Het Heilig Land ontdekken en beleven

"Geen klassieke reis met overnachting in hotel met volpension. Maar wel een reis naar het Beloofde Land voor Joden, christenen en moslims. Een tocht, deels te voet, deels per wagen of met het openbaar vervoer, waar we zelf ons potje koken en thee of koffie zetten, slapen in jeugdherbergen of ergens in een kerk. Het programma is in grote lijnen uitgetekend maar biedt toch ruimte voor een creatieve invulling ...

Een tocht voor vijftien jonge mensen, die samen op zoek willen gaan naar de wortels van leven en geloof, die met elkaar groep willen vormen en alles willen delen aan zorgen en vreugde, verwondering en ongeloof, een tocht met eindeloze gesprekken en emoties in liederen gegoten." (vrij naar VAKANTIEKRANT '99)



REISVERSLAG 1999

...

Zo vertrokken wij naar het Beloofde Land om er tien dagen niet alleen de historische plaatsen uit een ver religieus verleden te bezoeken, maar ook de mensen die er nu leven als christen, moslim of jood te ontmoeten. We konden met eigen ogen zien en met eigen oren horen hoe mensen stappen zetten naar vrede, naar sjaloom, naar salaam, en welke moeite zij zich daarvoor willen getroosten.

Hetgeen volgt is gťťn 'gewoon' reisverslag, maar een sfeerbeeld van onze reis, uitgewerkt rond thema's waarin de plaatselijke cultuur het meest verschilt van de onze.

De Natuur

Een tocht door het Karmelgebergte is een mooi voorsmaakje van wat de natuur van IsraŽl te bieden heeft. Deze keten van 25 km sluit de vruchtbare vlakte Esdrelon af van de Middellandse Zee. Aan deze streek heeft de orde van de Karmelieten zijn naam en oorsprong te danken. Meer naar het Noordoosten, tegen de grens met SyriŽ treffen we de Golan hoogte aan. Dit hooggelegen gebied geeft een prachtig vergezicht op de omliggende streken. Het is dan ook evident dat het plateau, gekend uit de nieuwsberichten, militair sterk is uitgebouwd. De enige beweging die we daar aantroffen is die van tanks en militairen. Dit strategisch gebied is door IsraŽl van SyriŽ ontnomen in juni 1967. Het is dus geen aanrader voor een 14-daagse relaxerende vakantie, maar de Golan doorkruisen met een minibus geeft toch een aparte ervaring. Men kon hier onmiddellijk vaststellen dat de contacten met buurlanden als SyriŽ nog zeer gespannen en vijandig zijn. Het UNO-kamp dat we helemaal tegen de grens hebben zien liggen moet hier voor enige bemiddeling zorgen.

Het exotische vakantiegevoel kwam wel op bij het naderen van de Dode Zee. Toch moest die met een korrel zout worden genomen. Ze zag er aantrekkelijker uit dan ze aanvoelt. De Dode Zee ligt namelijk op 400m onder de zeespiegel van de Middellandse Zee en heeft dan zelf nog eens een diepte van 400m. Hiermee is het een van de diepste punten van de aarde en daarin moeten we de verklaring zoeken van het ontzettend hoge zoutgehalte van 27 %. Het water van de Jordaan vindt in deze kom in de woestijn zijn eindpunt en kan niet meer verder wegvloeien. Verdamping door de verschroeiende hitte daar is de enige uitweg voor het water, waardoor zouten en mineralen achterblijven. Het hoge zoutgehalte bepaalt de dichtheid van het zeewater, groter dan dat van de mens, waardoor we dus blijven drijven.

Die korte tijd in de woestijn, had iets onrealistisch. Gezeten in een met airco voorzien busje, rustig genieten in een aangename temperatuur, terwijl buiten een verschroeiende hitte heerste. Het was alsof je thuis in de zetel voor de TV lag en keek naar een aflevering van National Geographic, weliswaar niet ondertiteld. Wanneer de schuifdeuren van het busje geopend werden en je buiten ging, werd je plots geconfronteerd met de werkelijkheid. Je hersenen lieten je instinctmatig aan totale uitdroging denken waardoor je in een handbeweging nog een fles water meegrabbelde. Daar stond je dan, en slikte even bij het idee van een dropping. Nee, dan maar even drinken en snel terug het koele busje in. Zij die het wat langer volhielden, kregen plots hallucinaties van zeeŽn vol met water. Later bleken dit geen hallucinaties te zijn, maar zag je in de verte de Dode Zee liggen.

Op het eerste gezicht leek het een gewone zee. Daar zat juist het gevaar. In plaats van spetterend het water in te lopen en te eindigen met een duik, moest je nu over een spijkerbed van zoutkristallen rustig het water inwandelen. Dit om te vermijden dat enkele druppeltjes zout water in je ogen, je een gevoel van spontane zelfontbranding zouden geven. Het was een apart gevoel, blijven drijven. Het deed me denken aan Jezus die deze stunt reeds 2000 jaar geleden deed, maar dan wel op gewoon water hier in de buurt. Dit was anders, zelfs de ongelovigsten onder ons bleken niet te zinken. Pech, het had wat meer plaats in de minibusjes kunnen opleveren.

Een opfrissing in de Dode Zee en in de oase van Ein Gedi ernaast was niet te versmaden vooraleer het bezoek aan Massada aan te vangen. Deze gigantische 'rots' bood een prachtig panorama, langs de ene kant over de Dode Zee, langs de andere kant over de woestijn van Judea. Massada is het bastion van de IsraŽlieten. In 73 na Christus hebben de laatste joodse verzetsstrijders tegen de Romeinen zich hier teruggetrokken. Een groep van 960 Zeloten voorzag volledig in eigen behoefte in deze erbarmelijke omstandigheden. Lang hebben ze stand gehouden, maar uiteindelijk verkozen ze liever door zelfmoord om het leven te komen dan te vallen in de handen van de Romeinen.

Het meer van Galilea, daar deed Jezus zijn ding. Praktisch gezien een betere keuze dan de Dode Zee, het is er iets frisser en je kan er rustig vissen. Hoewel rustig, we hebben een tocht gemaakt op het meer met een boot identiek zoals de boten in Jezus' tijd. Er was enkel een zacht briesje dat voor wat heen- en weergeschut zorgde, maar sommigen onder ons dachten reeds dat ze zich op een stormsimulator bevonden. Het was dus gemakkelijk je in te beelden wat een stevige rukwind had kunnen aanrichten. De apostelen die bang werden tijdens een storm werden plots volledig begrepen.

Delen

In Tabgha, de plaats van de broodvermenigvuldiging, vierden we in open lucht eucharistie langs het meer van Galilea. De loeiende wind waaide gelukkig de boodschap niet weg, want in de groep verdwenen geleidelijk heel wat materiŽle grenzen. Waar we ons in het begin nog vastklampten aan 'mijn' fles water, 'mijn' petje of 'mijn' zitplaats in het busje, werden die zaken steeds meer volgens behoefte uitgewisseld en gedeeld.

Land van Joden en Palestijnen

Dat de Joden er geen al te goede betrekkingen met hun buurlanden op na houden was ons reeds uit de media bekend en we hebben het op onze tocht door de grensstreek met Libanon en door de Golan hoogte kunnen vaststellen. De spanningen tussen Joden en Palestijnen speken echter nog het meest tot de verbeelding. Reeds van in de Oud-testamentische tijden leven IsraŽlieten en Filistijnen (Palestijnen) in hetzelfde Beloofde Land op voet van oorlog met elkaar. Met de oprichting van een onafhankelijke Palestijnse staat zijn nog lang niet alle problemen opgelost. Dat merkten we aan de scherpe grenscontroles tussen IsraŽl en Palestina, aan het wantrouwen waarmee onze busjes (met IsraŽlische nummerplaat) in de Westbank (Westelijke Jordaanoever) werden aangekeken, aan de gespannen stilte van de Palestijnse lifter die een eind met ons meereed, omdat wij hem in het Engels (Amerikaans ?) aanspraken. We merkten het ook aan de Joodse nederzettingen die her en der op Palestijns grondgebied terug te vinden zijn. Jacob, de Melkitische priester van Bethlehem, legde ons uit hoe het sinds de onafhankelijkheid voor Palestijnen vrijwel onmogelijk is geworden om IsraŽl binnen te komen, hoewel ze er vroeger vaak werkten en voor handel en buitenlands verkeer nog steeds van IsraŽl afhankelijk zijn. Tijdens een busrit door het nieuwe Jeruzalem vertelde een jonge Joodse man ons dat de Joden zich echt bedreigd voelen door de Palestijnen. Zij vinden maatregelen tegen de Palestijnen noodzakelijk om zichzelf te beschermen.

Ontmoetingen

Op onze pelgrimstocht zijn we het meest met de Palestijnse bevolking in contact gekomen. De meeste Christenen in de streek zijn trouwens Palestijnen. Ze kwamen ons voor als heel open en gastvrije mensen. Wanneer we in een Palestijns restaurantje gingen eten - wat meestal een keer per dag gebeurde - werden geen inspanningen gespaard om ons in de kortst mogelijke tijd de lokale specialiteit - meestal falafel, schapenvlees en ongedesemd brood - voor te zetten en ons te verfrissen met ijsgekoeld water of een al even koud Palestijns biertje. Een BedoeÔen langs wiens huis we voorbijkwamen tijdens de dagtocht, nodigde ons uit om samen met hem koffie te drinken en cactus te eten. Zijn nomadenbestaan had hij moeten opgeven omdat de regering iedereen verplicht een vaste woonplaats te hebben. Ondanks zijn ogenschijnlijk primitieve levensomstandigheden was de man goed op de hoogte van de actualiteit. Hij kende BelgiŽ van koning Boudewijn en had zo ook zijn eigen theorie omtrent de dioxynecrisis. Met de Joodse bevolking hebben we maar weinig contact gehad.

Onze tocht leidde ook langs enkele 'bekende Vlamingen', voor wie het Heilig Land hun thuis is geworden, en die er een huis voor iedereen van trachten te maken. Zo maakten we in Nazareth kennis met Adeline Peyskens uit Eine-Oudenaarde. Meer dan veertig jaar geleden stichtte ze er een christelijk schooltje, dat echter voor alle godsdiensten openstond. Nu is het schooltje uitgegroeid tot een prestigieus internaat waar kinderen van Christenen en Moslims probleemloos leren samenleven, en waar men ook goede contacten met Joodse scholen onderhoudt. Wegens haar hoge leeftijd en afnemend gezichtsvermogen moet ze steeds vaker het bed houden en de praktische zaken aan anderen toevertrouwen. Maar wanneer ze over haar levensproject praat, dan laait het vuur in haar ogen weer op als de zon die haar verblindde.

Twee nachten mochten we logeren op de berg van Jacob Willebrands, in het mini- klooster dat hij eigenhandig uit de grond stampte. Of beter gezegd uit de grond kapte, want de mysterieuze rotskapel bevindt zich op drie meter diepte. In die onwezenlijke plaats binnen de aarde, gezeten op een stenen troon, vertelde deze monnik ons zijn levensverhaal. Hoe hij al op zijn 14de besliste om naar IsraŽl te trekken, maar pas na 30 jaar berustend wachten van zijn abt de zegen kreeg om te vertrekken. "Als God het wil, dan komt het er wel" luidt zijn levensmotto, en dat vertrouwen straalt de kwieke tachtiger nog altijd uit in zijn werk en gebed.

In de drukkende hitte van Jeruzalem, toen ieders lichaam het bijna liet afweten, klopten we onverwachts aan bij de Zusters van het Werk. Hun vrolijke gastvrijheid, zelfgemaakte cakes en fris vruchtensap verkwikten ons al snel. We werden bijna jaloers op de bezinnende missionarissen (Witte Paters van Afrika) die zij in hun oase van groen en stilte van brood en bed voorzien.

Bethlehem en Jeruzalem

Hoewel Bethlehem en Jeruzalem maar 10 km uiteen liggen, zijn het totaal verschillende steden. Bethlehem is een Palestijnse stad. Moslims en Christenen leven er in wederzijds respect naast elkaar. Met de steun van het buitenland wordt de stad volop verbouwd in aanloop naar het jaar 2000. Er is nog heel wat werk voor de boeg : de meeste straten liggen open. Met de wagen geraakten we de stad niet in. Een voettocht door stoffige steegjes leerde ons al gauw dat de voetwassing meer dan zomaar een ritueel gebruik is.

We kregen meer en meer de indruk dat Bethlehem een arme, vervallen stad is, die nog vlug een laagje vernis krijgt voordat de toeristen komen. De mensen die we er ontmoetten, waren echter heel gastvrij. We aten in een klein Palestijns restaurantje en mochten de nacht doorbrengen bij een Melchitisch echtpaar, de pastoor van Bethlehem

en zijn vrouw. Hun huis is vlakbij de Mechitische kerk, op vijf minuten wandelen van het centrum, waar zich de moskee en de geboortekerk bevinden.

Van op het herdersveld aan de rand van Bethlehem konden we Jeruzalem al zien liggen. Als we even later door de Schaapspoort, de oude stad binnenwandelden en langs de Via Dolorosa (kruisweg) in de Soeks (overdekte winkelstraatjes) terechtkwamen, kregen we de indruk van een verzorgde toeristische stad. Met trekpleisters als de klaagmuur, de Heilige Grafkerk en de moskee met de Gouden Koepel lijkt de stad wel een openluchtmuseum. Jeruzalem, stad van vrede. Een wandeling over de daken in de Arabische wijk liet ons echter een andere kant van Jeruzalem zien. Kleine huisjes waarin Moslimfamilies wonen. Vuilnis, gewoon op straat gegooid. En dan plots, middenin die Arabische wijk, een woonblok met prikkeldraad omheind; de vlag op het dak verraadt dat het een Joodse nederzetting is. Jeruzalem, de verdeelde stad waar Joden en Palestijnen zich onveilig voelen. Overal lopen gewapende groepen IsraŽlische soldaten. Vooraleer we de klaagmuur en het tempelplein mochten bezoeken, werd onze bagage grondig doorzocht.

Heilige plaatsen

Onze pelgrimstocht leidde ons naar talrijke synagogen, moskeeŽn, kerken en andere heiligdommen. Het binnengaan was telkens weer een hele belevenis. De lange broek of rok aantrekken, het hoofd en de schouders bedekkenÖ In de moskeeŽn moesten ook de schoenen uit. Het leek ons allemaal omslachtig en we vonden het soms zelfs grappig, maar uiteindelijk gaat het om een teken van respect voor de plaats en voor de mensen die er hun godsdienst beleven.

De meeste kerken die we bezochten werden gebouwd op plaatsen die naar gebeurtenissen in het leven van Jezus verwijzen. Het best bekend zijn de Geboortekerk in Bethlehem en de Heilige Grafkerk in Jeruzalem. Het bezoek aan deze kerken was voor de meesten van ons een ontgoocheling. De hoge muren, grote schilderijen en koperen luchters in de Geboortekerk (alles met een laag roet bedekt) riep bij ons helemaal niet het beeld van een schamele stal op, waarin het Kind in een kribbe lag. De schitterende grafkapel en het blinkende altaar op Golgotha in de Heilige Grafkerk deden ons niet denken aan de Jezus die een slavendood stierf. Het viel ons ook op hoe elke Christelijke kerkgemeenschap op deze twee plaatsen angstvallig aan haar eigen afgebakende terrein vasthoudt. Naast de Geboortekerk, die aan verscheidene Orthodoxe gemeenschappen toebehoort, staat een Katholieke Franciscanenkerk. De Ethiopische en Koptische Christenen hebben elk hun eigen kapel op het dak van de Heilige Grafkerk gebouwd.

Van een heel andere stijl zijn de kerken gebouwd door de Italiaanse architect Barluzzi. Tijdens de afdaling van de Olijfberg bezochten we de basiliek van Gethsemane, de plaats waar Jezus in de nacht voor zijn dood met enkele van zijn leerlingen ging bidden. Barluzzi weet op een unieke manier de doodsangst van Jezus in deze kerk op te roepen. Onze absolute voorkeur ging echter uit naar de Sint-Annakerk naast de tuin van de Zusters van het Werk. De eenvoud en de akoestiek stralen echtheid uit. We ontdekten ook dat een Jezuservaring niet gebonden is aan een concrete plaats. De afdaling van de Olijfberg doorheen het Cedrondal, gaf ons minstens een even grote religieuze ervaring.


Terugkeren naar de homepage van de Vrienden van Ons Heilig Land


Laatst bijgewerkt door Renaat DE PAEPE op 26-7-2009