood en verrijzenis herdenken,

Zijn opgang naar U, die in de hemel is,

en Zijn verheerlijking aan Uw rech­terhand.

Aanvaard daarom dit teken van ons geloof :

Zijn brood, dat leven geeft,

Zijn beker, die ons redt van de dood.

Zend Uw Geest over ons neer.

Maak nieuwe mensen van ons, die,

naar het voorbeeld van Jezus,

en in verbondenheid met de Kerk,

meer bedacht zijn op dienen dan op gediend te worden,

die liever goed zijn en ver­geving schenken

dan eisen stellen en oor­delen vellen.

 

Wij bidden U vandaag voor N en N

 

die hier hun leven in elkaars handen hebben ge­legd.

Laat hen in Uw Geest krachtig worden ;

dat hun samenleven mag spreken

van vertrouwen en mildheid voor elkaar,

dat hun dagen vrucht­baar worden in de vreugde

en het geluk om elkaar,

dat hun liefde haar voltooiing vindt

door goedheid en overgave aan elkaar.

 

Trek Uw hand nooit van ons af,

houd ons allen samen voor altijd

in de liefde van Jezus Chri­stus, Uw Zoon en onze Heer.

Door Hem en met Hem en in Hem

zal Uw naam geprezen zijn, Heer onze God,

almachtige Va­der,

in de eenheid van de Heilige Geest,

hier en nu en tot in de eeuwigheid.

 

 

EUCHARISTISCH HOOGGEBED  4

 

In ieder huis staat een tafel, een tafel met stoelen,

een huiselij­ke kring van eten en drinken, geven en nemen,

kans op vrede en geluk.

Ook hier staat een tafel gedekt met brood en wijn,

teken van mensen die eenheid zoeken

verder dan eigen huis en haard.

Teken van mensen die sa­men spreken en bidden,

die elkaar van dienst willen zijn

in woorden van begrip, in werken van vrede.

 

Eens stond er een tafel in de stad

waar Christus zijn laatste uur beleefde,

de tafel van zijn af­scheidsmaal.

Zijn leerlingen als leden van een gezin riep hij aan tafel.


Hij nam het brood en sprak :

 

Neem en eet hiervan, gij allen, want dit is Mijn lichaam

dat voor u gegeven wordt.

 

Na de maaltijd nam hij de beker in Zijn handen, dankte U opnieuw en reikte hem aan Zijn leerlingen en sprak :

 

Neem deze beker en drink hier allen uit,

want dit is de beker van het nieuwe altijddurende ver­bond,

dit is Mijn bloed dat voor u en voor allen wordt vergoten

tot verge­ving van de zonden.

Blijf dit doen om Mij te geden­ken.

 

Verkondigen wij het mysterie van het geloof :

 

Heer Jezus, wij verkondigen Uw dood,

en wij belijden tot gij wederkeert,

dat Gij verrezen zijt.

 

God, wij willen gelovig erkennen en dankbaar uitspreken

wat wij hier doen :

wij zijn samen in vriendschap en goedheid,

in lief en leed horen we bij elkaar.

Wij ontvangen Uw gaven en vermoeden Uw nabijheid.

Zo geven wij elkaar wat Gij ons geeft,

vandaag en alle dagen.

 

 

EUCHARISTISCH HOOGGEBED  5

 

Goede Vader, wij geloven dat Gij midden onder ons leeft

en ons altijd nabij zijt.

Wij danken U

omdat Gij deze twee men­sen tot elkaar hebt gebracht.

Wij danken U God, omdat zij mogen openstaan

voor het wonder van de liefde.

Wij danken U voor Uw zegen.

Heer, Uw zoon is het woord geworden.

Hij gaf een teken in brood en wijn

om zeker te zijn dat we het gehoord hadden.

Men probeerde Zijn herinnering te doden,

maar Uw liefde wei­gerde te sterven.

 

Elke keer dat we nu het brood breken,

herleeft de betekenis van de liefde.

Wij bidden U God,

bevestig nu ook Uw verbond van Liefde met ons

en laat Uw veelgeliefde Zoon onder ons aanwezig zijn.

 

Want in de nacht waarin Hij werd overgeleverd,

nam Hij het brood, sprak daarover het dankgebed uit,

brak het en gaf het aan Zijn leerlingen met de woorden :

 

Neem en eet hiervan gij allen,

want dit is Mijn lichaam dat voor u gegeven wordt.

 

Dan nam Hij de beker, sprak opnieuw het dankgebed uit

en reikte hem over aan Zijn leerlingen met de woorden :

 


Neem en drink hiervan gij allen,

want dit is de beker van het nieuwe, altijddurende verbond.

Dit is Mijn bloed dat voor u en alle mensen ver­goten wordt

tot vergeving van de zonden.

Blijf dit doen om Mij te gedenken.

Verkondigen wij het mysterie van ons geloof :

 

Heer Jezus, wij verkondigen Uw dood

en wij belijden tot Gij wederkeert,

dat Gij verrezen zijt.

 

Hier gedenken wij, goede Vader,

de dood en de verrijzenis van Jezus,

de Redder van de we­reld.

Hij heeft zichzelf aan onze handen toevertrouwd

om het offer te zijn dat wij U thans opdragen

en om het naar U toe te leiden.

Verhoor ons, Heer, onze God,

deel uw Geest van liefde mee aan allen

die aan deze tafel aanzit­ten.

Dat wij ons meer verbonden weten met uw kerk,

met paus Johannes Paulus II, met onze bisschoppen,

en met allen die werken voor uw volk.

Ver­geet niet hen van wie wij houden,

onze ouders, onze grootou­ders

en evenmin degenen van wie we niet genoeg houden.

Herin­ner U allen die gestorven zijn

en ontvang hen met liefde in uw huis.

 

Almachtige Vader, wij smeken U :

bewaar ons in uw eeuwige liefde.

Open onze ogen voor de nood in de wereld,

breng alle volke­ren en standen bijeen.

Dan zal er vreugde zijn op aarde,

vrijheid en vrede in Jezus' naam.

Laat dit huwelijk een belofte zijn voor de toekomst

en mogen al onze verlangens in vervulling gaan

door Jezus Christus, Uw Zoon.

Breng ons bij U samen met de Maagd Mari­a,

Moeder van God en onze Moeder,

als de dag gekomen is voor het grote feest

in het Koninkrijk der hemelen.

Dan zullen allen die vriend van Jezus zijn,

U toezinge­n en blijven toezingen.

 

Door Hem en met Hem en in Hem

zal Uw Naam geprezen zijn, Heer onze God, Almachtige Vader,

in de eenheid van de Heilige Geest,

hier en nu tot in de eeu­wigheid.  Amen

 

 

EUCHARISTISCH HOOGGEBED  6

 

Almachtige God,

midden in ons leven staat de Blijde Bood­schap van Uw Zoon.

In Hem herkennen we iets

van het won­derbaar mys­terie van onze liefde.

Weldoende ging Hij rond,

schonk vertrouwen aan de mens,

geloofde in zijn mogelijkheden


en sprak woorden van waar­de­ring en troost.

Samen willen wij voortaan Zijn boodschap beleven :

in de tekenen van een handdruk, een zoen,

rond de tafel waar wij ons dage­lijks brood breken

en wijn drinken uit vreugde.

 

Wanneer Hij op de avond voor Zijn lijden

met zijn vrienden bijeen was,

nam Hij het brood in Zijn handen,

keerde zich tot U, God, zegen­de het brood,

brak het en gaf het aan ieder van hen, en zei :

 

Neem en eet hiervan, dit is Mijn lichaam,

dit ben ik, brood dat gegeven en gebroken wordt.

 

Eveneens nam Hij de beker met wijn in Zijn handen,

keerde zich tot U, God, Zijn Vader,

en dankte voor alles.

Hij zegende de be­ker, deelde hem rond en zei :

 

Neem en drink, dit is Mijn leven,

dit ben Ik, in vreugde aan u gegeven.

 

Heer Jezus, wij verkondigen Uw dood,

en wij belijden tot Gij wederkee­rt,

tot Gij ver­rezen zijt.

 

Heer, onze God, wees Gij ons nabij in Uw Zoon

en laat ons delen in Zijn leven.

Dat onze handen verzoening mogen brengen,

ons huis een thuis mag zijn.

Dankbaarheid om dit bestaan, vertrouwen in de toekomst ...

zetten ons op weg.

Uw naam zal gekend zijn en worden uitgesproken door ons,

naar het voorbeeld van Uw Zoon,

die van U gehouden heeft al de dagen van Zijn leven.

 

 

ONZE VADER  1

 

Onze Vader, die in de hemelen zijt,

geheiligd zij Uw naam.

Uw rijk kome,

Uw wil geschiede op aarde

als in de hemel.</