BEDEVAARTEN

NAAR ONS HEILIG LAND


Enkele getuigenverslagen

 

Deelnemersverslag van de laatste pelgrimstocht maart-april 2016

20160330_151838.jpg

bezoek bij de aartsbisschop van Galilea

REISVERSLAG PELGRIMSTOCHT 2016 - ISRAËL/PALESTINA

 

 

 

Maandag 28 maart 2016 : dag van de afreis

 

In een sfeer alsof de goede week letterlijk was neergedaald zonder het hoopvolle einde, toch niet op korte termijn, verzamelde onze groep pelgrims op de luchthaven van Luik i.p.v. de vertrouwde op Zaventem.

 

De anders zo rustige kleine luchthaven is omsingeld door politie en legervoertuigen. Een witte tent staat opgesteld en dit lijkt bij nader toezien de enige ingang te zijn.

Een lange slang met zakenmensen en vakantiegangers staan zeer gedisciplineerd aan te schuiven. Er heerst een ijzige stilte, het sombere weder benadrukt nog eens de sfeer van het lange wachten.

Bedeesd en schuchter sluit ik aan, voetje voor voetje zet de slang zich verder in beweging. Honderd en één gedachten gaan door mijn hoofd, waar zal ik de rest van onze groep ontmoeten?

Ik voel een sprankeltje licht wanneer ik Renaat zie met een grote rest van onze groep ingeschreven bedevaarders. Mijn vertrouwen groeit en ik ben er zeker van alles komt goed.

Aan het eind van de lange slang worden wij gescheiden, vrouwen links mannen rechts. Kinderen klampen zich vast aan de rokken van hun moeders en kijken bang en vreemd naar het schouwspel. Mijn koffer wordt eerst door een hond besnuffeld nadien gaat hij door een scanner, mijn handbagage moet aan de andere kant op de grond van het vierkant en moet ook aan de reukzin van de hond weerstaan. Met mijn opgeheven armen word ik nu zelf ook afgetast op zoek naar explosieven. Blijkbaar ben ik niet gevaarlijk en ik kan mij opnieuw verenigen met mijn eigendommen. Het hele gebeuren deed mij denken aan Auschwitz – zoiets moet het destijds geweest zijn, maar zij werden afgevoerd naar het vernietigingskamp om nooit meer verenigd te worden met familie en vrienden. Ik verdring snel die zwarte gedachte, ik ga immers naar het land waar Jezus heeft geleefd en de boodschap van liefde heeft geleefd. Vanaf nu wil ik mij daar op focussen.

Ik krijg een warm gevoel van binnen wanneer ik de twee Lieve’s zie met hun koffer voorzien van blauw-oranje linten. Vanaf nu zijn wij pelgrims samen onder weg – ik ben en voel me niet meer alleen.

Na een lange tijd van wachten, iedereen moest immers diezelfde grondige controle ondergaan is onze groep voltallig.

Wij wachten, wij staren en wachten en staren en blijven wachten tot eindelijk om 18u10 de check in voor Tel Aviv opengaat. Nu begint pas de echte chaos, collectief verliezen de honderden wachtenden voor en achter ons hun discipline. De security weet zelf niet waar ze aan toe zijn en dwingen de wachtenden in foute rijen tot groot ongenoegen van Renaat. Eindelijk zijn wij allen ingecheckt en worden wij voor een tweede maal grondig gecontroleerd.

Het uurwerk klokt af op 19u50 vooraleer ons vliegtuig de donkere nacht ingaat.

Om 23u50 voelen wij de tarmac op Tel Aviv onder onze voeten.

Nog eens worden onze paspoorten gecontroleerd, het gaat vlot dit keer.

Onze koffers voortzeulend volgen wij in het kielzog van Renaat richting bus.

Wij maken kennis met onze buschauffeur voor de komende dagen ‘Yousef’ is zijn naam.

Onze koffers worden opgeladen en het gaat richting verblijfplaats in Nazareth.

Wij krijgen er een warm en hartelijk onthaal door Zr. Martha; ook Bernice en Hubert staan ons op te wachten. De heerlijke gebakjes, frisdrank smaken fantastisch zelfs midden in de nacht want het is ondertussen 3u45.

Vooraleer ik met een gelukzalig heerlijk gevoel onder de lakens kruip stuur ik een berichtje naar Zr. Sonja, mijn overste, dat wij na een vermoeiende reis zeer goed zijn aangekomen in Nazareth.

Ondanks de vermoeiende en slopende reis denk ik: God wat ben je goed voor mij.

 

Zr. Anne-Marie

 

Dinsdag 29 maart: NAZARETH

 

Vandaag bezoeken wij de oude stad. Bij de kleine Broeders van Jezus houden wij halt: hier leefde Charles de Foucauld. Hier vieren wij ook eucharistie. Wij gaan naar de Boodschapskerk, gebouwd boven de grot waar Maria woonde. Wij bezoeken de Sint-Jozefskerk en door de soeks gaan we naar de synagoge en de parochiekerk van de Griekkatholieke gemeenschap. Verder naar de bron van de H. Maagd (orthodoxe kerk). Middagmaal.

In de namiddag naar Akko langs de kustweg. Bezoek aan de oude haven, de moskee van Jazzar Pascha. Terug naar Nazareth.

 

Na een heerlijk ontbijt vertrekken we met de bus naar de oude stad van Nazareth. Ik weet niet wat ik nu eigenlijk kan verwachten, hoe ik mij ga voelen in de groep. Wat de confrontatie met ons Heilig land bij mij zal oproepen. Ik neem mij voor om het gewoon allemaal te laten gebeuren en van harte deel te nemen.

 

Onze eerste stopplaats vandaag is een bezoek aan de gemeenschap van de kleine Broeders van Jezus, hier leefde hun stichter Charles de Foucauld. Op het einde van de eucharistieviering krijgen wij een gebed van zijn hand:

Vader,

Ik verlaat mij op U,

doe met mij wat U goed vindt.

Wat U ook met mij doen wilt,

ik dank U.

Tot alles ben ik bereid, alles aanvaard ik,

als Uw wil maar geschiede in mij

en in al uw schepselen:

niets anders verlang ik, mijn God.

Ik leg mijn leven in uw handen,

ik geef mij aan U, mijn God,

met heel de liefde van mijn hart,

omdat ik u bemin;

omdat het voor mij een noodzaak

van liefde is mij te geven,

mij zonder voorbehoud op U te verlaten,

met een oneindig vertrouwen:

want U bent mijn Vader.

 

Hier onze bedevaart te mogen beginnen is voor mij een teken. Het gebed zit al jarenlang in mijn agenda, eerder zat het in brevier van mijn tante Nonneke die ondertussen meer dan 40 jaar is overleden. Ik bewaar het als een relikwie aan haar en bid het heel regelmatig.

In de zeer eenvoudige kapel hangt een soort van niet te omschrijven sacraliteit die bezit van mij neemt. Heel indringend om met elkaar eucharistie te vieren en ons verenigd te weten met de mens geworden Jezus en dit in het land waar hij heeft geleefd. Het maakt me klein, stil en dankbaar.

 

 

De Boodschapskerk in Nazareth

 

 

Vandaar gaat het naar de Boodschapskerk die gebouwd werd (1960-1968) boven de grot van de mogelijke aankondiging van de geboorte.

De engel des heren bracht Maria die boodschap,

en ze heeft ontvangen van de H. Geest.

Een van de grootste heiligdommen van het Midden-Oosten, ontworpen door de Italiaanse architect Muzio. Hij bouwde twee met elkaar verbonden kerken, de één boven de andere en was zo in staat de overblijfselen van de oude kerken te bewaren. De twee kerken zijn 24 meter diep en 39 meter lang.

Op één van gevels ziet je een prachtige afbeelding van de aankondiging.

In het midden van de 4-de eeuw  werd een schrijn gebouwd op de plaats waar volgens onze traditie de aartsengel Gabriël verscheen aan de Maagd Maria.

In 570 was er een kerk aanwezig die in 614 door de Perzen werd verwoest. In opdracht van de Normandische ridder Tancred, Kruisvaarder & Prins van Galilea, werd op de ruïne een nieuwe kathedraal gebouwd. Deze kerk werd in 1170 beschadigd tijdens een aardbeving en in 1263 door de Kalief Beybars met de grond gelijk gemaakt. De Franciscanen mochten in 1730 een kerk herbouwen, die in 1877 werd vergroot. In 1955 werd de kerk afgebroken om plaats te maken voor de huidige Basiliek van de Aankondiging, een ontwerp van de Italiaanse architect Giovanni Muzio.

Het bovenste niveau volgt de omtrek van de 12-de eeuwse kruisvaarders-kathedraal en heeft een schip met twee zijbeuken, het onderste niveau omvat de byzantijnse Grot.

 

 

De basiliek is omringd door afbeeldingen van de Maagd Maria uit de hele wereld waar Maria wordt vereerd. Boven de altaren in de beneden- en bovenkerk hangt een baldakijn, een geschenk van Koning Boudewijn en Koningin Fabiola.

Op het binnenplein voor de bovenkerk zien wij verschillende voorstellingen van Maria Oorden. Het valt mij op dat ik Scherpenheuvel of Banneux niet terugvind. Ik neem mij voor dit toch eens laten horen aan Luc Van Hilst, de pastoor van Scherpenheuvel. Via een van de zijstraatjes in deze soeks komen we in de synagoge waar Jezus zijn jeugd heeft doorgebracht en waar Hij na een dispuut met de geestelijke leiders zal beslissen Nazareth te verlaten voor Kafarnaum.

De bediening in het restaurant gaat vliegensvlug, je bord is zo verdwenen nog voor je kon nadenken of je geestelijke mens wel voldoende is versterkt.

Na het middagmaal brengt de bus ons naar Akko, een typisch oud havenstadje aan de Middellandse zee. Het hoogtepunt van haar roemrijk verleden is ongetwijfeld de tijd van de Kruistochten.

 

 

In 1291 kreeg de Sultan El Ashraf de stad in handen. Het leger van de Sultan stak haar in brand en doodde bijna alle inwoners. De val van Akko betekende het einde van het 200-jarige Kruisvaardersrijk in Palestina (1099-1291). Om te voorkomen dat ze opnieuw door de Kruisvaarders gebruikt zou worden, werden de overgebleven gebouwen opgevuld en overdekt met aarde.

In het jaar 1775 werd Akko herbouwd en versterkt met verdedigingswerken door Achmed El Jazzar, die bekend stond als "de Slachter" vanwege zijn wreedheid.

We wandelen door het stadje met de oude gebouwen. Aangezien Akko voor Palestina een poort van de zee naar het binnenland was, ontstond er een grote behoefte aan herbergen voor de reizigers.

Wij genieten nog van het zicht op het haventje en zien hoe vissers hun netten boeten. Wij worden verder op sleeptouw genomen door Renaat en komen op een rustig plekje waar we genieten van heerlijk vers geperst vruchtensap en het uitzicht.

Wij vervolgen onze wandeling door het stadje om zo de parkplaats van onze bus te bereiken. We brengen nog eerst een bezoek aan de Grieks-Katholieke Sint-Joriskerk met de prachtige iconostase en daarna gaat het richting hotel.

Ikzelf verlaat onze groep om een bezoekje te brengen aan onze zusters Salvatorianessen in Nazareth.

Ik word er hartelijk onthaald en krijg een rondleiding in hun scholencomplex waar ongeveer 1500 middelbare schoolstudenten les volgen.

Overweldigd door diverse indrukken ga ik moe en tevreden in bed.

 

Zr. Anne-Marie

 

woensdag 30 maart

 

 

Na een verkwikkende en beduidend langere nachtrust vertrekken we vanuit Nazareth richting Middellandse Zee. Vandaag bezoeken we de voormalige havenstad Caesarea én de huidige havenstad Haifa. Maar we beginnen de trip met … file. Het verkeer in Israël is niet anders dan dat in België, integendeel, nog drukker, nog meer auto’s en vooral nog meer getoeter. Maar niet getreurd, Renaat neemt de gelegenheid te baat om ons meer te vertellen over de geschiedenis van Caesarea. Die start in ‘30 voor Christus als Herodes – jawel, diezelfde die de kindermoord in Bethlehem bestelde omdat hij vreesde voor zijn postje – in de gunst wou komen bij de Romeinse keizer Augustus en daarom begon met de uitbouw van een tot dan toe bescheiden kuststadje. Hij noemde dit Caesarea, de stad van de keizer. Hij laat een theater optrekken, een hippodroom en een paleis bouwen en een haven aanleggen. De stad groeit uit tot de tweede belangrijkste stad in Palestina, de Romeinse legers hebben er hun hoofdkwartier en Pontius Pilatus laat er een tempel bouwen. De apostel Paulus zit er twee jaar gevangen voor zijn overbrenging naar Rome. In de 7de eeuw worden de Romeinen verdreven en verliest Caesarea aan belang. Het duurt tot de 12de eeuw als de kruisvaarders voet aan wal zetten in het Heilig Land en terug versterkingen laten aanbrengen. Na de inval van de Mammelukkers wordt Caesarea verlaten en vervalt tot een ruïne. We krijgen de kaart van Israël in onze handen: op die manier kunnen we onze pelgrimstocht van dag tot dag volgen. Renaat heeft ook voor iets nieuws gezorgd en we zijn blij als kleine kinderen die een nieuw speeltje krijgen en dit mogen uitproberen: oortjes waarlangs hij vlot uitleg kan geven waar nodig. Ze komen goed van pas bij het betreden van de wondermooie site langs het mooi

 

gerestaureerde Romeins theater waar nog steeds concerten en voorstellingen doorgaan. De akoestiek is – na al die jaren – nog steeds wonderbaarlijk. De trip gaat verder naar de kuststrook en we betreden het circus of hippodroom. We zien voor onze ogen hoe de joodse koopman Ben-Hur (Charlton Heston) zijn vroegere vriend en huidig tegenstander de Romein Messala (Stephen Boyd) verslaat in het wagenrennen in de legendarische scéne uit de film Ben-Hur. Anne kan het niet laten en probeert alvast een metalen versie van een gespan uit. We wandelen voorbij de haven en de overblijfselen van het paleis van Herodes door een versterkte stadspoort uit de tijd van de kruisvaarders terug naar de bus. Even verder houden we terug halt bij een mooi bewaarde aquaduct die de stad voorzag van water uit het Karmel-gebergte. Tijd om prachtige plaatjes te schieten met de Middellandse Zee op de achtergrond.

 

 

 

We vervolgen onze tocht door dat Karmel-gebergte – de ‘tuin van God’ en houden halt in Muhraka. Op die plaats ging de profeet Elia een duel aan met de aanhangers van Baal, met de steun van God die het vuur uit de hemel liet komen en daardoor het altaar verpulverde en Elia de overwinning schonk. Wat volgde was een regelrechte afslachting van de Baal-hogepriesters en Elia wordt gedwongen om te vluchten naar de Sinaï-woestijn waar hij een ontmoeting heeft met God. (1Kon 18,16-40)

We zijn te laat voor het gebedsmoment maar het uitzicht bovenop de berg maakt veel goed: het is prachtig, we zien de vlakte van Haifa onder ons liggen. Op weg naar Haifa passeren we het dorpje Isfia waar Zuster Caritas tot enkele jaren geleden een huis voor daklozen openhield. Daar leren we van Renaat ook meer over de term ‘Kind in de broek’: de Druzen-gemeenschap verwacht immers dat de Messias geboren wordt uit een man en daarom dragen alle mannen een wijde broek om het kind op te vangen mocht het zover zijn. Ook dichter bij de havenstad hebben we een mooi uitzicht op de haven waar een aangemeerd cruiseschip de aandacht trekt. We stoppen bij het klooster van de Karmelieten (Stella Maris) voor het middagmaal en een bezoek aan de kerk en de grot van Elias.

Gesterkt door het sobere maar lekkere eten is het tijd voor een bezoek aan de aartsbisschop van Haifa, Mgr. Bacouni. Hij begroet ons hartelijk in zijn residentie waar we onmiddellijk mogen proeven van zijn zelfgestookte likeur van limoenen uit zijn tuin. Mgr. Bacouni is nu anderhalf jaar in Haifa. Daarvoor was hij bisschop van

 

Tyrus in Libanon waar hij padre Renaat ontmoette tijdens een van de missies van de UNO-vredeshelmen waar Renaat aan deelnam als aalmoezenier.

We mogen vragen stellen - in het Frans weliswaar - want dat was in Libanon de voertaal. Hebreeuws is Mgr. niet machtig wat een handicap is t.o.v. zijn relaties met het Joodse bestuur. Op gemoedelijke toon vertelt Mgr. dat hij verantwoordelijk is voor 4 kerken die samen één parochie vormen. In gans Israël bedraagt de aanwezigheid van de christenen 1 à 2 % van de bevolking, in Haifa komen de christenen op de tweede plaats na de joden en voor de moslims. Binnen de christelijke gemeenschap zijn er dan nog verschillende strekkingen: Latijn- en Grieks-katholieken (of Melkieten), Grieks-orthodoxen, Armeniërs, Protestanten, Druzen en een aanwezigheid Russen met één Franciscaanse priester. Over het algemeen stellen de dagelijkse ontmoetingen geen probleem. Het zijn slechts individuen die extremisme prediken. Er worden zelfs gemengde huwelijken gesloten, zij het in zeldzame gevallen. Tegenwoordig beslist meer en meer de jeugd met wie ze trouwen, niet meer de ouders.

Mgr. Bacouni biecht op dat hij deelgenomen had aan een betoging om betere voorwaarden te bekomen voor de opvoeding van de christelijke jeugd in Israël. Veel jongeren komen in een identiteitscrisis terecht en worden aan hun lot overgelaten. Het godsdienstonderwijs in de christelijke scholen hangt veelal af van de inzet van leerkrachten of in de parochies door de inzet van plaatselijke catechisten of door de pastoor. Onder zijn priesters zijn er ook gehuwde priesters.

 

Ondertussen krijgen we sterke koffie en heerlijke zelf gemaakte gebakjes aangeboden.
Over de vluchtelingencrisis is Mgr. Bacouni kort: er zijn geen vluchtelingen in Israël - ondanks het feit dat Syrië een buurland is - omdat de grens met Syrië sedert de onafhankelijkheidsoorlog van 1948 hermetisch gesloten blijft.

Wat brengt de toekomst? Mgr. Bacouni heeft hier slechts één antwoord op: hoop. Ondanks dat de christenen het in het Midden-Oosten niet gemakkelijk hebben: telkens is er een strijd om voor het geloof uit te komen. Er zijn veel problemen in het M.O omdat hier een totaal andere mentaliteit heerst. En vooral heeft hij problemen op te lossen binnen zijn eigen bisdom.

Is hij aanvaard door de mensen? Mgr. Bacouni hoopt het maar zeker is hij niet. Het helpt dat zijn ouders oorspronkelijk afkomstig zijn uit Haifa.

We bedanken Mgr. heel hartelijk voor zijn uitleg en tijd en besluiten de hartelijke en leerrijke ontmoeting met de traditionele groepsfoto.

 

 

 

Niet zoveel verder houden we terug halt voor een tweede beklijvende ontmoeting met een heel speciale vrouw: Agnes. Zij houdt een huis open waar ex-gedetineerden, families en kinderen in moeilijkheden terecht kunnen. Agnes zelf is Zwitserse en ze leerde haar man Kamil, een Palestijn, kennen toen ze als vrijwilligster voor één jaar kwam helpen in het huis dat haar latere echtgenoot gesticht had. Een bijzondere gebeurtenis lag aan de oorsprong van dit initiatief. Zijn vriend had per ongeluk iemand gedood en moest daarvoor naar de gevangenis. Kamil ging hem bezoeken en ontdekte zo dat gevangenen het heel moeilijk hadden in Israël: ze hebben geen rechten en als ze vrijkomen is er geen opvang. Na een zelfmoordpoging van die vriend in de gevangenis staat het voor Kamil vast: hij moet hier iets aan doen en hij begint met de restauratie van een kerk uit 1862, voorzien van hoge muren en vensters, die onzichtbaar is voor de buitenwereld en die nog dienst deed als zetel van de bisschop van Haifa. Als jonge christen Arabier is zijn opdracht niet eenvoudig maar samen met zijn gezin: zijn vrouw Agnes en zijn vijf kinderen slaagt Kamil erin vanaf 1982 een opvangtehuis uit te bouwen o.a. met steun van de bisschop. Van in het begin stellen ze hun gezin open voor iedereen, - het huis heeft bv. maar één keuken - wat niet altijd gemakkelijk ging: veel tegenstand, geldnood, angst voor gedetineerden, problemen met de omgeving en gezinnen. Hij beschouwt het als zijn roeping en heeft een rotsvast vertrouwen in God dat alles goed komt. Door de jaren groeit respect en dankbaarheid van de ex-gevangenen, daklozen, misbruikte vrouwen met kinderen, jongeren … Iedereen is welkom: joden, moslims, buitenlanders: er is geen onderscheid van afkomst of godsdienst. In 2000 gebeurt het ondenkbare: Kamil sterft aan kanker en Agnes staat er alleen voor. Ze besluit - met Gods wil - verder te doen ondanks dat het voor haar, als buitenlandse, nog moeilijker gemaakt wordt. De werking wordt beperkt en momenteel lopen er drie projecten: opvang van ex-gedetineerden, van families en van Palestijnse jongeren die - in tegenstelling tot de Joodse kinderen - veel minder toekomstperspectieven hebben. Vanaf 2011 kan het “huis van Genade” een beroep doen op geldelijke steun van de overheid maar moet dan ook een contract en voorwaarden aanvaarden. Zo mogen er geen politieke ex-gevangenen opgevangen worden.

We staan vol bewondering voor haar getuigenis en zien dat hier de christelijke naastenliefde echt werkelijkheid wordt. Het ‘House of Grace’, huis van genade, is een wonder dat onverklaarbaar is.

Terug in Nazareth zingt iedereen uit volle borst een ‘happy birthday’ voor onze 31ste huwelijksverjaardag. We zullen deze dag en de mooie dingen die gebeuren in dit verscheurde land niet gauw vergeten!

 

Hilde en Ignace

 

 

 

 

 

Donderdag 31 maart: Het meer van Tiberias - bronnen Jordaan

Het beloofde weer een heerlijke dag te worden want van ’s morgens vroeg was het lentezonnetje al van de partij en met een boottocht in het vooruitzicht op het meer van Galilea zouden we toch al van stormen gespaard zijn.

Padre Renaat geeft tijdens de busrit eerst nog wat geschiedenis mee.
Door de eeuwen heen is er heel wat gebeurd… Er werden verwoestingen aangericht en terug opgebouwd.. Al in de tijd van Jezus was er veel verzet tegen de Romeinen. Verzetsstrijders verschuilden zich graag in grotten om van daaruit de Romeinen aan te vallen. In 70 na Chr. werd de tempel van Jerusalem vernield. Na de verwoesting werd de Menorah (zevenarmige kandelaar) meegenomen. De Joden werden verspreid over gans de wereld.
In de 4de eeuw bekeerde keizer Constantijn en zijn vrouw Helena zich tot het christendom. Helena gaf opdracht om naar het Heilig Land te gaan en er de belangrijke plaatsen aan te duiden. Zij liet zelfs opgravingen uitvoeren en kerken oprichten. Met Constantijn begint de Byzantijnse periode. De talrijke mozaïeken zijn een uiting van kunst van de Byzantijnen.
In 613 waren er veel verwoestingen door de Perzen… Later kwamen de Moslims vanuit Arabië. Mohammed was opgegroeid in een Byzantijnse en Joodse cultuur. Hijzelf zal een eigen opvulling geven aan de geschiedenis.
Met Godfried van Bouillon (11e eeuw) krijgen we de kruistochten.. Voor ons christenen is dit een zwarte periode. Er gebeuren veel moordpartijen door de kruisvaarders. IS refereert vaak naar de kruisvaarders periode. Denk maar aan de moordpartijen door de IS (Islam Strijders) in de naam van Allah… De Kruisvaarders hebben dit ook gedaan…
In de 12de eeuw komt Saladin aan de macht na de overwinning op de kruisvaarders in 1187 en zal één van de twee poorten van de H Grafkerk laten dichtmetselen. Hij gaf de sleutels aan een moslimfamilie. Die poort is nog steeds

gesloten.
In de 15e eeuw komen de Turken en ook zij zullen het Byzantijnse Rijk verder afknabbelen…
.

Tot slot herinnert Padre Renaat ons er nog eens aan hoe we alles wat we zullen bezoeken dienen te begrijpen.
Niet de plaatsen zijn van belang, wel de woorden en de tekens van Jezus zijn belangrijk. Verhalen over Jezus werden eerst verder verteld… mondeling doorgegeven… Verhalen waren ook vaak verbonden met de plaats van het gebeuren. (Vgl. met een ongeval dat wordt naverteld).

Terwijl we de omgeving van de stad Kana passeren vernemen we van onze gids dat er verschillende plaatsen worden aangewezen waar het wijnwonder van Jezus gebeurde. Maar weer gaat het hier niet om de plek, wel om het ‘teken’ dat Jezus deed. Geen ‘hocus pocus’, wel gaf Jezus een diepere dimensie aan elk gebeuren.
Zo moeten we ook het evangelie leren lezen met een heel andere inkijk. Deze pelgrimstocht wil hiertoe een verrijking zijn. Maar toch wil de mens steeds naar iets tastbaars grijpen; een houvast waar hij zich aan kan optrekken.

 

De Berg van de Zaligsprekingen is onze eerste stopplaats. Een heel mooi gebouw in achthoekige vorm (symbolisch) met in de brandramen telkens één van de acht zaligsprekingen. Architect Barluzzi (een franciscaan) ontwierp dit kerkgebouw en bouwde verschillende kerken waarin hij in de architectuur uitdrukte wat Jezus gezegd of gedaan had.

Hier vlakbij ligt het meer in alle rust te weerspiegelen. Het meer van Galilea (of ook meer van Tiberias, of ook meer van Gennesareth) is 20 km lang en 15 km breed. Het ligt op 200m onder de zeespiegel. Het is het diepst gelegen zoet water meer ter wereld. De Jordaan stroomt door het meer van noord naar zuid en zo verder naar de Dode Zee (-400 m zeeniveau).

We gaan verder naar Kafarnaum.
Wij bezoeken eerst de nieuwe kerk, gebouwd in ‘schipvorm’. Onder dit gebouw vinden we de resten van het huis waar Petrus zou gewoond hebben.
Kafarnaum, een klein handelsstadje met stadspoorten waar tol werd geheven, is de plaats waar Jezus heen gaat als hij Nazareth de rug toekeert. Het is de Vaderstad van Jezus. Ook hier zien we heel wat ruïnes van de oude stad. We vinden er de resten van een 4e eeuwse synagoge die gebouwd werd op de funderingen van de synagoge uit Jezus’ tijd. In Kafarnaum zal Jezus aan zijn zending werken en verschillende wonderen doen. Ook hier zijn de stenen een bewijs van een roemrijk verleden en weer willen we verder zoeken naar de verhalen en gebeurtenissen die zich hier hebben voorgedaan, naar de diepere zin van dit gebeuren. De evangelies blijven de levendige getuigenissen.

Het hoogtepunt van deze dag wordt toch wel het bezoek aan Tabgha.
Reeds in onze kindertijd hebben we meermaals in de evangelieverhalen gehoord hoe Jezus langs de oevers van het meer liep en zijn apostelen riep.. We hadden

 

 

 

het nooit durven dromen dat we deze plaatsen die vaak tot onze verbeelding spraken ooit zouden aandoen. Een ingetogen en stemmige eucharistieviering aan de oevers van het meer… een beter kader kan men zich niet indenken en in de verte de vissersbootjes die over het water glijden.
In de evangelies lezen we dat Jezus hier een menigte van 5000 mensen te eten gaf. Mensen die naar Jezus toekwamen omdat er zo’n wonderbare kracht
uitging van Hem…
In de kerk zelf, met funderingen uit de Bizantijnse periode vinden we een prachtig mozaïek terug namelijk een mandje met de broden en 2 vissen. Ook vinden we hier sporen terug van onverdraagzame Joden die onlangs nog brandschade en graffiti toebrachten aan de kerk. Waar houdt men zich toch mee bezig?

We begeven ons nu verder naar een kleine kerk, vlakbij het meer, een mooi gebouw waarvan een de funderingen rotsen zijn. Het is het kerkje van het Primaatschap van Petrus. De trappen naar de rots zijn nog uit de tijd van Jezus en werden zo dikwijls door de vissers betreden. Hier zou Petrus als ‘herder van de kudde’ zijn aangesteld.(Joh.21,1-17)

 

Onze boottocht op het meer is ook een voltreffer. In een namaakboot (replica) uit Jezus’ tijd, maar wel met motor aangedreven, steken we van wal. Bij de onverwachte ceremonie van het hijsen van een Belgische vlag krijgen we zowaar een thuisgevoel. Maar veel treffender is het als de boot halfweg op het meer plots halt houdt en wij met Padre Renaat aan een stil gebedsmoment mogen deelnemen. Waar haalt hij toch al die gebedsteksten vandaan? Een bewijs dat hij alles tot in de puntjes heeft voorbereid en ons steeds de diepere zin van elk gebeuren wil laten aanvoelen - dank je wel, Renaat.

Het middageten met de ‘Petrusvis’ als hoofdschotel is ook een belevenis apart. Voorzichtigheid met de prikkende visgraten is geboden maar toch heel lekker.

Via de Golanhoogte rijden we naar Caesarea Phillipi aan de voet van de Hermonberg waar we de bronnen van de Jordaan vinden. Fris, zuiver bronwater parelt door kleine waterlopen en wordt wat verder een grote stroom.. Hier is het moment aangebroken om de flessen te vullen.., water uit de Jordaan waarmee de Padre later de kinderen zal dopen.. een heel sterk symbool. Wat verderop treffen we een nis in de bergflank. Hier stond een heiligdom ter ere van de god Pan. Hier is ook de plek waar aan Petrus wordt toegeschreven dat hij Jezus erkende als de ‘Zoon van God’.
De Golanhoogte is een heel vruchtbare streek. Hier zijn de Palestijnen uit hun dorpen verdreven (1948) en werd de streek door de Joden ingepalmd. Enkele verlaten huizen zijn hiervan nog de stille getuigen. Na een lange rit keren we moe maar voldaan van zoveel belevenissen terug naar ons verblijf in Jeruzalem.

 

Magda en Michel

 

 

 

Vrijdag: 1 april 2016

 

 

Kort na ons afscheid van Nazareth passeerden wij het dorp Naïm waar Jezus een jongen tot leven gewekt heeft. Onze eerste stopplaats was aan de voet van de berg Tabor (588m). Met taxi's werden we via kronkelende wegen naar boven gebracht waar we konden genieten van prachtige vergezichten over de Jordaanvallei. Bergen werden vroeger gezien als ontmoetingsplaatsen met de Goden. Hier zou de gedaanteverandering van Jezus plaats gehad hebben om aldus te vervullen wat profeten voorspelden: Zijn lijden en dood.

De volgende halte was aan de kibboets van Bet Alfa. Via een videoband werd ons de ontstaansgeschiedenis van een mozaïek in de toenmalige synagoge geschetst. Het centrale deel stelt de zodiak voor.

Aan de Jordaan werden we herinnerd aan het doopsel van Jezus door Johannes de Doper. We reden dicht bij de grens met Jordanië in de richting van Jericho. Eerst moesten we echter voorbij een checkpoint dat de toegang tot de Westbank controleert . De Westbank maakt sinds 1967 deel uit van de Bezette Gebieden. Onmiddellijk valt het op dat er hier vaak veel minder welstand te zien is. Er is ook veel meer vervuiling. De onderlinge verdeeldheid en corruptie veroorzaken ook ten dele deze ellendige toestanden.

 

De Palestijnen rijden met andere nummerplaten dan de Israëli en ze mogen ook minder gebruik maken van het Jordaanwater voor bevloeiing. Door de Israëlische nederzettingen wordt het Palestijns gebied steeds meer tot een “gatenkaas”. Hoge muren grendelen hun gebieden af en maken ze moeilijk bereikbaar.

 

 

 

Jericho is een grote oase in de woestijn. Het zou de oudste stad van de wereld zijn. Herodes had hier een buitenverblijf. We namen het middagmaal in een groot restaurant met winkel dat door Palestijnen uitgebaat wordt.

In Jericho bezoeken we Hisham's Palace, een uitgestrekte ruïne van een paleis dat door een aardbeving verwoest werd. We bewonderden er o. a. een prachtige mozaïekvloer en ruïnes van een badhuis met warm en koud water.

In de vooravond kwamen we aan in het indrukwekkende Jeruzalem. Nog voor het avondeten maakten we een wandeling door de oude stad. De huidige stadsmuren dateren uit de zestiende eeuw. Er zijn zeven toegangspoorten.

In de verrijzeniskerk bezochten we naast Golgotha, de rots waarop het kruis van Jezus stond, ook de steen waarop het dode lichaam van Jezus zou gezalfd zijn en het heilig graf als de plek van de graflegging.

De verhoudingen tussen de verschillende christelijke godsdiensten en hun vertegenwoordigers zijn nog altijd ver van schitterend en er is een beurtsysteem voor de erediensten voor elk van hen. Bij ons bezoek waren de Armeniërs aan de beurt. We hoorden prachtige gezangen die ons beroerden.

Daarna volgden we een deel van de Via Dolorosa. Langs beide zijden is er een lang lint van winkeltjes: de soeks. Alleen de Joodse waren gesloten omdat de sabbat reeds begonnen was.

Deze drukke dag eindigde met een lekker avondmaal in ons verblijf bij de Rosary Sisters.                       Andre Verbanck

 

 

 

zaterdag: 2 april 2016

 

Jeruzalem is de religieuze hoofdstad voor bijna de helft van de hele mensheid. Voor de joden ligt hier het symbool van hun roemrijk verleden en de hoop op een nieuwe toekomst. De christenen zien daarin de plaats van Jezus’ laatste messiaanse werkzaamheid, de stad waarin Christus stierf en weer uit de dood opstond. De mohammedanen zien in haar de stad, waar de profeet Mohammed ten hemel is opgestegen.

Jeruzalem, bron van geloof en vrede, de heiligste stad ter wereld, is echter ook een stad van oorlog, terreur en bloedvergieten.

Als christenen voelen we ons vandaag in deze stad vooral verbonden met onze Heer Jezus. We volgen Zijn lijdensweg van de Olijfberg via de Via Dolorosa naar Golgotha, de plaats van het Heilig Graf en de plaats van Zijn opstanding.

 

Ons eerste bezoek brengen we aan de kerk van het Onze Vader. De Eleonorakerk werd gebouwd in opdracht van keizerin Helena, de moeder van Konstantijn boven één van de grotten waar Jezus zijn leerlingen leerde bidden. De huidige kerk dateert van 1874 en aan de muren prijkt de tekst van het ‘onze Vader’ in alle talen.
In helder zonlicht dalen we de Olijfberg af en aanschouwen een prachtig panorama over de stad.
Renaat neemt ons mee naar ‘Dominus flevit’, een kerkje in de vorm van een traan.
Dit is de plaats waar Jezus de stad zag liggen en weende, want ze zou verwoest worden. Wat moet het lot van een God-mens zwaar zijn als je alles van te voren al ‘weet en ziet’.

We vieren er de eucharistie in verbondenheid met Hem en met een indringende tekst van de Libanese zangeres Feyrous over Jeruzalem.
“Men zal de poorten van onze stad niet meer sluiten. En ik ben op weg om te bidden. Ik klop op de poorten en ik zal ze openen. Jordaan, onze stroom, ik zal mijn gelaat wassen in uw heilige wateren…..”

 

Aan de voet van de Olijfberg, vlakbij acht eeuwenoude olijfbomen staan we oog in oog met de plaats van Jezus’ doodsstrijd. ‘Waakt en bidt, vroeg Jezus aan zijn leerlingen’ maar hun vlees was zwakker dan hun wil.
De basiliek van Gethsemani, opgericht in 1924, roept door het licht- en donkereffect Jezus’ doodsangst op. Deze kerk is bij uitstek de kerk van de katholieken, betaald door katholieken van overal in de wereld inclusief België. Dit in tegenstelling tot de Heilige Grafkerk die aan vele christenen toebehoort.

 

We moeten ons indenken dat de Olijfberg in Jezus’ tijd vol stond met olijfbomen die in 135 verwoest werden.

 

Aan de voet van het panorama over de stad zien we een groot joods kerkhof. De joodse graven zijn met steentjes bedekt. Steentjes zijn teken van duurzaamheid. Joden leggen die steentjes als aandenken aan hun overledenen waarmee ze zich eeuwig verbonden weten (bloemen verwelken, steentjes niet). Joodse graven blijven altijd bestaan.

Op de vraag van Lieve of we nu ook een aflaat hebben verdiend met ons bezoek aan de Gethsemani-kerk, antwoordt Renaat, dat de enige aflaat die we kunnen verdienen er een is die we ervaren bij een stevig en verlossend toiletbezoek.

 

 

 

 

 

Na weer een lekker middagmaal starten we via de Herodespoort onze tocht langs de Via Dolorosa. Tijdens de paasdagen kwam Pilatus van Caesarea naar Jeruzalem en verbleef er in de Antoniaburcht. De Lithostratos is de binnenplaats van deze burcht (litho-stratos betekent: geplaveide weg). We zien deze grote plaveisels liggen waar men in kerfde opdat de paarden er niet over zouden struikelen. In grote citernen ving men het water op dat van de hellingen stroomde. Ze deden o.a. dienst om de offerdieren te reinigen. We passeren de ‘ecce homo’ boog (‘zie de mens’) die deel uitmaakt van de monumentale poort uit de 2de eeuw. Piliatus zei tegen het volk dat Jezus wil kruisigen: “zie de mens” of anders vertaald “ zie, dit is ook maar een mens, waarom zou je hem kruisigen…” maar hij zwichtte voor de druk van het opgehitste volk.

Onderweg stopt padre Renaat ons weer een gebedskaartje in de hand. Eentje met de tekst van Ina van der Welle over de verloochening van Petrus. “Koud en doordrongen van pijn wilde hij bij zijn Heiland zijn. Zou hij Hem ooit verlaten, nu anderen hem haten. …

Hij hoort de klank nog in zijn oren: ik ken Hem niet, wil niet bij Hem horen. Waar komt dit woord vandaan en buiten kraait de haan.

We ervaren de terneergeslagen sfeer van de weg naar Golgotha. Jezus is door iedereen verlaten, behalve door de vrouwen. Veronica veegt Jezus’ gelaat af met een zweet doek: Veronica – Vera Icona – ‘het ware Gelaat’. Woordenspel of betekenisvol verband?.

 

 

Het einde van de Via Dolorosa leidt ons naar de Heilige Grafkerk. Los van de geschiedenis van deze kerk die heel ingewikkeld is, moeten we twee belangrijke punten onthouden:
De Calvarieberg (Golgotha) bevindt zich hier. Er bestaat geen twijfel over dat Jezus hier gestorven is.
Het Heilige Graf werd door allerlei Keizers met een grote basiliek vereerd. De kleine grafkapel zou gebouwd zijn op de plaats waar Christus begraven werd. Ook daar bestaat geen twijfel over.
Padre Renaat benadrukt dat dit voor hem ‘de Verrijzeniskerk’ is, eerder dan de Grafkerk. Christenen zijn geen grafvereerders maar geloven in ‘de levende Heer’.

Bij het betreden van de kerk komt een groep Armeense priesters zingend uit volle borst de trap van de Golgotha kapel afgedaald in de richting van de steen waarop Jezus gezalfd werd. De muziek is van zulke diepte en schoonheid dat ik even het gevoel krijg dat hemel en aarde elkaar raken.

De eerste dag in Jeruzalem heeft een diepe indruk nagelaten. De verkenning was meer dan de moeite waard. Met dank aan onze gids.

 

Anne

 

Zondag: 3 april 2016

We bezochten eerst de synagoge in de Hadassah-kliniek met de glasramen van Marc Chagall. Reeds op verre afstand bemerkten we, hooggelegen, het enorme gebouw met een platform voor de landing van een helikopter. Deze universiteitskliniek die instaat

 

voor onderzoek, vorming en genezing bezit topchirurgen die in de hele wereld bekend zijn onder meer voor oogheelkunde. Deze kliniek bezit een uitzonderlijke reputatie omdat ze, zonder onderscheid des persoons, zowel Israëlische als Arabische patiënten verzorgt. Maar naast de topgeneeskunde is de kliniek vooral bekend om zijn synagoge, die een beroemd werk van de orthodox- joodse kunstenaar Marc Chagall bevat, de unieke glasramen. Die 12 glas in loodramen stellen de 12 zonen van de aartsvader Jacob voor, van wie de 12 stammen van Israël voortkomen. In de Chagall-glasramen komen voorstellingen van dieren, vissen, vliegende voorwerpen en talrijke joodse symbolen voor. Het zijn elementen uit de joodse geschiedenis met zijn tragedies en overwinningen waarmee de kunstenaar diep verbonden was. Het is een grandioos kleurenspel van vooral blauwe, gele en rode tinten, die vloeiend in elkaar verweven zijn of contrasterend verwerkt werden. Dit gaat gepaard met een vloeiend of onderbroken lijnenspel, die het geheel uniek maakt. Opvallend in dit interieur zijn ook de vloerbedekking en de binnenmuren die bestaan uit witte Jeruzalemsteen en daarbij nog de imposante luster.

Door de ruime gangen vervolgden we onze weg naar de bus.

Dan ging het naar het schilderachtig dorpje Ein Karem, 7km van Jeruzalem, gelegen tussen de heuvels en omgeven door olijfbomen en wijngaarden. Aan dit plaatsje zijn heel wat evangelische herinneringen verbonden. Hier woonden Elisabeth met Zacharias, de ouders van Johannes de Doper. Hier kwam Maria bij haar nicht op bezoek. Hier sprak Maria haar Magnificat uit. Hier werd Johannes geboren en sprak Zacharias zijn Benedictus uit. In dit heuvelachtig gebied met een indrukwekkende rotsige omgeving bouwden de Franciscanen een kerk van de geboorte van Johannes. Heel speciaal met veel blauwe faiencestenen die doen denken aan Delfst blauw.

 

Na een flinke klimpartij naar de Kerk van de Bezoeking vonden we op de muur van wandtegels, tegenover de ingang van de grot, het Magnificat aangebracht in 41 talen waaronder ook het Nederlands. Op deze bijzondere plaats beleefden we de eucharistieviering die volledig in het teken stond van de ontmoeting van Maria met Elisabeth. In dit sfeervol gebedsoord weerklonk Liefde gaf u duizend namen, dat voor velen een heel bijzondere betekenis kreeg.

Na de lunch in het Isrëlmuseum bewonderden we de maquette van het oude Jeruzalem. We wandelden er omheen terwijl onze gids padre deskundig uitleg gaf over gebouwen, poorten, straten, muren, pleinen en zo ons een duidelijk beeld schetste van de evolutie van Jeruzalem in de loop van hun geschiedenis.

In de nabijheid bevindt zich het merkwaardig Museum van het Boek, gebouwd in een vorm van de kruiken waarin de Dode Zeerollen van de Essenen in Quinram gevonden werden. Ook het scherpe contrast van het witte gebouw

 (symbool voor de zonen van het licht, de Essenen) en de zwarte muur (symbool van de anderen, de duisternis) viel geweldig op. Het museum zelf is een onderaards. Hier liggen allerlei rollen, brieven, voorwerpen tentoongesteld die daar in het gebergte werden opgegraven.

 

 

Op onze terugweg bezochten we nog de Menora van de Dortmunder beeldhouwer Benno Elkan. Deze 5m hoge zevenarmige kandelaar is het symbool van de staat Israël. Deze menora gedenkt de grote personen en gebeurtenissen van de joodse geschiedenis en is geschonken door Groot-Brittannië. Aan de andere kant van de weg bevindt zich de Knesset, het parlementsgebouw, in witte natuursteen van Jeruzalem.

Wat vermoeid maar zeer tevreden over het vlotte verloop reden we naar ons gastverblijf. Het was een boeiende dag geweest met heel wat informatie, beleving en kunstervaring.

 

                                                                                                                                                             Lucie en Daniël

 

Maandag: 4 april 2016

Om 8 u rijdt onze bus richting Bethlehem.

We bezoeken de Basiliek van de Geboorte en de grotten van het Herdersveld.

 

We vieren Eucharistie in één van de grotten op het herdersveld.

Middagmaal bij Abouna Jacob Abou Sada in Bethlehem waar nog een andere groep pelgrims kwam aanzitten. Ook Belgen.

Na het middagmaal was er een bezoek gepland naar Hebron maar is door omstandigheden niet kunnen doorgaan. Als vervanging dan maar een supermarkt met souvenirs binnengestapt maar ook dat was van korte duur, de stroom viel uit en we zaten in het donker.

 

We verlaten de winkel en rijden door tot de ‘Holy Family’ waar we een ganse uiteenzetting kregen over hun werking, vooral kinderopvang, hier was de uitleg in het Engels.

Daarna rijden we tot aan de “MUUR” om juist voor de muur af te slaan en een bezoek te brengen aan de Monialen. We werden uitgenodigd om met hen de vespers bij te wonen en samen te bidden. Een zuster geeft daarna uitleg over hun werk in het Frans.

Daar alles in het Frans en in het Engels werd uiteengezet heeft Anne voor mij de inhoud gemaakt. (bedankt Anne) - zie beide teksten hieronder -

 

 

Bezoek aan de ‘the holy family’.

Deze kliniek annex weeshuis werd opgericht door de Franse congregatie van Dochters van Liefde of Zusters van Sint-Vincentius à Paulo in 1884. De kliniek is een kraamkliniek. Annex aan deze kliniek richtten zij ook een opvangtehuis op voor vondelingen, pasgeborenen en hun moeders die zwanger werden buiten het huwelijk, door incest, verkrachting e.d.
Een groep christenen (ca 1% van de Palestijnse bevolking) zetten hun schouders onder dit project om baby’s en moeders in deze schrijnende situaties op te vangen.
Zij kunnen namelijk nergens anders steun vinden.

Het werd een indringend gesprek met de sociaal werker die zich hier al 16 jaar voor engageert. Hij spaarde daarbij zijn kritiek op de Palestijnse autoriteit niet.

Aangezien 98% van de bevolking in de Palestijnse gebieden moslim is, bestaat hun publiek hoofdzakelijk uit moslims.
Blijkbaar geldt in de Palestijnse gebieden nog de shariawet (kerk en staat zijn hier niet gescheiden zoals in een democratisch land). Voor de Sharia is de vrouw onderworpen aan haar man. Ze wordt gezien als zijn bezit en heeft nauwelijks of geen rechten.
Een meisje dat zwanger wordt door verkrachting wordt doorgaans door de familie uitgestoten. Indien, in het beste geval de familie een proces tegen de dader inspant (hij gaf een concreet voorbeeld), komt de dader ervan af met een gevangenisstraf van 6 maand. Zelf kan ze haar kind niet opvoeden want het kind is onwettig. Ze kan het afstaan aan het weeshuis. Adoptie is niet mogelijk.

Bloedwraak is nog steeds een regel in dit gebied. Een meisje (dat eertijds door haar moeder aan het tehuis was afgestaan) groeide er op.

Op haar 23ste gaat dit meisje op zoek naar haar moeder en vindt haar. Deze vrouw is ondertussen getrouwd en heeft 4 volwassen zonen. Het weerzien tussen moeder en dochter is vreugdevol. Maar als de familie dit aan de weet komt wordt zowel de moeder als de dochter door de broers vermoord!!
Vrouwen zijn telkens slachtoffers van deze barbaarse wet.

Jezus zei: ‘heb uw vijanden lief’. Als christenen zetten deze mensen dit om in de praktijk. Zij vangen de slachtoffers op van hun eigen islamitische autoriteit. Het project is volledig zelfbedruipend, ze ontvangen van de staat geen enkele steun voor deze zorg. Het zijn sponsors allerhande die dit project in leven houden. Deze kleine minderheid van christenen ontfermt zich over de uitgestotenen van de moslimgemeenshap.

X was ook erg kritisch tegenover de Islam. Deze cultuur is volgens hem een macho-cultuur, doorspekt van wraakgevoelens (oog om oog tand om tand). De Islam is volgens hem onderdrukkend en veroverend. Hopelijk zijn de moslims in ons land wat meer geëvolueerd..

Een kind van een meisje dat ongewenst zwanger wordt en afgestaan, kan nooit geadopteerd worden. Ook dat klaagt hij aan. Bovendien verhuizen deze jongens en meisjes noodgedwongen naar een andere instelling (volgens diezelfde islamitische wet mogen jongens en meisjes vanaf dat ogenblijk niet meer samen opgroeien). Ze verhuizen dan bvb naar een of ander kinderdorp. Opnieuw een schrijnende situatie.

Toch is voor hem het grootste probleem, dat van de hechting.
Kinderen hebben nood aan hechting, ze binden zich automatisch aan iemand die hen verzorgt en liefheeft, dat geldt evenzeer voor de zorgverlener. Op hun 6de jaar worden deze kinderen evenwel losgerukt uit hun vertrouwde omgeving. Het blijft moeilijk om daarmee om te gaan.

Op vraag van sommigen naar een overschrijvingsnummer waarop gestort kan worden, antwoordde padre Renaat dat het overschrijvingsnummer te vinden is op de website van ‘de vrienden van de “Creche de Bethleem” (http://www.creche-bethleem.ch/index.php/en/about-us). Banque populaire des Alpes, à Ferney-Voltaire, compte n° 31507293194, IBAN FR76 1680 7000 5431 5072 9319 494,
SWIFT : CCBPFRPPGREE

Een indringend gesprek dat blijft nazinderen en tot nadenken stemt.

 

Bezoek aan het monasterium van de benedictinessen te Bethlehem.

 

 

We bereiken het monasterium op het ogenblik van de vespers. De overste nodigt ons uit om eraan deel te nemen. We zijn onder de indruk van de prachtige fresco’s en iconen waarmee het kerkje rijkelijk versierd is. Het kerkje ademt een en al rust uit en nodigt uit tot gebed.

Dit monasterium wordt bewoond door enkele zeer jonge zusters (die verbonden zijn met de benedictinessen van Loppem bij Brugge).

Naast hun dagelijkse liturgie zijn de zusters via apostolaatswerk verbonden met de plaatselijke bevolking die hoofdzakelijk uit moslims bestaat.
Ze ondersteunen arme gezinnen door kinderen met ambitie en talent financieel te steunen in hun onderhoud en hun studies. Ze willen namelijk dat jonge, getalenteerde mensen hun talent benutten binnen hun eigen gemeenschap. Zo start er een jonge vrouw die de zusters financieel steunden weldra haar kabinet als psychologe in Bethlehem. Daar zijn de zusters erg fier over.

Ze zijn bereid zich aanzienlijke inspanningen te getroosten om deze jonge (anders kansloze) mensen te steunen om bij te dragen aan de ontwikkeling van hun eigen gemeenschap.
Een voorwaarde voor de ondersteuning is namelijk het engagement om ter plaatse te blijven na de studies.

Gedurende de intifada kozen de zusters ervoor om in Bethlehem te blijven terwijl ze de mogelijkheid hadden om het land te verlaten. Ze wilden de plaatselijke bevolking niet in de steek laten en bleven (zoals de trappistenmonniken van Tibhirine). Ze zien het als hun missie om dienstbaar te zijn voor deze mensen die leven in een door oorlog geteisterd gebied.

Deze jonge zusters stralen veel vreugde en levenslust uit. Ze leven temidden van de moslimgemeenschap waar ze veel waardering genieten. In plaats van geld voorzien ze de moeders van voedsel- en andere bonnen zodat ze er eten voor hun kinderen mee kunnen kopen. Geld geven ze niet om te voorkomen dat de vaders het geld aan drank en sigaretten opdoen. In de vluchtelingenkampen zijn er vrouwen die handwerk en stola’s voor hen broderen.

Ze vestigen zich bewust in Palestijnse gebied, in een door oorlog geteisterd gebied. Ze leven er vlakbij de muur en het checkpoint.

Anne

 

Deze dag werd ook gekenmerkt door de lange files en opstoppingen in het verkeer. Na nog een fijn avondmaal hebben we elkaar een goede nacht gewenst.

 

Leon

 

 

 

Dinsdag: 5 april 2016

Vandaag was het alweer vroeg dag, het weer zag er ‘s morgens bij het opstappen op de bus al veelbelovend uit.
Vanuit onze verblijfplaats in Jeruzalem bij de Rosary sisters ging het ditmaal zuid - oostwaarts, richting “Dode zee”. We passeren een controlepost op de grens met  Palestijns gebied en dan begint de woestijn van Judea. We zien verschillende bedoeïenenkampen in schamele tenten, bouwsels van golfplaten en pallets die daar met wat kamelen en schapen trachten te overleven. Wat een contrast met de “Joodse nederzettingen” te zien op de linkse kant van de weg hoog in de heuvels. Ook passeren we de herberg van de Barmhartige Samaritaan.
We dalen nu af naar het diepste punt van de aarde, meer dan 400 meter onder de zeespiegel. We moeten dan ook regelmatig slikken omdat onze oren dichtslaan door de snelle afdaling.

Na het bereiken van de Dode Zee rijden we langs de Westelijke kustlijn verder in zuidelijke richting, waar we genieten van het uitzicht op de Dode Zee en het landschap van de Judea woestijn, tot we vanuit de verte op de rechter bergflanken de rots van Masada zien. Eenmaal daar; terwijl Renaat het nodige doet om de tickets voor de kabelbaan te bemachtigen, krijgen we al een voorsmaakje via panelen wat hier gebeurd is. Dan de grote kabellift op waar we in enkele minuten tijd een grote hoogte overbruggen. Onder ons zien we het “slangenpad” die toch zeer smal en steil rechts en links naar boven slingert. Er zijn toch aardig wat mensen die daarvoor gekozen hebben om de rots te beklimmen, met dit weer. Wat moet dat ’s zomers niet zijn. Wat een schitterend uitzicht hebben we hier, dit is genieten.

 

Ondanks dit alles is het verhaal rond Masada niet zo fraai: De Romeinse overheersers hebben de Tempel in Jeruzalem verwoest. Het Joodse verzet is gebroken. Maar ergens aan de rand van het rijk heeft een groep Zeloten zich verschanst op de rots Masada, in de voormalige burcht van Herodes de Grote. Hoog gelegen, zelfvoorzienend, inclusief een ingenieus irrigatiesysteem en dus niet te veroveren. In drie jaar tijd bouwen de Romeinen een dam tegen de hoge rots op en schieten de Westpoort in brand. De volgende dag keren ze terug om Masada in te nemen. Ze treffen 960 lichamen aan: mannen, vrouwen, kinderen. Allemaal dood. Plus de voedselvoorraden die aangeven dat de Zeloten niet van honger zijn gestorven, maar uit overtuiging. In navolging van hun leider Eleazar hebben ze de dood gekozen boven slavernij en/of verkrachting.

 

 

Na de deskundige uitleg door Renaat waar we ons toch steeds moeten haasten om niet achterop te geraken, gelukkig kunnen we vertrouwen op Hubert die dienst doet als laatste man, en steeds een oogje in het zeil houdt. Dit is een uitgelezen plaats om wat foto’s te nemen met op de achtergrond in de diepte de Dode zee. Daarna begint de terugweg over hetzelfde traject richting Qumran op de noord westelijke oever van de Dode Zee.
In 1947 stuitte een bedoeïen in een grot nabij Qumran op een aantal rollen. Zonder idee van de onschatbare waarde, verkocht hij ze door aan een antiekhandelaar. Pas later zou blijken dat hij was gestuit op de archeologische ontdekking van de eeuw.
De rollen ook wel bekend als de Dode Zee rollen bevatten meer dan 900 manuscripten, in 11 grotten geven ons een uniek inzicht in het Jodendom tussen 3de eeuw voor Christus tot de 1ste eeuw na Christus. De woestijn bewaarde hun geheim bijna 2000 jaar lang, tot hun ontdekking in 1947.

Ons hoofd zit nu wel bijna volgepropt met al die leerrijke geschiedenis en is het tijd geworden de innerlijke mens te spijzen. In een groot en druk zelfbedieningsrestaurant, waar we net als de vorige dagen toch lekker gevarieerd kunnen eten, en genieten van de zon op het terras. om aansluitend even de tijd te nemen in een aanpalende shop, waar we alles wat de Dode Zee te bieden heeft kunnen aanschaffen, verzorgingsproducten, als allerlei soorten crèmes voor huidverzorging, eczeem.

Het Dode Zee zout is bijzonder rijk aan mineralen en spoorelementen, en daardoor geschikt voor droge, schilferige huid.

Terug de bus op voor korte tijd en we zien reeds de Dode Zee voor ons. Hier gaan we eens proberen te drijven op het water, we helpen elkaar een beetje om op onze rug te geraken, nietwaar Magda. Voorzichtig als we zijn om geen opspattend water in onze ogen te krijgen, een bevreemdende maar aangename ervaring. Enkel drijven op rug lukt. Zwemmen gaat absoluut niet en verdrinken lijkt

 

onmogelijk  terwijl we even denken aan de renners uit de Tour, die straks ook weer een bad van 1 à 2 kg zout nemen. Het is wel zalig om een 10 minuutjes te dobberen onder een schitterende zon, maar ik snap toch niet dat mensen hier een kuur van 2 weken kunnen volhouden.
Als we over onze armen wrijven is dit juist een babyvelletje, zo zacht. Bij het uitstappen uit het olieachtig zoute water zien we een thermometer die 36° Celsius aangeeft, je zou het niet zeggen. Gelukkig staan er douches op het strand. Na ons omgekleed te hebben en nog eens lekker na te genieten van een “après Dode Zee”, gaat het terug naar ons verblijf in Jeruzalem, waar we moe maar voldaan aankomen.

 

Jacques en Trees

 

 

 

 

 

 

 

Woensdag: 6 april 2016

JERUZALEM

Rond 9 uur staan we in de rij te wachten aan de controlepost voor het bezoek aan het tempelplein. “We zijn open van 7u30 tot 11 u lezen we”.

Al heel vlug is het onze beurt.

 

Dankzij de verwittiging van Padre Renaat ” vrouwen in lange broek of lange rok, mannen lange broek, geen religieuze kenmerken dragen, reispas klaar “ geraken we zonder problemen door de controle.

Tijdens de korte wachttijd bekijken we de ‘westmuur’ of ‘klaagmuur’, de muur die het tempelniveau waarop de tempel stond droeg. Rechts van ons de opgravingen van de Davidsstad.

Op het tempelplein mogen in feite alleen moslims en toeristen.

We hebben een prachtig zicht vanop het plein op de mooie gebouwen in Jeruzalem. Renaat wijst de voornaamste aan.

Op de trappen maken we een groepsfoto met zicht op de prachtige Gouden Koepel achter ons.

 

 

 

Koning David bouwde de stad Jeruzalem, maar de tempel mocht zijn zoon Salomon bouwen van de Heer rond - 972 voor onze jaartelling. Reeds verwoest in 586 voor Chr. Rond - 512 v. C.mogen de Joden een nieuwe tempel bouwen van de keizer van Perzië : een veel kleinere tempel die ten tijde van Herodes wordt vergroot en omgeven door muren. In 70 na C. verwoesten de Romeinen de tempel en de Joden worden verdreven uit Jeruzalem.

Op die plaats laten de Romeinen een tempel voor Jupiter bouwen.

Rond de 7-de eeuw bouwen Moslims een schrijn boven de rots Moria van waarop Mohammed ten hemel steeg.

Reeds in 712 wordt de prachtige Al Aksa moskee gebouwd.

In die tijd werd Jeruzalem de derde grootste stad na Mekka en Medina.

De kruisvaarders verslaan de Moslims en verbouwen de tempel tot een christelijke kerk. Maar reeds in 1187verslaat Saladin de kruisvaarders.

Vroeger mocht men de moskee bezoeken, maar toen destijds de eerste minister  Sharon het tempelplein met geweld betrad, werd de Al Aksa moskee gesloten voor niet-moslims. We bezochten de St-Annakerk. Zeer mooi ! Volgens de traditie is Maria op die plaats geboren. De “Witte Paters van Afrika”  verzorgen de diensten en worden bijgestaan door de “Zusters van het Werk”

 

De St-Annakerk is de best bewaarde kruisvaarders kerk uit de 12e eeuw.

We worden hartelijk ontvangen door de zusters met gebak en koffie.

Ondertussen vertellen de zusters over hun werk; ze helpen de paters bij het bereiden van eten, de was en de strijk, en in de kerk.

Maar ook voor de mensen doen ze heel veel. Er werd geboeid geluisterd en velen stelden interessante vragen.

Daarna wandelen we door de Christelijke wijk, dan door het labyrint van het Joodse kwartier en zo kwamen we boven de daken van de oude stad: we hadden een zicht op een soort koepels - wandelen op de daken boven de soeks -.

In de christelijke Armeense wijk nemen we het diner. Terug langs de Sionspoort zagen we de kogelgaten in de muren (getuigen van de 6-daagse oorlog in 1967).

We kwamen in het Cenakel, de plaats van ”het Laatste Avondmaal” en “de neder- daling van de H. Geest op Pinksteren” Onder het Cenakel daalden we af naar het graf van David, mannen rechts en vrouwen links.

Onze tocht ging verder naar de Dormitio-kerk (plaats waar Maria insliep) Hier heel mooie mozaïeken.
Die kerk werd gebouwd door de Benedictijnen in de 19e eeuw.

Het laatst bezochten we de Sint-Petruskerk in Gallicantu.

 

In de krocht van St. Peter -in-gallicantu

 

Er waren mooie fresco’s van (Jezus die voor Pilatus gebracht wordt, het verraad van Petrus, zijn aanstelling door Jezus

 

In de krocht ...

 

als hoofd van de “eerste christenen”.
We waren allen erg onder de indruk in de crypte, diep onder de grond, de plaats waar Jezus een nacht verbleef voor zijn dood.

Met een passende psalm brachten we hulde aan Jezus voor al het lijden dat hij voor ons doorstond.

Op weg naar ons hotel stapten nog 5 mensen uit aan de Jaffapoort om te winkelen. Opnieuw een mooie rijk gevulde dag !

 

 

 

 

 

 

 

 

Lieve Debbaut.

 

 

Donderdag: 7 april 2016

Onze laatste dag. Met bezoek aan Abou Gosh (Emmaus ?!) en de abdij van Latrun.

Ondertussen weten we dat onze vlucht niet in de namiddag zal vertrekken maar in de vroege morgen op vrijdag 8 april 4u50 (dit door de tragedie gepleegd in Zaventem vorige week, door aanhangers van IS)

Om 9 uur vertrekken we met de bus richting Abou-Gosh.

Veel Israëli’s hebben zich hier gevestigd daar dit dorp slechts een 12-tal km verwijderd is van Jeruzalem.

Dit is ook de plaats waar de ark gevonden werd nadat de Filistijnen haar veroverd hadden. David zou de ark naar Jeruzalem brengen. Kruisvaarders bouwden op fundamenten van een 5-de eeuws Byzantijns kerkje, een mooie kruisvaarderskerk. Ze staat boven op een heuvel en is gewijd aan Maria. Ze wordt de Verbondskerk genoemd. Maria wordt immers ook “Ark van het verbond’ genoemd omdat zij de draagster, de moeder is van de ark van het Nieuwe Verbond, Jezus.

 

 

Een groot Mariabeeld waakt over de omgeving. We genieten van het prachtig uitzicht op Jeruzalem en van de mooie tuin.

We krijgen een kaartje van Renaat met het prachtig beeld van Maria met het kind Jezus op haar arm.

Abu-Gosh – Maria ’Ark van het Verbond’

 

O Maria, hoe schoon, hoe zoet en hoe bevallig zijt gij !

Het opkomende licht, de nooit-dovende vlam

van het vuur bedekt de aarde als een wolk,

Ark van het Verbond, de bloeiende lelie tussen de

doornen, de troon van Sion in de hoge,

Geplaatst in een zuil van een wolk….

 

 

We bezoeken een tweede kerk, een Kruisvaarderkerk uit de 12e eeuw. De benedictijnen gemeenschap woont naast de zustergemeenschap en samen beleven ze hun geloof in gebed en zang. Ze hebben Hebreeuwse religieuze liederen opgenomen. Renaat laat ons het gezongen “Onze Vader” horen in het Hebreeuws - hemelse muziek. Ik wil de CD aanschaffen in de winkel maar die blijkt niet meer voorhanden. Dan maar een andere CD met prachtige Hebreeuwse gezangen.

In de kerk ontdekken we mooie fresco’s op de muren. Alle gezichten zijn weggeschraapt, dit gebeurde tijdens de islamoverheersing.

(gezichten weg : men neemt de mens weg)

We bidden in de kerk het gebed van de Emmausgangers.

Dit was het wonder.

Wij stonden weer alleen

Doch vouwden blij onze handen.
Het was alsof Hij door ons heen verdween..

En ’t licht in ons is blijven branden….

 

In de crypte vinden we het oude doopbekken waar men via een trap in het water afdaalde.

We rijden verder naar de trappistenabdij van Latrun. Het landschap verandert, overal zie je druivelaars. Deze enige trappistenabdij in Israël werd in 1880 gesticht. Onze mede-Vlaming, Ben, heeft zijn roots bij de familie Moortgat en woont hier 21 jaar. Eerst verbleef hij 3 jaar in Galilea, vond het daar niet streng genoeg en kwam naar Latrun.

 

Ben legt zich toe op het vertalen van Bijbelteksten en Psalmen. Hij vertaalt volgens eigen inzicht, zegt hij. Ook de wijngaarden verkiezen zijn voorkeur…. Bomen planten…. vertoeven in de natuur.

Hij vertelt ons dat er bij de trappisten volledige stilte heerst….. wat moet ik me daar bij voorstellen….hoe kan men leven in volledige stilte…. Volgens mij alleen voor heilige mensen..

We bezoeken er de abdijkerk, met vooraan het beeld van Onze Lieve Vrouw met het kind Jezus.

Bijzonderheid: het kindje Jezus draagt een trappistenpij.

We zingen er speciaal voor Ben het lied: “Liefde gaf u duizend namen”

 

We brengen een bezoek aan hun winkel waar we hun beroemde wijnen kunnen aanschaffen voor de thuisgebleven lieverds.

Om 12u30 kunnen we aan tafel.

We keren terug naar Jeruzalem en hebben een vrije namiddag.

Met Leon bezoeken Hubert en ikzelf nog uitgebreid de verrijzeniskerk. Nergens moeten we lang aanschuiven: Calvarieberg, plaats waar het lichaam van Jezus gebalsemd werd, het graf, de plaats van de verrijzenis.

Het valt op dat er dit jaar veel minder toeristen naar Israël komen en zoals we de plaatselijke bevolking horen zeggen : “due to the bad situation here”!!

 

WANNEER KOMT EIGENLIJK DIE VREDE IN DE WERELD WAAR WE MET Z’N ALLEN ZO NAAR VERLANGEN ???

 

 

We nemen nog een laatste avondmaal in “Notre Dame” en mogen bij onze lieve Rosarysisters verblijven tot middernacht. We proberen te slapen en rond 1 uur in de nacht vertrekken we met onze goede chauffeur Jousef voor een laatste rit ….. richting Tel Aviv.

Bij het inchecken kunnen vier mensen van onze groep niet mee….. heel spijtig….

 

In de vertrek hall krijgen we van Renaat een laatste kaartje

 

…ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde….

 

Jeruzalem, toegang tot grenzeloze liefde en onuitsprekelijke kracht

van geborgenheid en sjaloom, -handen om mij heen geslagen…

laat mij in jou voor altijd wonen.

(dit zijn woorden die me ten zeerste raakten)

 

Wij vliegen om 5u15 richting Zaventem en komen er rond 8u50 aan.

We nemen afscheid van onze medepelgrims en hopen mekaar deze zomer nog terug te zien.

Tegen de avond bel ik naar de vrouw van André Verbanck en hoor dat de vier thuis zijn met een tussenlanding in Wenen. Rap een berichtje aan iedereen … we zijn blij dat ze het vandaag nog gehaald hebben….

 

Dank je wel Renaat om met ons deze pelgrimstocht te maken, om je priester zijn met de mooie vieringen die we samen mochten beleven, om je gedrevenheid als gids… om… zovele dingen.

Dank je wel medepelgrims om de vriendschap en het samenzijn.

 

Bernice

 

 

Tekstvak: ... " Wat was mijn vreugde groot,
toen mij de boodschap klonk :
wij gaan tezamen op
waar God hoogheilig woont " ...

 

UIT-TOCHT 2012

... in de voetstappen van Mozes ...
11 april tot 25 april
Egypte - Jordanië - Israël

 

 

 

REISVERSLAG UITTOCHT 2012 VAN LIEVE DRILJEUX

 

 

 

Dag 1 : 11 april 2012

 

Op het programma staat : Samenkomst in de luchthaven. Gebedsmoment in de kapel van de luchthaven. Vlucht naar Cairo. Transfer naar het hotel.

 

Om 4 uur loopt de wekker af. Nele, onze dochter, wuift ons uit samen met Lisa, onze hond.
Raya, onze schoonzoon brengt ons naar de luchthaven. Het avontuur kan beginnen. We kunnen het haast niet geloven, we vertrekken op pelgrimstocht naar het Heilig Land. Een droom van Lucas, mijn echtgenoot, gaat in vervulling.

Zaterdag 11 februari waren we naar de misviering geweest waar Renaat, een vriend van Lucas, voorging. We vertelden dat we graag mee op pelgrimstocht gingen. Renaat nodigde ons uit om de volgende dag om 16 uur naar Landskouter te komen. Hij organiseerde daar een kennismakingsnamiddag. Zo konden we Renaat zijn prachtige foto’s bewonderen en leerden we de medepelgrims kennen. Ook Renaat’s taart viel erg in de smaak.

Zo staan we hier dan gepakt en gezakt, klaar voor het grote avontuur. We vinden snel onze medereizigers. Even later komt Renaat eraan. Hij deelt kleurige linten uit om aan onze valiezen te bevestigen. We krijgen een reisplan en een mooi gebedsprentje met een reisgebed. Stil worden we ervan en vertrouwen ons toe aan Hem.

Maak ook ons tot uw mensen,

samen onderweg.
Vergezel ons op onze tocht door het leven.

Wees tijdens hitte een koele schaduw

en bij regen en ontij een veilige beschutting,

wees een schild tegen onze angsten

en een stok op glibberige paden.


eef ons perspectief

als wij de moed verliezen.

Mogen wij op onze levensweg

Uw goedheid ontmoeten

en tijdens onze reis en levensloop

Uw bevrijdende aanwezigheid ervaren.

 

Uit het reisgebed, dat Renaat ons geeft

 

Even later zijn we op weg.

 

Rond 7 uur vliegen we naar Zürich, waar we om 9.45 u doorvliegen naar Cairo. De vlucht valt erg mee. Rond 14 uur landen we op Cairo. Even later rijden we langs de buitenwijken van Cairo naar ons hotel. We vangen een glimp op van de piramides. Ze zullen tot morgen op ons moeten wachten. Ons hotel, Cataract Pyramids hotel, waar we twee nachten zullen verblijven, is een groot complex met verschillende paviljoenen. We zijn direct in vakantiesfeer. Bloemen geuren heerlijk, mussen en zwaluwen vliegen af en aan.

 

Een wandeling op straat wordt ons eerste avontuur. Toeterende auto’s, wuivende mensen, stof, lawaai, … en helaas ook veel vuilnis langs de Nijl. Ratten lopen tussen het afval. Onbegrijpelijk.

Gelukkig geniet ik van de zwaluwen die over het water scheren. We haasten ons snel terug naar ons hotel.

 

We installeren ons aan het zwembad om te aperitieven. Ik kan niet weerstaan aan het water en neem een heel verfrissende duik. We blijven wat gezellig nababbelen tot de muggen ons verjagen en we onze hotelkamer opzoeken. Morgen begint onze pelgrimstocht, in de voetsporen van Mozes.
Deze keer zal Renaat ons naar het Beloofde land leiden.

 

Dag 2: 12 april 2012

 

Vandaag bezoeken we Caïro en de piramides.

Vroeg uit de veren, om half 7 worden we gewekt. Om half 8 rijden we door de buitenwijken van het zeer drukke Caïro naar de piramides en de sfinx. Caïro is net een grote bouwwerf. Op de meeste huizen wordt nog een verdieping bijgebouwd, meestal voor de zoon en nadien nog een verdieping voor de kleinzoon. Gelukkig dat het hier zo weinig regent.

We hadden van Renaat een tekst gekregen met als titel : Let my people go!

…Zij leren te vertrouwen op Gods zorg voor wat er nodig hebben. Gods aanwezigheid als reisgenoot, Gods leiding. Ze leren ook wat hun opdracht is, als volwassen zonen en dochters te gaan leven zoals God het bedoelt, volgens de regels die gegrift staan in de stenen platen van het verbond. ……

 

Een tekst vol vertrouwen, vertrouwen op Gods aanwezigheid als reisgenoot. Als ik de dorre woestijn bekijk en me dan het joodse volk voorstel, trekkend door de woestijn, dan moet dat wel een hele opdracht geweest zijn om te blijven vertrouwen. Is dit nu ook niet een opdracht voor ons, onze rode draad op deze pelgrimstocht? Op weg gaan vol vertrouwen, door de woestijn, je helemaal leeg maken om vol vreugde en diep vertrouwen Galilea binnen te trekken.

Daar staat ze dan, de grote piramide van Cheops. Een geweldig ervaring, maar je moet er wel de opdringerige verkopers van kaarten, sjaals en prullaria bijnemen. Iedereen wil je wat laten zien of een foto van je maken, uiteraard verwacht men dan fooi. Zelfs de toeristenpolitie doet eraan mee.

Onze lieve gids wuift hen met zijn hand weg en met een zekere trots vertelt hij ons de geschiedenis van de piramide van Cheops.

De piramide van Cheops maakt deel uit van een complex van drie grote en zes kleine piramiden “de Piramiden van Gizeh”. De grote piramiden worden toegeschreven aan de koningen Cheops (of Choefoe), Chefren en Mycerinus.

Mensen vermoeden dat ze werden gebouwd tussen 2551 en 2472 v. Chr. Dankzij hun zeer stabiele constructie zijn ze goed bewaard gebleven. De buitenste witte kalksteenlaag is in de loop der tijden grotendeels verdwenen omdat de stenen in de Middeleeuwen gebruikt zijn voor andere bouwwerken. Recyclage noemt men dit tegenwoordig. Terwijl onze jonge gids alles uitlegt, proberen allerlei verkopers, jong en oud ons allerlei souveniertjes te verkopen. De ene al wat opdringeriger dan de andere. Onze gids doet dapper verder, af en toe aangevuld door Raoul.

De stenen zijn zó vlak en liggen zó precies tegen elkaar aan, dat er geen theelepeltje tussen past. Raoul vertelt ons dat er genoeg stenen beschikbaar zijn om een 3 meter hoge muur van 30 centimeter dik om heel Frankrijk te zetten!

In de piramides werden de farao’s begraven met fabelachtige schatten. Binnenin de piramide van Cheops werd echter niets aangetroffen. Men vermoedt dat er al grafrovers op bezoek zijn geweest. Naast de piramide werd echter een zeer goed bewaarde zonnebark gevonden. Dit was de boot waarmee het lichaam van Cheops werd vervoerd naar zijn graf. Het blijft indrukwekkend. Hoe hebben ze in godsnaam zonder machines zulke grote blokken naar boven kunnen brengen? Wat een wilskracht. Het zouden ook geen slaven zijn die de piramides gebouwd hebben, maar ambachtslui. De slaven stonden in voor de verzorging van de werklieden.

De bus brengt ons naar een prachtig uitzichtplaats waar we de drie piramides mooi in het gelid zien staan. Fotosessies alom, maar laat je niet vangen door met een Egyptenaar op te foto te willen staan want hier kost alles geld. “One euro!” is de nationale roep in dit land.

Ook de sfinx vereren we met een bezoek. De sfinx is de bewaker van de graftombe van de farao. Hij is 57 meter lang, 6 meter breed en 20 meter hoog. Het hoofd van de sfinx beeldt hoogstwaarschijnlijk de farao uit.

Terwijl we de sfinx in al haar schoonheid fotograferen, merken we plots achter ons een kapitein die zijn troepen overschouwt. Hm….en hij zag dat het goed was. We lopen nog even door de daltempel, de plaats waar het lichaam van de farao gemummificeerd werd en vertrekken dan naar het oude Caïro.

We lopen door de oude Egyptische geschiedenis, van het Oude Testament naar het nieuwe testament. De Kopten geloven dat Maria, Jozef en Jezus naar hier zijn gevlucht. Ze zijn er erg trots op. Caïro is dan ook een Bijbelse plaats met tal van Koptische kerken. De Kopten zijn de christelijke Egyptenaren. Het woord Kopt is een (Arabische) verbastering van het Griekse woord.

We proberen enkele kerken te bezoeken. Eerst komt de St. Joriskerk aan de beurt. Men viert er Goede Vrijdag. De kerk was in rouw omdat hun paus was overleden. We mogen even naar binnen en merken dat de bouwtrant erg overeenstemt met de oude synagoge. Jezus kwam uit een Joodse traditie en de eerste kerken namen veel over van de bouwtrant van een synagoge. Veel biddende gelovigen nemen aan de dienst deel.

Wij kijken een beetje begerig naar de winkeltjes vol souveniertjes.

Na de St.-Georgekerk bezoeken we de oudste synagoge van Egypte, de Ben Ezra-synagoge. Deze plaats is voor de joden in Egypte altijd een heilige plaats geweest. Dit zou, volgens de legende, de plek zijn waar de dochter van de farao Mozes in het riet vond.

Hier staan ook bewakers voor de ingang. We moeten door scanners, die er lustig op los piepen. De bewakers reageren niet en babbelen rustig verder. Misschien al piep- doof.

We wandelen rustig verder naar de Al-Moe’allakah Kerk, de spirituele thuishaven voor de Koptische Christenen en gewijd aan de Heilige Maagd Maria. We kijken onze ogen uit naar de gezellige drukte die er heerst. Omdat het oudste deel van de kerk over de zuidwestelijke poort van Babylon werd gebouwd, wordt ze hangende kerk genoemd. Ook hier kunnen we de kerk niet bezoeken daar er een Goede Vrijdagviering bezig is. We genieten op het binnenplein van de mooie mozaïeken.

De Sergiuskerk, de oudste kerk van de stad waar de Heilige Familie woonde, komt nu aan de beurt. Onder de kerk bevindt zich een crypte, een ondergrondse grafkelder, waar volgens de overlevering Maria, Jozef en het kind Jezus een maand zouden hebben gewoond toen ze voor Herodes naar Egypte moesten vluchten.

Jozef en Maria konden daar niet blijven omdat zij achtervolgd werden door de spionnen van Herodes. Volgens de overlevering trokken ze naar Assiut, waar nu nog veel christenen wonen.

In een restaurant aan de Nijl genieten we van een heerlijk buffet. Even op adem komen want onze harde schijf zit vol. Veel siësta zit er niet in. Het wereldberoemde Egyptisch museum wacht op ons. Op het plein voor het museum zou de revolutie begonnen zijn. Er staat nog een gebouw dat de sporen draagt van brandstichting.

Uit het museum zijn ook kunstvoorwerpen van grote waarde gestolen, waaronder een verguld beeld van de farao Toetanchamon. Ook enkele mummies zouden beschadigd zijn. Het museum ligt vlakbij het Tahrirplein. Plunderaars en vandalen drongen er binnen in de begindagen van het protest.

Ook nu laat onze gids zich van de beste kant zien. Hij beperkt zich tot de belangrijkste museumstukken. Met koptelefoontjes brengt hij ons in de wereld van Toet-ankh-amon. Ook al zie je hem niet, je hoort hem. Een geruststelling in zo een groot museum. Want als je alle kunstschatten wil bewonderen, heb je enkele dagen nodig. Vooral de kunstschatten van Toet-ankh-amon en koning Echnaton komen aan de beurt. Ongelofelijk, wat een rijkdom, wat een cultuur, gewoon indrukwekkend... Een schril contrast met nu. De juwelenschat vind ik het mooist. Men is een nieuw museum aan het bouwen. Geloof me maar, het is zeker nodig. Het Groot Egyptisch Museum komt vlakbij de piramiden van Gizeh en zou in 2015 klaar moeten zijn.

Buiten schijnt het zonnetje en we besluiten naar het hotel te gaan om lekker te zwemmen, te genieten van de zon en een heerlijk drankje. Wat doet dat deugd.

Het water is heerlijk koel, de zon verkwikkend warm.

We genieten van de heerlijke avond en kruipen tevreden in ons bed.

 

Dag 3: 13 april 2012

 

Tocht naar het Catharinaklooster in de Sinaïwoestijn. Hopelijk niet te voet! Overnachting in de omgeving van het klooster.

 

Vandaag trekken we echt eropuit. We vertrekken rond 8 uur voor een rit door de Sinaïwoestijn naar het Catharinaklooster. Het wordt een lange rit richting Suez. Enkele uren later rijden we door de Kanaaltunnel. We verlaten Afrika om Azië binnen te rijden. Het kanaal is ongeveer 3km lang.

Ik vind het reuze om hier te zijn. We hebben regelmatig over het Suezkanaal geleerd en zie, hier zijn we dan. We rijden de Sinaïwoestijn in. We zouden voorbij Ras Abu Rudeis via Feiran naar het Catharinaklooster rijden, maar omwille van een blokkade door de Bedoeïnen maken we een grote zuidelijke omweg. Maar we vervelen ons niet.

De gids vertelt ons over de Sinaïwoestijn. Het wordt door de Landengte van Suez verbonden met de rest van Egypte, maar tegelijkertijd door het Suezkanaal gescheiden van Afrika.

Het schiereiland wordt begrensd door de Middellandse Zee in het noorden en dan met de klok mee door de Gazastrook, Israël, de Golf van Aqaba, de Rode Zee, de Golf van Suez en het Suezkanaal. Op het schiereiland liggen het Sinaïgebergte en de Sinaïwoestijn.

De voornaamste economische takken zijn toerisme, veiligheid, nomadische veeteelt (schapen, geiten en kamelen), visvangst. De belangrijkste badplaats vandaag is Sharm el Sheikh wat in het zuidelijkste puntje van de Sinai ligt. Het landschap is van een natuurlijke schoonheid die een diepe indruk op je maakt. Prachtige wandelingen in de roodbruine heuvels in het zuiden of bijzondere vergezichten in het noorden. Bovendien is het altijd een plek geweest voor de vluchteling om in te verdwijnen, een zwaar bevochten plaats met een zeer rijke geschiedenis – profeten, nomaden, vluchtelingen en overwinnaars – allen hebben ze hier hun voetstappen achtergelaten. Onze tocht in de voetsporen van Mozes sluit hier haarfijn op aan.

Inderdaad, het landschap is prachtig, vol geheimen en mysterie.

 

Terwijl we genieten, oefenen we ondertussen de namen van de medepelgrims.

Reine-Marie geeft een blad door waar iedereen die het wil zijn naam en adresgegevens kan noteren. Raoul zal enkele dagen later deze via mail naar iedereen versturen.

We stoppen voor een drankje, plasje en ijsje en rijden dan weer dapper verder. Beter met de bus dan te voet door de woestijn, denk ik zo. Wanneer we de Rode zee naderen, zien we aan de linkerkant de indrukwekkende bergen en aan de rechterkant de Rode zee. Overal zie je vakantiewoningen aan het strand.

 

Na een tijdje rijden we voorbij Sharm el Sheikh, een luxueus vakantieparadijs aan de zee. Het ligt op de meest zuidelijke plaats van het Sinaïschiereiland. De laatste 20 jaar is Sharm el Sheikh uitgegroeid tot de populairste vakantiebestemming in Egypte. Met zijn ruim 200 koraaltypes en meer dan 1000 kleurrijke vissoorten is dit echt een duikparadijs. We kregen direct ook zin in een duikje in de zee.

 

We rijden steeds verder ons doel tegemoet. Bergen, zee, olieplatforms, spelende kinderen en loslopende geiten vormen nog steeds ons decor vandaag. Rond 16 uur eten we in het Nora Resort. Nog 180 km en dan zijn we er.

Na een lange busrit komen we tegen de avond aan in ons hotel : Catherine Plaza . Ik probeer toch op tijd naar bed te gaan want morgen om half 1 wagen Hubert en ik een poging om de zonsopgang op de Horeb te bewonderen.

 

Dag 4: 14 april:

 

Voor ik aan de dag begin, lees ik even het overzicht. De beklimming van de Horeb door Hubert en Lieve, bezoek aan het St.-Catharinaklooster en overzet naar Jordanië staan op het programma.

 

Inderdaad, om 1 uur 15 worden we gewekt met een klop op de deur. Hubert en ik gaan de Mozesberg of de Horeb beklimmen om de zonsopgang te bewonderen. De Sinaïberg, de Horebberg of de Djebel Moesa is een 2286 meter hoge berg in het Sinaïgebergte.

Deze berg is verbonden met Bijbelse verhalen, het brandende braambos en de tien geboden. Ik had mezelf wel de vraag gesteld waarom ik dit eigenlijk wou doen. Was het een sportieve uitdaging, nieuwsgierigheid of wou ik op eeuwenoude paden lopen, even meelopen in de Bijbelse geschiedenis…. Ik wist het niet.

Enkele wakkere verkopers proberen ons wandelstokken en zaklampen voor een prikje te verkopen. Om half 2 rijden we naar de voet van het Catharinaklooster waar onze voettocht begint.

 

Twee paden leiden naar de top van de berg. We kiezen voor het toeristenpad, het Kamelenpad, aangelegd in 1850. Het brengt je via een kronkelend pad naar de top. Het is erg donker, alleen de maan in haar laatste kwartier en enkele sterren verlichten onze weg.

Na de controle van onze bagage begint onze tocht. We zijn niet alleen. Een hele groep toeristen van allerlei nationaliteiten gaat dezelfde uitdaging aan. Een jonge gids, een 22-jarige student begeleidt ons. Zo stappen we gedrieën de nacht in. Gelukkig hebben we onze zaklampen bij, want de weg is bezaaid met stenen.

Onderweg biedt men ons kamelen aan. Zij brengen je voor enkele dollars tot bijna aan de top. De gids vraagt ons of we er zeker van zijn dat we te voet verder gaan. Misschien heeft hij toch zo geen vertrouwen in onze conditie. Dapper stappen we verder met onze zaklamp in aanslag, voorzichtig onze weg zoekend tussen de vele stenen. Het is zo donker dat we haast tegen een kameel botsen. Na wat oefening gaan we op onze neus af en na een half uur stappen komen we aan de eerste koffieshop. De gids vertelt ons dat er tien stopplaatsen zijn waar men koffie, thee, frisdranken, koeken enz kan kopen. Ons eerste gedacht is dat we het misverstaan hebben. Nee, er zijn er inderdaad 10. We besluiten om er toch enkele over te slaan.

Na een koffie stappen we verder. Het wordt drukker. Toeristen te voet of per kameel hebben allen één doel : de top bereiken. Rond 4 uur komen we aan de laatste klim toe, 700 treden.

Even op adem komen en dan er tegenaan. Hubert telt dapper de treden. Regelmatig houden we halt om op adem te komen.

Om 5 uur stranden we op 2 min van de top. Daar de zon pas om 5.45u opkomt, hebben we ruim de tijd om nog een theetje te drinken. Rond half 6 brengt onze gids ons naar de top en zoekt hij een goede uitkijkplaats.

 

De hemel kleurt met een veelheid van rode schakeringen. Iedereen wacht vol spanning, de camera in aanslag. Een kleine rode zon komt aarzelend tevoorschijn om zich dan snel in volle glorie te tonen, om dan even later verlegen om zoveel moois achter de wolken te verdwijnen.
Het werd heel stil en even hing de betovering om het wonder van de geboorte van een nieuwe dag. Prachtig!

We lopen terug langs de kapel van de H. Drie-eenheid, zoeken onze gids en dalen af langs het oude monnikenpad of de trap der boetedoening. Het is een pad met 3700 uit de rotsen gehouwen trappen die kriskras over het pad liggen. Op enkele pelgrims na waren we alleen. De weg loopt tussen 2 steile wanden naar beneden. Het is een prachtige weg, steil, woest en vol natuurschoon.

Klein en nietig , maar heel blij dalen we behoedzaam af. We komen langs de St-Stefanuskapel. Onze gids trekt door het sleutelgat een foto om ons de iconen te laten zien die in de kerk hangen. Deze route gaat ook langs de Stephanospoort, genoemd naar Stephanos die het pad aanlegde in de 6-de eeuw. Een bedoeïenenkamp is de volgende halte.

Het nemen van de Trap der Boetedoening heeft bovendien nog een belangrijke bonus: bij de afdaling hebben we het grootste gedeelte een prachtig uitzicht op het St. Catharinaklooster. Ondertussen genieten we ook van de vergezichten, van de vogels, van de stilte.

Het is goed hier te zijn. De schoonheid van de bergen ontroert ons. Het geeft ons een goed en blij gevoel, een gevoel van verbondenheid met het eeuwenoude Bijbels verhaal, verbonden met de natuur, met het Onnoembare.. Het vervult ons met een diepe vreugde.

Rond 7 uur zijn we terug op de parking. Onze tocht zit erop. Het is goed zo. We bedanken onze fijne gids en wensen hem alle goeds toe. Heel blij en tevreden keren we als vrienden terug naar het hotel.

Onze medereizigers zijn al aan het ontbijten en vragen nieuwsgierig naar onze ervaringen.

 

Na het ontbijt staat het bezoek van het Catharinaklooster op het programma. Helaas kan het bezoek aan het klooster niet doorgaan: wegens het paasfeest is het gesloten. Op de binnenplaats geeft de gids ons uitleg over het ontstaan, de naamsverandering.

 

Het Grieks-orthodoxe klooster ligt in het hartje van de zuidelijke Sinaï woestijn. Het volledig ommuurde klooster werd tussen 548 en 565 gebouwd in opdracht van keizer Justinianus I van Byzantium om de monniken bescherming te bieden tegen aanvallen. Het is gebouwd op de plaats van een Mariakapel die hier door monniken voor pelgrims, op zoek naar de voetsporen van Mozes, was opgetrokken.

Volgens het bijbelverhaal vond Mozes hier het brandende braambos. Binnen de kloostermuren groeit een struik die mogelijk verwant is aan die brandende doornstruik.

 

Het klooster dankt zijn naam aan het feit dat in de buurt de overblijfselen van St. Catharina zouden zijn gevonden. St. Catharina was één van de eerste christelijke heiligen, een meisje uit Alexandrië dat zich in de 4-de eeuw tot christen bekeerde en daarom werd gemarteld. Engelen zouden haar lichaam naar de Sinaï gebracht hebben, waar het zes eeuwen later geheel intact werd teruggevonden.

Tot de schatten van het klooster behoren handschriften en iconen uit de vroege geschiedenis van het christendom. Het klooster heeft een uitzonderlijk mooie collectie iconen, waarvan sommigen uit de 6-de en 7-de eeuw dateren.

 

Op het kaartje van Renaat staat een prachtige tekst.

De aarde zit boordevol hemel

en elke struik, hoe gewoon ook,

staat in lichterlaaie van God.

Maar enkel hij die het ziet

doet zijn schoenen uit.

De rest zit er omheen en plukt bramen.

Eliz. B. Browing

 

Na een hele voorraad stenen eieren gekocht te hebben, gaan we eerst eten op een vakantiedomein. De zon schijnt, het water lokt, helaas zit ons badpak netjes opgeborgen in de valies en tenslotte vinden de vliegen ons ook.

 

Jammer dat alles zo onverzorgd en vuil is. Het zou zo een heerlijk vakantiedomein kunnen zijn. Na enkele uren vertrekken we richting Jordanië. Vanuit de haven Nuweiba wordt een dagelijkse veerdienst op Aquaba in Jordanië onderhouden. Pascontrole, bagagecontrole, persoonlijke controle, allerlei controles en dan mogen we eindelijk de boot op. Na uren wachten begint de overzet. Afleiding is er genoeg, wandelen op het dek, aanschuiven voor een hapje en drankje, lesje in rituele wassingen en toiletoverstromingen…

Rond 23 uur komen we in Aquaba aan. Hier is het een uurtje later. In een lekker visrestaurant komen we terug op krachten en rijden we richting Wadi Ram waar we rond 2 uur ’s nachts onze tent bij de bedoeïenen opzoeken. De klok is rond en geloof me maar, Hubert en ik zullen als roosjes slapen.

 

Dag 5: 15 april 2012

 

Even kijken wat er op het programma staat : Woestijntocht in jeeps door de Wadi Ram. Verder naar Petra. Bezoek aan Petra, vestingstad van de Nabateeërs, verscholen in het Edomgebergte. We bewonderen er in rots uitgehouwen graven, mausolea, een theater... Deze vesting is enkel toegankelijk via een lange smalle kloof. Avondmaal en logies in Petra.

 

Inderdaad, we ontwaken in het bedoeïenenkamp rond half 7. Wanneer ik mijn hoofd uit mijn luxueuze tent steek, ben ik onder de indruk van de prachtige omgeving.

Onze tent is eigenlijk een hotelkamer met een bed, toilet, wasbak en dan een tent erover. Ik heb heerlijk geslapen en voel me terug heel fit. De bedoeïenen hebben een ontbijtbuffetje opgesteld en tijdens het ontbijt maken we kennis met onze buren, een groep Nederlanders, die net Petra bezocht hebben. Veel tijd voor een babbeltje is er niet bij, want de valiezen moeten terug naar de bus en wij maken ons klaar voor een tochtje in de woestijn met jeeps. Onze groep voelt steeds beter aan. We zorgen steeds dat iedereen erbij is.

Onze gids, Antoine, is ook van de partij. We worden over enkele jeeps verdeeld en het avontuur kan beginnen. Gelukkig hebben we onze jas aangetrokken, want de wind zorgt voor een goede afkoeling.

Antoine, voor mij een levende encyclopedie, brengt heel de Wadi Rum tot leven. Op onze eerste stopplaats vertel hij dat de woestijn bewoond werd door diverse culturen, al vanaf de prehistorie. Vooral de Nabateeërs hebben veel achtergelaten. Zij hadden hun eigen religie. Centraal stond de verering van rotsen. De Nabateeërs hebben ondergrondse waterkanalen aangelegd, die vertrekken van (ondergrondse) bronnen in de bergen via tunnels naar droge landbouwgronden. Nu nog steeds zijn er bronnen waarvan het water via kanalen daar beneden wordt geleid. Een knap volk. Ook in Petra, hun hoofdstad, zullen we ze terug ontmoeten. We bewonderen de inscripties in de rotswand. Zij verwijzen naar de karavaanroutes door de woestijn. Op dit moment leven enkele Bedoeïenenstammen in het gebied. Hun voornaamste bron van inkomsten is het toerisme.

In Europa is Wadi Rum vooral bekend omdat de Britse officier Thomas Edward Lawrence hier verbleef in de tijd van de Arabische opstand van 1917-1918. Het was ook hier dat David Lean in 1960 een groot deel van Lawrence of Arabia filmde.

Terwijl we door de woestijn rijden, genieten we van de prachtige rotsformaties in overwegend rode granietachtige gesteenten. Hier en daar vinden we struiken en bomen. Een eenzame boom staat trots midden in de woestijn. Ik vind dit een prachtig zicht.

Terwijl de stilte in mij groeit, denk ik na over enkele woorden van het gebedskaartje van Renaat. Het leven is als een woestijn, zegt hij, waar ieder door moet. Wie zal ons de weg wijzen. Hier zou ik al hopeloos verdwalen. Een boom, een ster, een stem in ons hart zal ons de weg wijzen. Renaat vertelt het zo mooi. Het is Jezus die ons antwoord geeft. Op Hem blijven wij hopen. Hij is vooruit gelopen. Het is net of wij zijn voetstappen zoeken in het mulle zand, denk ik. Gelukkig hebben wij elkaar om samen uit te kijken.

We bezoeken een bedoeïenenkamp. Ik vind het een beetje gênant om zo in het privéleven van deze mensen binnen te dringen. Kamelen, honden, schapen en geiten hebben allemaal kleintjes die ons natuurlijk vertederen. We worden in de tent uitgenodigd om thee te drinken. Onze gids vertelt over hun manier van leven. Bedoeïenen leven soms in tenten, en hebben een nomadisch, semi-nomadisch of sedentair bestaan.

Onder meer door invloeden van de Westerse cultuur en het toerisme is het leven van veel bedoeïenen de laatste decennia sterk veranderd, maar een deel leeft nog met tradities en gebruiken die vele eeuwen teruggaan. Zo zullen veel bedoeïenen tegenwoordig in ieder geval een deel van het jaar een sedentair leven leiden. Vele bedoeïenen hebben nu een vaste woning vestigen zich in dorpen.

Antoine, onze gids, heeft nog een verrassing voor ons : de kloof van el-Khazali. De kloof van el-Khazali toont ons rotsinscripties zoals handen, voeten en jagers die wild opjagen, ook Adam en Eva en verschillende dieren vinden we terug. De inscripties worden aangevuld met Thamudische tekens (de Thamud waren een oude Arabische stam). De ode aan de handen en voeten vind ik geweldig. Prompt doe ik mijn sandalen uit en stap in het rode zand. Na een tijdje kleuren mijn voeten rood. Het zand voelt lekker warm aan. Het is goed zo verbonden met de natuur te stappen.

We genieten nog even van het prachtige woeste landschap, rijden door een nederzetting voor de Bedoeïenen en schuiven dan aan tafel voor een lekkere verzorgde maaltijd.

Onze dag kan niet stuk. Petra, opgenomen in de lijst van werelderfgoed van de UNESCO, staat nu op het programma. Petra was de Griekse naam van de hoofdstad van de Nabateeërs. De stad Petra is volledig uitgehakt uit de rozerode rotsen in Jordanië.

De Nabateeërs bewerkten de rotswanden met alleen maar een hamer en een beitel. Wat een respect heb ik voor dit kunstvolk. Het is gewoon fascinerend mooi. De combinatie van natuur en architectuur gaat hier uitstekend hand in hand. Het is een prachtige plaats. In de poreuze zandsteen zit ijzeroxidatie waardoor de rotswanden rozerood kleuren. Zwavel en bitumen echter zorgen voor de gele en grijs-zwarte tinten. In combinatie met de altijd wisselende inval van de gouden zonnestralen zorgen ze voor een schitterend kleurenpalet. Jongens lief, wat vind ik het hier mooi.

Ons gids komt nu echt goed op dreef en gelijk heeft hij. Hij breng de Nabateeërs weer tot leven. Zij zijn een Arabisch volk dat meer dan 2.000 jaar geleden in Zuid-Jordanië leefde. Vanuit een goed verborgen standplaats beheersten zij de handelsroutes van het oude Arabië. In ruil voor tolgeld beschermden ze de karavanen die hier langstrokken. Het koninkrijk van de Nabateeërs duurde eeuwenlang en overal roemde men de schoonheid van de stad Petra, omwille van haar verfijnde cultuur, haar massieve architectuur en het goed uitgebouwde watersysteem met dammen en kanalen. Tenslotte werd het koninkrijk geannexeerd door de Romeinen. Tijdens de 16-de eeuw ging Petra volledig verloren voor het Westen, een situatie die bijna 300 jaar lang duurde. In het jaar 1812 slaagde de Zwitser Johann Ludwig erin om zijn gids te overtuigen hem naar de met sagen en legenden omgeven verloren stad Wadi Musa te brengen.

We wandelen naar de kloof, de Siq genoemd. Alleen via deze kloof kan je de stad bereiken. Zij is 1,5 km lang en tot 200 m diep. Op de smalste plaats is ze slechts 2 m breed. Ondertussen kijken we onze ogen uit naar de vele tempeltjes en grafmonumenten. Het is hier lekker koel.

In de Siq sta ik in bewondering voor hun ingenieus systeem voor de waterleiding. Dankzij hun kennis van waterhuishouding konden ze een kunstmatige oase scheppen en zo een stad tot bloei laten komen. Via een in de rotswand van de Siq uitgehouwen goot, die afgedekt was met stenen platen, leidden de Nabateeërs gewoon water en via aardewerken buizen drinkwater, de stad binnen. Geweldig. Overal komen we ogen te kort. Antoine laat ons prachtige tekeningen, beeldhouwwerken, graven, tempels en zoveel meer ontdekken. Op sommige plekken zijn nog muurreliëfs te bewonderen, gemaakt ter ere van hun goden. De bredere delen van de kloof zijn verfraaid met altaren en nissen met godenbeelden.

Ook de wand met de verschillende grafmonumenten vind ik fantastisch. Je kan hier het soort grafmonument dat je wou, bekijken en bestellen. Het is de voorloper van de catalogus.

Het belangrijkste monument van Petra, het Schattenhuis, ontdekken we aan het einde van de Siq. Dit gebouw is een graftempel. De voorgevel, uitgevoerd in een dubbele Korinthische orde, is 40 meter hoog en 25 meter breed. Wij maken hem nog beroemder door ervoor te gaan poseren voor een groepsfoto.

Helaas is onze tijd dan om. We zouden hier nog dagen kunnen rondkijken. Verschillende gangen en trappen leiden naar honderden gebouwen, gevels, graven, badhuizen en tempels. Het cultuurhistorisch aanbod is zo groot dat een bezoeker er wel enkele dagen zoet mee is. Je ontdekt er een theater met 3.000 zitplaatsen uit de 1ste eeuw na Chr, een grafpaleis in Romeinse stijl, alsook een gigantisch klooster uit de eerste eeuw.

Vol bewondering vatten we gezellig babbelend onze terugweg aan. Rond 18 uur komen we aan in het Edom hotel in Petra. Na een verkwikkend plonsje in het zwembad gaan we gezellig samen eten.

Wegens een elektriciteitspanne zoeken we onze kamer in het donker op en slapen nadien als roosjes.

 

Dag 6: 16 april 2012

 

Even het programma erbij halen en dan de bus op.

Sint Georges-kerk met mozaïekkaart van Jeruzalem en bijbelverwijzingen. Indrukwekkend en onvergetelijk is het panorama vanop de Neboberg. We genieten van het uitzicht en kijken naar het Beloofde land, de Dode Zee en de Oase van Jericho. Lunch in Madaba. Naar de Jordaanse hoofdstad Amman. Rondrit in de oude stad Amman met citadel, Koning Abdoellah I moskee en Romeins theater.

 

Rond 8 uur zitten we gezellig op de bus. Het wordt een lange rit, maar de sfeer is echt goed. De zon schijnt, zwaluwen vliegen als acrobaten door de lucht en wij genieten van de mooie natuur en prachtige vergezichten. Hier zouden ze wel blij zijn met wat regen. Konden we maar even ruilen met het thuisfront waar het koud en nat is. Misschien beter even wachten tot wij terug thuis zijn.

Wanneer we op weg zijn naar Madaba, zien we in de verte de Neboberg, ons eerst doel. Op deze berg zag Mozes vlak voor hij stierf het beloofde land. We vieren hier samen eucharistie bij de Fransicanen. Renaat gaat voor, heel verbonden. Samen bidden, samen zingen, we bereiden ons ook voor om naar het beloofde land te gaan.

Een kaartje van Renaat brengt ons heel dicht bij Hem.

Gij die steeds weer

een nieuw begin maakt met mensen

wees met de moedelozen

die niet durven hopen, dromen en geloven;

dat zij keuzes durven maken en zichzelf

een nieuw perspectief scheppen.

Gij die weet wat in mensen omgaat

Wij bidden U, ga met ons mee,

houd ons in leven.

Wij zijn toch uw mensen”

 

Wat een vertrouwen spreekt deze tekst uit. Bedankt, Renaat.

 

Eerst mogen we een glimp opvangen van het beloofde land boven op de Neboberg. We genieten van een prachtig uitzicht over de Jordaanvallei en het noordelijke deel van de Dode Zee. De stad Jericho ligt aan de horizon. Op een zeer heldere dag kan ook Jeruzalem van hieruit gezien worden. Helaas was het een beetje mistig.

Giechelende schoolmeisjes begroeten ons, willen steeds onze naam weten en zelfs op de foto met ons. Maar Antoine roept zijn kudde tot de orde en toont ons het kruis met de slangmotieven. Het is een werk van de Italiaanse kunstenaar Giovanni Fantoni. Het staat symbool voor de woorden in het Johannes-evangelie ”En deze Mensenzoon moet omhoog worden geheven zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn om zijn mensen te genezen.” Ook hier komen het oude en nieuwe testament elkaar weer tegen. Dit symbool- de slang- wordt bij ons gebruikt door de geneeskunde. We bezoeken de Herdenkingskerk van Mozes. Aan de ingang staan we even stil bij een gedenksteen.

 

In 2000 bezocht paus Johannes Paulus II de berg Nebo, als onderdeel van zijn bezoek aan het Heilig Land. Hij plantte daar, als teken van vrede, een olijfboom naast de Mozes-gedachteniskerk. Een gedenksteen herinnert aan deze gebeurtenis. Natuurlijk geniet ik ook van de bloeiende mimosabomen.

We rijden verder naar Madaba en gaan lekker eten in Dana. Uitgerust bezoeken we de 19de eeuwse oosters-orthodoxe Sint Joriskerk waar zich de beroemde 6de eeuwse vloermozaïek bevindt. Het is een kaart van de streek met aanduiding van de Jordaan, de Dode Zee en een deel van de Nijldelta. Een grondplan onder meer van Jeruzalem en Jericho is ook afgebeeld.

Voor we de kerk bezoeken, geeft Antoine een schitterende uitleg in het museum over deze beroemde vloermozaïek. Het mozaïek dateert uit de 2-de helft van de 6-de eeuw n.C. en het werk is van een onbekende kunstenaar. Het bestond oorspronkelijk uit meer dan 2 miljoen veelkleurige steentjes en is zeer belangrijk voor de bestudering van het Heilige Land in de Byzantijnse tijd.

In de kerk mag er geen uitleg gegeven worden. Ja, inderdaad het is wel bijzonder. Ik heb enorm veel bewondering voor het geduld waarmee men deze prachtige vloer met ontelbare kleine steentjes tot een meesterwerk in elkaar puzzelde. Ik vind de details prachtig, de vissen, de veerboot, de Dode Zee, straten, bomen en zoveel meer.

Als alle foto’s getrokken zijn en ons hart opgeladen aan de prachtige muurschilderingen, rijden we naar Amman.

We zoeken ons hotel op. We logeren in een splinternieuw Ibishotel. Morgen bezoeken we de stad Amman. Het is nu tijd om ons wat te verfrissen, wat uit te blazen, samen te eten, te genieten van elkaars gezelschap, een poging te wagen om het thuisfront te bereiken en daarna in ons bed te kruipen.

 

 

Dag 7: 17 april 2012

 

Wat staat er op het programma vandaag? Even lezen en dan springen we de dag weer in.

Vertrek naar de Romeinse ruïnes van Jerash (met halte aan de Jabok-rivier). Bezoek aan het Forum Romanum, het theater, de kerk van Cosmas en Damianus (mozaïek), de tempel van Artemis, Cardo maximus, het nymphaeum. Deze stad is één van de tien steden van de Decapolis ten tijde van Christus. Middagmaal. Daarna trekken we de grens over naar Israël. Logement in Nazareth.

 

Vandaag vertrekken we naar Nazareth, dat vind ik wel bijzonder. Eerst hebben we nog een heel programma af te werken. Voordat we het splinternieuwe Ibishotel verlaten, wil Raoul het nieuwe brandalarm uitproberen. In de hal staat er een grote gong. We houden onze oren dicht terwijl Raoul op de gong slaat.

Wij vluchten de bus in en even voor acht zijn we weer op weg voor een rondrit door de Jordaanse hoofdstad Amman. De zon schijnt. Het is bijna 20 graden. Ik geniet er mateloos van en voel me even schuldig als ik aan onze thuisblijvers denk die zich erg verkleumd en verregend voelen. Abdullah, onze politieman is ook weer van de partij, net als onze gids Antoine. Zijn kennis is ongelofelijk. Hij steekt direct van wal en vertelt ons over de stad Amman.

Amman is de hoofdstad van Jordanië en werd in de oudheid Philadelphia genoemd. De stad ligt in het noordwesten van het land, slechts enkele tientallen kilometers verwijderd van de Westelijke Jordaanoever en de Dode Zee.

We rijden naar de citadel waar we een prachtig uitzicht hebben over de stad. We gluren even door het hek en zien de ruïnes, sporen die de Romeinen achterlieten op deze heuvel.

Veel tijd hebben we niet want de mooie King Abdullah Moskee staat op het programma. Het is de grootste en mooiste moskee van de stad met twee slanke minaretten en een turkooisblauwe koepel.

Deze opvallende blauwe moskee werd in 1990 gebouwd ter ere van koning Abdullah, de overgrootvader van de huidige koning Abdullah.

Wij, de dames, mogen pas de moskee binnen als we een zwart kleed, een hidjaab, aantrekken. Ik vind het maar niets, maar samen met de dames wordt het leuk. We zijn net een stel giechelend schoolmeisjes in uniform. Ook binnen is de moskee volledig in het blauw. De gebedshal biedt plaats aan meer dan 7000 gelovigen. Het achthoekige interieur is versierd met mooi gekalligrafeerde teksten uit de koran en enkele enorme kroonluchters. De grootste zou 8 ton wegen, de kleinste 2 ton. De 99 namen van God staan op deze luchters. Het is indrukwekkend. Het Perzisch tapijt is prachtig geweven en de tekeningen geven de plaats aan waar men moet bidden, knielen met het gezicht naar Mekka. De meubelen zijn gemaakt uit cederhout uit Libanon.

 

Antoine geeft ons nog een snelcursus Islam. Moslims leven volgens vijf zuilen :

1. Ze spreken in het openbaar de geloofsbelijdenis uit.

2 Ze bidden vijf keer per dag, met het gezicht naar Mekka, in de juiste houding.

3. Ze vasten één maand per jaar, de Ramadan.

4. Ze geven geld of voedsel aan de armen.

5.Ze proberen één keer in hun leven naar Mekka op bedevaart te gaan.

Wanneer de Moslims bidden, moeten ze eerst zichzelf wassen volgens een bepaalde volgorde. Handen, mond, ellebogen, oren, voeten.. moeten ze wassen want zelfs het aanraken van een vrouw maakt hen onrein, evenals slechte gedachten. Ook ons wijwater is verwant met dit gebruik, een zuiverend ritueel. Als ik nu en kruisteken maak, zal ik hier toch eens aan denken. Maar het is gelukkig iets eenvoudiger en vrouwen en mannen worden bijna gelijk behandeld in het christendom. Er is nog wat groei en inzicht nodig.

Bij de islam staan de vrouwen letterlijk en figuurlijk op de tweede plaats. Vrouwen moeten altijd achter de mannen blijven als ze bidden. Mannen zouden anders slechte gedachten kunnen krijgen.

We bezoeken de kleine aparte moskee voor de vrouwen. Ik vind deze gezelliger. Nee, er zit voor mij geen bekering tot moslima in.

Rond 10 uur rijden we verder richting Jerash. We rijden over de rivier de Jabbok. Renaat leest een tekst over Jacob voor. De Jabbok ontspringt in de buurt van Amman, stroomt westwaarts door de bergketen en mondt uit in de Jordaan.

Aan deze rivier worstelde Jakob met de Engel van de Heer waarna God hem de naam Israël gaf. De omgeving is prachtig: overal groen, groenten, fruit en bloemen. De lente viert hier hoogtij.

Dan is het voor Antoine echt een hoogdag. We komen aan bij de Romeinse ruïnes van Jerash. Jerash (in de oudheid bekend als Gerasa) ligt 45 km ten noorden van de hoofdstad Amman, aan de rivier de Jabbok. Gerasa wordt beschouwd als één van de belangrijkste Grieks-Romeinse-Byzantijnse steden in het Midden-Oosten. De stad was één van de Dekapolissteden. Het is thans een uitgebreide archeologische site.

Antoine neemt ons mee op een reis door de tijd. Door de triomfboog van Hadrianus leidt hij ons binnen in deze prachtige oude stad. De poort werd gebouwd voor de Romeinse keizer.

Dit bezoek staat zeker op het lijst van de schooluitstappen. Kinderen, waar ook der wereld, zijn allemaal dezelfde. Ze genieten van de uitstap, giechelen, babbelen, roepen, plagen,… Antoine brengt de geschiedenis terug tot leven en loost ons de hippodroom binnen. We zien in gedachten de paardenrennen, proeven het stof en horen het gejuich van het publiek. Over de zuidpoort, een deel van de 4de eeuwse stadsmuur, de tempel van Zeus en het Zuidtheater vertelt Antoine vol begeestering. Deze stad wordt ook de stad van de duizend soldaten genoemd. Zij wilden niet meer terug naar Rome en verkozen om hier te blijven wonen. Daar kan ik best inkomen. De zon schijnt heerlijk en overal zie je de vreugde van boeiende bomen en struiken.

In het Zuidtheater is het erg druk. Doedelzakspelers en een trommelaar vullen de ruimte met vrolijke muziek. We genieten van de unieke akoestische kwaliteit. Een paar enthousiaste medepelgrims dansen mee op de ritmische tonen. Maar tijd om met hun pet rond te gaan is er niet bij. Antoine spoort ons met spoed aan de tocht te vervolgen, er is nog een massa te zien.

Het Zuidtheater wordt tegenwoordig gebruikt als podium tijdens het Jerash festival. Het ovaalvormige forum is met zijn asymmetrische vorm uniek in de Romeinse wereld. Het plein van 80 m bij 90 m wordt omringd door 160 Ionische zuilen uit de 1-ste eeuw. We vereeuwigen het met een groepsfoto. Onder dit plein zit een ingewikkelde rioleringssysteem. Knappe bollen waren die Romeinen. Van hier in noordelijke richting loopt de Cardo, een schitterende geplaveide straat, waar winkels, belangrijke gebouwen en huizen langs stonden.

Onze groep splitst zich nu in twee, een deel gaat onder hoede van Renaat frissere regionen opzoeken en de rest gaat gewapend met water, petten en zonnebrillen dapper verder op weg met Antoine. Bij hem is er geen spoor van enige verhitting of uitputting. We stappen over een tweede grote straat, de zuidelijke Decumanus. We bewonderen een weelderige openbare fontein, het nymphaeum - een monument gewijd aan de nimfen, in het bijzonder de bronnimfen, de Artemistempel, de kerk van Cosmas en Damianus met zijn vloermozaïeken. Na een tijdje heb ik toch het gevoel dat mijn harde schijf vol geraakt, zoveel gegevens, indrukken en dan te weten dat de helft van de stad nog onder de nieuwe stad zit. De geiten trekken er zich niets van aan en lopen spelend en knabbelend door de ruïne

De fotograag wacht ons op bij onze terugweg. Een mooie groepsfoto vind ik. Voldaan keren we terug. Een lekkere maaltijd, meestal in buffetvorm, wacht ons op. Ik smul van de verse groenten en fruit.

We nemen stilaan afscheid van Jordanië en rijden richting grens naar Israël. Het is een mooie tocht door de heuvels. Een echt landbouwgebied met veel serres met komkommers, tomaten, paprika’s en bananen wordt afgewisseld met appelsienbomen, citroenbomen en mangobomen in bloei. Ik krijg er al zin in. Maar de spanning neemt toch wat toe in de bus als we de grens naderen. We verlaten Jordanië. Ik vind het een heel mooi, vriendelijk land en als ik de kans krijg, kom ik hier zeker terug. We stappen van de bus, brengen onze bagage door de scanner, pascontrole, handbagagecontrole, we beginnen het al wat te kennen en nemen dan afscheid van Antoine met een daverend applaus. Hij is een geweldige goede gids, bedankt en het ga je bijzonder goed..

Aan de Israëlische kant van de Jordaan wordt de onderkant van de bus met spiegels gecontroleerd en onder het wakend oog van een gewapende soldaat wachten we geduldig.

Na enige tijd mogen we terug met onze bagage en handbagage door de scanner. Dan lopen we zelf even door een persoonlijke scanner in de hoop dat we niet piepen. Sommige medereizigers worden ondervraagd, fototoestellen worden uit elkaar genomen en valiezen worden geopend. Oef, ben ik weer blij dat mijn valies geen uitverkorene was, openen is niets, maar je valies terug dicht krijgen is soms een hele opdracht. Maar alles bij elkaar ging het zeer vlot.

Ik heb toch een fijn gevoel als we Galilea binnenrijden. Ik lees het tekstje van Renaat nog even door. Het vertelt het verhaal over Jacob, de beetnemer. Het vertelt zijn gevecht om naar huis te komen, over zijn gevecht misschien wel met God. Hij krijgt een nieuwe naam, strijder met God, Israël. Israël kreeg de zegen van God en kon weer op weg met zijn nieuwe naam. Israël, “gezocht, gestreden en is terug thuis gekomen”. Een hoopvolle gedachte.

Rond 17.30 u met de ondergaande zon als welkomstcadeau, rijden we Nazareth binnen, waar we logeren in Gardenia Nazareth.

Ik lees nog een tekstje van Manu Verhulst dat ik speciaal voor deze dag heb mee gebracht:

 

Hij is nog steeds bij ons

ongrijpbaar als het licht

Op zondagmorgen.
Zijn hand op onze schouder/

gewond, onvoelbaar licht,

 en teder als van een geliefde.
Hij gaat ons voor naar Galilea.
Onzichtbaar is zijn spoor.

Hij is voor ons de weg.
Hij loopt door ons geweten

naar het huis

van liefde en vergeving.
Hij is de waarheid,

helder als een klok in de lentelucht

die vrij haar boodschap zingt.
Hij is het leven,

sterker dan het graf.
Hij ademt vrede.
Met zijn gewonde handen

bouwt Hij aan een wereld

zonder schaduw,

zonder duisternis.
Hij is nog steeds bij ons,

En vraagt ons Hem te volgen

Naar Galilea.
Daar zullen wij Hem erkennen

in elke kleine mens,

in elke zwerver,

in elke zonderling.

 

Na een gezellige maaltijd, genieten we nog van het uitzicht over de stad en sluiten dan dankbaar de dag af.

 

Dag 8 : 18 april 2012

 

Even het programma lezen : Vandaag bezoeken wij de oude stad Nazareth. Bij de kleine Broeders van Jezus houden wij halt: hier leefde Charles de Foucault. Eucharistieviering. Wij gaan naar de Boodschapskerk, gebouwd boven de grot waar Maria woonde, we bezoeken de Sint-Jozefskerk en de bron van de H. Maagd (orthodoxe kerk). Door de soeks keren we terug naar de synagoge en de parochiekerk van de Grieks-katholieke gemeenschap. Middagmaal. In de namiddag naar Akko langs de kustweg. Bezoek aan de oude vestingen, gebouwd door de kruisvaarders, aan de oude haven, de moskee van Jazzar Pasha en de Sint-Andreaskerk met de prachtige iconostase. Terug naar Nazareth.

 

Na een goede nachtrust in het Gardenia Nazareth hotel en een stevig ontbijt brengt de bus ons naar het klooster van de arme Claren bij de broeders van Jesus Caritas. Het is een mooie plaats, vol stilte, bloemen en vogels.

 

In de kapel van dit klooster heeft Charles de Foucault van 1897 tot 1900 vele uren gebeden en gemediteerd. Renaat had ons gisteren aangeraden zijn levensverhaal in onze blauwe reisgids te lezen. Wat een leven.

Charles de Foucault werd geboren in 1858 en stierf in 1916. Hij is wat van alles geweest in zijn leven: Frans soldaat, ontdekkingsreiziger, trappist, taalkundige en heremiet.

Een heel zoekend persoon. Tussen 1896 en 1901 werkte de Foucault grotendeels als knecht bij de Clarissen in Nazareth. Hij is grondlegger van een nieuwe christelijke spiritualiteit die hij de "weg van Nazareth" noemde. Hierin staat het navolgen van de "verborgen Jezus", zoals deze in de jaren tot aan zijn openbare optreden leefde, centraal. Renaat gaf ons een gebedskaartje met een persoonlijk gebed van Charles de Foucault:

 

Vader,

Ik verlaat mij op U,

doe met mij wat U goed vindt.

Wat U ook met mij doen wilt,

ik dank U.

Tot alles ben ik bereid, alles aanvaard ik,

als Uw wil maar geschiede in mij

en in al uw schepselen:

niets anders verlang ik, mijn God.

Ik leg mijn leven in uw handen,

ik geef mij aan U, mijn God,

met heel de liefde van mijn hart,

omdat ik u bemin;

omdat het voor mij een noodzaak

van liefde is mij te geven,

mij zonder voorbehoud op U te verlaten,

met een oneindig vertrouwen:

want U bent mijn Vader.

 

In deze sobere kapel vieren we voor de tweede maal eucharistie. We hebben er enorm veel deugd van en de vredewens voelt warm en heel verbonden aan. Net of in alle eenvoud Christus hier bij ons aanwezig is.

 

Vermits het wisselkantoor nog niet open is, brengen we een bezoek aan de winkel “Mazzawi” waar de eerste postkaarten samen met allerlei andere geschenkjes worden gekocht. Nadat Renaat onze euro’s heeft omgewisseld in Shekels, Seikis in de volksmond, wandelen we verder voor het bezoek aan de Boodschapskerk of de Basiliek van de Aankondiging.

 

Langs de prachtig versierde deuren komen we de benedenkerk binnen.

De kerk van de Aankondiging (of Annunciatie) is gebouwd op de plek waar de aartsengel Gabriël aan Maria verscheen om haar te vertellen dat ze het leven zou schenken aan Jezus.

Deze kerk wordt ook wel de Basiliek van de Maria-Boodschap genoemd. Bij opgravingen zijn op deze plek resten gevonden van verschillende kerken. Op de resten van een oude kerk werd een nieuwe gebouwd en zo is dat ook gebeurd met deze Annunciatiekerk, die werd gebouwd tussen 1955 en 1967 door de Italiaanse architect Giovanni Muzio. Hij bouwde twee met elkaar verbonden kerken. In de onderkerk vind je de Grot. Het moderne bouwwerk is versierd met Madonna's uit vele landen in eigen traditionele vormgeving.

Boven de altaren in de beneden- en bovenkerk hangt een baldakijn, een geschenk van Koning Boudewijn en Koningin Fabiola. De benedenkerk voelt goed aan. Niet alleen wat je ziet is belangrijk, maar ook wat je voelt. Rond de Mariagrot viert men eucharistie. Na een kijkje in de grot worden we aangespoord om verder te stappen en we bezoeken de bovenkerk met verschillende tekeningen van Maria Oorden. Ik vind deze kerk erg druk.

Enkele jaren geleden raakten de christelijke en islamitische bevolkingsgroepen in zwaar conflict en zelfs slaags over de bouw van een centrale moskee naast de Basiliek van de Aankondiging. Na enig twijfelen en ondanks zware tegendruk van het Vaticaan, steunde de Israëlische regering het standpunt van de grotere islamitische bevolking om de moskee te bouwen. De Israëlische regering bezweek echter uiteindelijk toen de Verenigde Staten zich achter het Vaticaan schaarden, de bouw van de moskee ging niet door.

 

We vervolgen onze weg door de soeks, een schijnbaar eindeloze, deels overdekte, winkelstraat, waar zowat alles te koop is. Volgens Renaat is het erg rustig in de soeks. Wij genieten van het kleur- en geurspektakel.

Via één van de zijstraatjes in deze soeks komen we in de synagoge waar Jezus zijn jeugd heeft doorgebracht en waar Hij na een dispuut met de geestelijke leiders zal beslissen Nazareth te verlaten voor Cafarnaüm. Het is een sober, maar juist daarom een zeer authentieke synagoge. Het zou me niet verwonderen dat Jezus binnenkomt en uit de Thora voorleest.

 

De soeks eindigt op een groot plein met de Orthodoxe kerk met de bron van de Heilige Maagd, waar volgens de Grieks-orthodoxen de geboorteaankondiging door de engel Gabriël aan Maria plaatsvond, terwijl Zij water uit de put haalde.

Het is erg druk aan de Orthodoxe kerk met de bron van de Heilige Maagd. Heel de wereld schuift aan ons voorbij. We besluiten een terrasje te doen, terwijl Renaat ons zakgeld geeft. We voelen ons de koning te rijk. Wanneer het wat rustiger is aan de kerk, stappen we binnen en worden we verrast door haar schoonheid.

De kerk heeft een mooie iconostase. Dit is een wand, samengesteld uit iconen, die de altaarruimte afschermt voor de blikken van de gewone gelovigen. De altaarruimte mag enkel door de priester, diaken en altaarbedienaar worden betreden.

Iconen, zo lees ik op Renaats tekstje, ondersteunen de schoonheid van het gebed. Zoals het woord zich tot onze oren richt, stelt een icoon de geestelijke boodschap aan onze ogen voor. Mooi!

Het is erg druk in de kerk. Ethiopische christenen drinken aan de bron in de kerk.

Renaat vertelt ons dat we dat ook in het hotel kunnen doen, daar dit bronwater opgenomen is in het leidingwater van de stad. Hm.

 

Het middagmaal gebeurt in een klein restaurant, waar aan de ontelbare verschillende verrukkelijke groenteschoteltjes geen einde komt en waar we van de schnitzelhoofdschotel maar de helft meer kunnen verorberen. Men had zelfs voor frietjes gezorgd. We proberen onze schotels te verpatsen, daar iedereen nu toch geld gekregen heeft.

De bus brengt ons nu naar Akko, een oud havenstadje aan de Middellandse zee. In 1104 was Akko, de belangrijkste havenstad van het Heilige Land, in de handen van Kruisvaarders. In 1187 werd de stad veroverd door de moslimleider Saladin. Het was Richard Leeuwenhart die de stad in 1191 terug wist in te nemen.

 

Omdat de stad Jeruzalem in handen van de moslims was en niet heroverd kon worden, werd Akko de hoofdstad van het koninkrijk Jeruzalem onder de naam Saint Jean d'Acre, waardoor Akko honderd jaar lang een periode van grote bloei doormaakte. De Kruisvaarders lieten veel bouwwerken na en versterkten de stad, de Hospitaalridders bouwden er hun ziekenhuis en hadden er hun hoofdkwartier.

 

De stad werd het laatste bolwerk van de kruisvaarders. In 1291 kreeg de Sultan El Ashraf de stad in handen. Het leger van de Sultan stak haar in brand en doodde bijna alle inwoners. De val van Akko betekende het einde van het 200-jarige Kruisvaardersrijk in Palestina (1099-1291). Om te voorkomen dat ze opnieuw door de Kruisvaarders gebruikt zou worden, werden de overgebleven gebouwen opgevuld en overdekt met aarde.

 

In het jaar 1775 werd Akko herbouwd en versterkt met verdedigingswerken door Achmed El Jazzar, die bekend stond als "de Slachter" vanwege zijn wreedheid.

 

We bezoeken de moskee van Jazzar Pasha. Deze moskee werd gebouwd boven de ruïnes van de kruisvaardersbasiliek van het Heilig Kruis en wordt beschouwd als de elegantste en fraaiste moskee in Israël. De pilaren, die de met koepels afgedekte arcaden rond de binnenplaats creëren, werden door El Jazzar uit Caesarea geplunderd.

 

De moskee is binnen verfraaid met blauwe en bruine wandschilderingen, en Perzische tapijten van muur tot muur. De moskee is omgeven door een aaneenschakeling van kleine kamers die bestemd waren voor islamitische theologiestudenten en pelgrims. Het wasbassin, voor de rituele wassing voor de ingang van de moskee, wordt momenteel gerestaureerd. Hemeltjelief, nu is het toch echt lekker warm!

 

We wandelen door het stadje met de oude gebouwen. Aangezien Akko voor Palestina een poort van de zee van naar het binnenland was, ontstond er een grote behoefte aan herbergen voor de reizigers. Eén van deze grote herbergen, 'de Herberg voor Karavaanreizigers', werd in 1790 door Achmed el Jezzar gebouwd. Rond het grote met arcaden omgeven binnenhof lagen de stallen en in de galerijen van de bovenverdiepingen waren de verblijfsruimten, allemaal gebouwen die dringend aan restauratie toe zijn.

Op het binnenhof van 'de Herberg voor Karavaanreizigers', staat een man pompelmoezen en sinaasappelen uit te persen. We laven onze dorst aan het vers geperste sap en maken aldus die man zijn dag goed. Terwijl onze sapverkoper haastig doorwerkt, rust Renaat uit en kijkt tevreden rond, een nieuwe koning van de kruisvaarders.

 

Via de soeks komen we op een kleine plaats waar Renaat ons wijst op een paar doeken met afbeeldingen die aan een hoekhuis zijn aangebracht. Het zijn beelden van de Ka'aba, het kubusvormig gebouw in de al-Masjid al-Haram moskee in Mekka. Iedere moslim die de pelgrimstocht naar Mekka heeft volbracht, brengt op deze manier zijn medegelovigen hiervan op de hoogte.

Zouden wij ons huis ook niet versieren wanneer we terug thuis zijn? Misschien dat ik de vlag uithang.

Terwijl we hier door te stad slenteren, denk ik toch aan al het geweld dat de kruisvaarders veroorzaakt hebben. De haat tegen hen leeft nu nog altijd tussen de bevolking. Dit is toch een zwarte bladzijde uit onze geschiedenis. Laat ons hopen dat we in de toekomst elkaars geloofovertuiging meer respecteren en uitzoeken wat ons bindt en niet wat ons scheidt. Aan de haven waar de zon speelt op de woelige golven, wacht de bus. De dag zit er weer op.

 

Dag 9 : 19 april 2012

 

We vertrekken 's morgens vroeg naar de berg der zaligsprekingen. Na het bezoek dalen we af naar Tagha, naar de kerk van de Primaatschap en naar de plaats van de broodvermenigvuldiging.

Onderweg komen wij aan de plaats voorbij waar Jezus Zijn zeerede vanuit een bootje hield en voorbij Eremos: de eenzame plek waar Jezus zich terugtrok om er te bidden. In Tabgha vieren wij eucharistie om 9 uur aan het meer. Daarna bezoeken we Kafarnaum, de synagoge en de oude stad. Van daaruit steken wij het meer over naar Ein Gev waar we middagmalen in de kibboets. De bus brengt ons over de Golan (Syrisch grondgebied) naar de bronnen van de Jordaan, dichtbij de grens met Libanon, aan de voeten van de Hermon (prachtig natuurgebied). We bezoeken Banias (Caesarea Philippi) en rijden via Kana naar Nazareth terug.

 

Rond half 8 zijn we op weg voor een gevuld programma. Renaat leest psalm 147 voor: “ Aan zijn volk heeft de Heer zijn wil bekendgemaakt.” Nadien leest hij een gebed, smeekbede naar de Bergrede, en sluit af met het lied: Dank U voor deze nieuwe morgen. We zingen met zijn allen mee, want dankbaar dat zijn we zeker, niet alleen voor de nieuwe morgen, maar ook voor het prachtig land, de vriendschap en de zovele kansen die we krijgen.

We rijden door een prachtige streek, met fantastische vergezichten, bloemen, fruit en boomgaarden richting Tabgha. Ik denk dat dit het land van melk en honing moet zijn. Deze streek, rond het Meer van Galilea of Tiberias, is wel heel bijzonder, zowel historisch als spiritueel. Volgens het Nieuwe Testament vonden aan de oevers van en op dit meer veel van Jezus’ wonderen plaats, zoals het wandelen op het water, het kalmeren van de storm en de wonderlijke broodvermenigvuldiging.

En wij lopen hier, wat een geweldige ervaring.Onze eerst stop is op de Berg van de zaligsprekingen. Wat een mooie kerk. Ook haar vorm is erg speciaal. Deze moderne kerk is niet zo oud. Ze werd gebouwd tussen 1936 en 1938. Op de plattegrond is te zien dat de kerk achthoekig is. Aan de voorzijde van de kerk zijn op de trede symbolen in mozaïeken weergegeven, die voor Rechtspraak, Behoedzaamheid, Vastberadenheid, Liefdadigheid, Geloof en Onthouding staan.

Ik sluit even mijn ogen en hoor het liedje over de zaligsprekingen van Elly en Rikkert.

Vanaf de top hebben we een geweldig uitzicht en kijken we naar de gehele omtrek van het meer van Galilea, met de met gras begroeide heuvels waar Jezus moet hebben gezworven met zijn gezelschap van vissers en tollenaars. Ik vind het adembenemend mooi en heb het gevoel dat iedereen er stil van wordt.

Renaat geeft ons een prachtig tekst over de zaligsprekingen. Zalig wordt gelukkig zijn.

 

Terug de bus op voor een volgende afspraak. In Tabgha bezoeken we de kapel van de Primaatschap van Petrus. We krijgen even tijd om met onze voeten in het meer te lopen. Dat doet echt wel deugd. In de kapel bevindt zich de rots van Petrus. Hier zou Jezus aan Petrus de leiding gegeven hebben over de Kerk.

 

Een 500 meter verder komen we aan de plaats waar de wonderbare broodvermenigvuldiging heeft plaatsgehad. We bezoeken de mooie, eenvoudige kerk. Voor het altaar ligt een mozaïek met het brood en de vissen. Deze vind ik bijzonder mooi.

Even later nodigt Renaat ons uit om naar een plek aan de oever te gaan, waar men een altaar gebouwd heeft. In het altaar bevindt zich een steentje met daarop Jezus en de apostelen die samen brood delen. Het is een gezegende plek. De wind laat ook van zich horen en Renaat legt al zijn papieren met keien vast. Het wordt een bijzondere eucharistieviering, we voelen ons heel verbonden met Hem en ook met elkaar. Het is goed hier te zijn. Renaat verbleef hier een tijdje.

Jezus moet een heel blije mens geweest zijn, verbonden met de natuur, met de mensen, aangeraakt door de ‘Onnoembare’ die hij zijn Vader noemde. Zijn boodschap moet voor de mensen van Zijn tijd enorm bevrijdend geweest zijn. Het moet en is nog steeds een boodschap gebaseerd op vreugde, diepe verbondenheid en vertrouwen op Hem. Deze gedachte neem ik mee.

 

We moeten weer verder, Kafarnaum is nu aan de beurt en ondertussen genieten we nog steeds van de prachtige natuur.

In Kafarnaum heeft Jezus dikwijls langs het meer gelopen. Hij is geboren in Bethlehem, groeide als kleine jongen op in Nazaret maar Hij heeft gewoond in Kafarnaüm. We zijn er niet alleen, veel pelgrims uit heel de wereld komen we tegen.

Op het beeld van Franciscus van Assisi rust een duif uit. Ze wordt gretig gefotografeerd. Wil ze ons iets zeggen?

Over het huis van Petrus is een kerk gebouwd in de vorm van een schip. We kunnen er niet binnen. Na de dood van Jezus kwamen de mensen hier samen. Naast de kerk ligt een oude synagoge uit de 4de eeuw. Het meest geniet ik van het mooie uitzicht op het meer. Het blijft telkens opnieuw verbazen.

 

Van al die broden en vissen krijg ik nu wel stilaan honger en zo komen we aan in de kibboets Ein Gev, waar men precies gewend is de hongerige toeristen te spijzen. We worden snel bediend en krijgen na de gebruikelijke groenten een Petrusvis voorgeschoteld. Hij ziet er toch wat gevaarlijk uit.

Onze opdracht om de graten van het visvlees te scheiden brengen we goed teneinde. Ondertussen vieren de mussen feest, enkele dapperen komen tot bijna aan de tafel om wat restjes brood mee te pikken. Nadat we ons hart opgehaald hebben in het winkeltje, zijn we klaar om het meer over te steken.

Zwaluwen zijn ook van de partij als we over de loopbrug lopen. De meesten van de groep zitten op het voordek te genieten in de zon wanneer we plots worden opgeschrikt door verrassende golven die ons lekker nat spatten. Na een korte gebedsstonde in het midden van het meer varen we rustig verder.

Ik denk aan de tekst die thuis op mijn bord hangt en mij dikwijls tot kracht is.

 

Storm, angst, twijfel, tegenwind

en dan opeens die rustige stem:

“Vrees niet, Ik ben het.”

Die uitgestoken hand : kom maar!

Aarzelend ga ik op weg,

met zoveel twijfels in het hart,

voetje voor voetje, bang…

totdat de Heer me vastgrijpt

en ik mij door Hem laat grijpen.

Hijzelf stapt de boot in.
Hij neemt het roer van het leven over

en telkens opnieuw zal ik ontdekken

dat Hij met mij is, in weer en wind;

dat ik steeds op Hem mag vertrouwen

dat Hij er echt is.
Dank U, Heer,

dat Gij met mij scheep wilt gaan,

dat Gij mij leidt door de storm,

dat Gij mijn rots zijt,

mijn vaste grond.

 

Ook Renaats ’s tekstje hierover is prachtig.

…. En dan schalt er midden, in de angst, een stem over het water : “ Niet bang zijn, Ik ben het! Vertrouw je aan mij toe…….

 

Varen op dit meer vind ik een speciale ervaring.

We meren aan en rijden verder naar de Golan. Dit was vroeger Syrisch gebied, nu ingepalmd door Israël. Dicht bij de grens van Libanon zien we de wachttorens. Er hangt veel verdriet in deze streek. We rijden naar de bronnen van de Jordaan tegen de grenzen van Libanon en Syrië, gelegen aan de voet van het Hermongebergte.

De naam van het natuurgebied waar ooit de stad Caesarea Filippi lag, wordt nu Banias genoemd.

Door een verkeersongeluk komen we na sluitingstijd aan, maar Renaat zorgt ervoor dat we toch nog even kunnen gaan kijken. Het is inderdaad een prachtig natuurgebied.

We bezoeken de plaats waar de bron Panias ontspringt in de grot van de Griekse God Pan. Pan is de god van het woud en patroon van de herders en hun kuddes.

Een marmot houdt ons in de gaten, misschien is zij de bewaker van het heiligdom.

Nadien lopen we even naar de ruïnes van het paleis. Herodes de Grote bouwde hier ook een heiligdom voor Caesar. Filippus, de zoon van Herodes, breidde de stad uit en noemde haar Caesarea Filippi. Op deze plaats erkende Petrus Jezus als de zoon van God.

Het spel en de kracht van het water maken het gebied tot een uniek natuurgebied. Het water heeft zich na een aardbeving een weg gezocht. Langs vele kanten kolkt het water naar buiten om even later in een rustige heldere beek te vloeien. Heel mooi.

Zo rijden we terug naar het hotel, terwijl Renaat vertelt over de misdaden van Israël tegen het Palestijnse volk. Meer dan 400 dorpen werden met de grond gelijk gemaakt en de bevolking werd verjaagd. Jongens toch, zoveel wreedheden en nog steeds gaat dit op de achtergrond verder. Jezus’ boodschap van vrede en verdraagzaamheid staat hiermee schril in contrast.

Rond 19 uur komen we terug in het hotel, waar Lieve D. ons trakteert op een tournée générale.

 

 

Dag 10: 20 april 2012

 

Na de heerlijke dag van gisteren kijk ik benieuwd naar het programma. Het belooft weer een fantastische dag te worden met een zeer gevarieerd programma en een schitterende gids, Renaat.

Vroeg in de morgen rijden we naar Caesarea (kruisvaardersstad, Romeins theater en de aquaduct), over Muhraka en Isfyia naar Haifa en bezoek aan Agnes in ‘Haus Gnade’. Bezoek aan de Karmel (grot van de profeet Elia en de kerk van de Karmelieten). Ontvangst door de aartsbisschop van Galilea.

 

Rond half 9 zijn we weer op weg, de zon is ook van de partij. Onze zonnebatterijen werken op volle kracht. Renaat opent de dag met psalm 84 en daarna zingen we weer vol enthousiasme hoe dankbaar we zijn voor deze nieuwe dag en voor zoveel goeds dat we mogen ervaren.

Na een tijdje komen we bij Caesarea Maritima, een archeologisch park in Israël, gelegen in het district van Haifa. Renaat zorgt voor een Engelstalige folder met een totaal overzicht van de stad.

We beginnen onze wandeling bij een maquette van de stad. Renaat probeert ons wegwijs te maken in de oude geschiedenis.

In het jaar 20 voor Chr. herbouwde Herodes De Grote een kleine Fenicische stad en noemde haar Caesarea, ter ere van keizer Augustus. Twaalf jaar werkte men aan deze stad en het resultaat was verbluffend mooi. Men beweert dat het één van de mooiste steden van Palestina en één van de indrukwekkendste havensteden van de oude wereld was. Schitterende paleizen en openbare gebouwen, een indrukwekkende tempel van marmer, een amfitheater en een renbaan. Er was tevens een ingenieuze haven, waar zelfs grote schepen veilig voor anker konden liggen. Geweldige steenblokken die in de zee verzonken werden, vormden een halfronde 90-meter lange pier. Omdat in de door Herodes uitgebreide stad meer water nodig was dan uit de natuurlijke bronnen voorhanden was, legde hij een lang aquaduct aan dat vanuit het Karmelgebergte water naar de stad bracht. Wat een knappe bollen. Het was hier goed om te wonen. Na de dood van Herodes kwam Caesarea onder Romeins bewind en werd het om zijn schoonheid door de Romeinse gouverneurs tot residentie verkozen. Pontius Pilatus woonde in Caesarea en ging naar Jeruzalem ten tijde van het Paasfeest, tijdens welk feest hij Jezus veroordeelde tot de kruisdood.

Na deze uitleg liepen we de geschiedenis verder in. Eerst hielden we halt bij een beeld van de Goede Herder. Het zou een van de oudste voorstellingen zijn.

We brengen een bezoek aan het Romeinse theater, dat nog steeds dienst doet voor theater- en muziekconcerten. Er zouden 4000 zitplaatsen zijn, we geloven Renaat op zijn woord. De beste plaatsen zijn de schaduwplaatsen. Iemand in het zonnetje zetten werd hier niet als positief ervaren. Nadien wandelen we naar de haven, waar het spel van woeste golven, beukend op de oude stad prachtig is. De haven moet indrukwekkend geweest zijn. Stel je ze voor wanneer de zee vol schepen ligt, klaar om aan te meren. Prachtig.

Bij de renbaan vind ik het beeld van de paardenmenner prachtig. Het zou me niet verwonderen als de paarden plots beginnen te rennen. Lieve gaat alleszins even vertrekkensklaar staan. We wandelen verder langs het badcomplex, nymfaeum, de tempel ter ere van de keizer, de agora- marktplaats. In het noordelijk deel van deze stad vinden we de citadel van de Kruisvaarders. Renaat wijst ons op de schuin stenen talud, omwallingen, muren met torens, schietgaten, een ophaalbrug en ijzeren hek. Het was zeer moeilijk om deze stad in te nemen. Ook de ingangspoort werd op een strategische wijze geplaatst. Men kon de stad niet binnenstormen. Veel bloed is hier wel gevloeid: oorlogen, moorden,... de eerste Joodse opstand begon hier .

Ook de kruisvaarders veroverden de stad rond 1096 en vermoordden veel moslims. Saladin nam wraak en verwoestte de stad. Dit is een pikzwarte bladzijde uit onze westerse geschiedenis. Deze moordpartijen van de kruisvaarders zijn in het collectief geheugen van de moslims opgeslagen. Een minaret staat als een stille getuige van de aanwezigheid van de moslims.

Renaat legt verder de link tussen Caesarea en de Bijbel.

Hier heeft Paulus gelogeerd. Hij verbleef in het huis van de evangelist Filippus en kon hier iedereen ontvangen, ook al had Paulus 2 jaar huisarrest. Ook had hij regelmatig contact met Lucas. Vanuit deze stad trok Lucas er 2 jaar lang op uit om gegevens te verzamelen voor zijn boeken. Cornelius, de Romeinse centurio, bekeerde zich hier.

 

Zonder water geen leven, dus brengt de bus ons naar de Romeinse Aquaduct. Zo een ingenieus, knap bouwwerk, daar sta ik toch in bewondering voor. Ik denk dat dit ook hun sterkte was: fris, zuiver water behoedt voor vele ziektes.

Het water werd uit het Karmelgebergte aangevoerd via een stenen dam, ondersteund door de bogen. Deze zou 15 km lang zijn. Even genieten, steentjes, schelpjes rapen, een koopje doen, sjaaltjes, drankjes….en we stappen de bus weer op.

 

De bus, met trouwens een geweldige buschauffeur, brengt ons naar het Karmelgebergte. Hier ontstond de orde van de Karmelieten. We bezoeken het Karmelklooster in Muhraka.

Renaat, een geweldige gids, wiens kennis naast deze van Antoine gelegd mag worden, vertelt over deze Bijbelse berg.. Elia zou hier tegen de priesters van de afgod Baäl gevochten hebben. We krijgen dan ook een zeer hedendaags tekstje van Renaat hierover. De laatste zinnen ontroeren me. De tekst gaat in tegen onze over-consumptie-wereld, de valse Goden waar we dikwijls mee bezig zijn, luxe, geld, macht,…

 

Alleen de ware God

Die je in de stilte van je hart aanroept, zal antwoord geven,

Hoe dan ook

In duizend tekens, ongezien,

In stilte en in mensen,

In regen en in vuur.

Alleen de Ware.

 

We bezoeken de kerk. Het is een mooie, eenvoudige kerk, maar als ik boven op het dak van het klooster sta, kan mijn dag niet meer stuk. Je hebt een prachtig uitzicht op de vlakte van Jizreël, de Karmel en Galilea.

In de 12-de eeuw lieten kluizenaars zich door het geloof van de profeet Elia inspireren en vestigden zich op deze berg. Zij waren de stichters van de Karmelieten en Karmelietessen. Omdat ze Maria zeer genegen zijn worden ze ook Lievevrouwebroers genoemd.

Volgens een tekstje van Renaat zou er een verschijning van Maria geweest zijn aan Simon Stock. Maria gaf hem een bruine wollen scapulier, het gewaad van Maria . Nadien werd het vervangen door een kleine medaille die we ons zeker nog herinneren. Een medaille als bescherming, als teken dat we mogen schuilen onder haar mantel. Toch wel een mooie, hoopvolle en zinvolle gedachte.

 

 

Mooie liedjes duren niet lang, dus Renaat verzamelt ons weer, dikwijls met veel geduld en we rijden weer verder richting Haifa, de poort van Israël. Onderweg worden we getrakteerd op een wonder van schoonheid en harmonie: de Bahái tempel en de Perzische Bahái tuinen.

Ik zou er uren naar kunnen kijken, kleurrijk, mooi in harmonie. Kleur en symmetrie, strevend naar de ultieme vorm van schoonheid. Ik had nog nooit gehoord van de Bahái-godsdienst.

Hun boodschap is de eenheid van God, de eenheid van het menselijk ras en de eenheid van religie. “De aarde is één land, waarvan alle mensen haar bewoners zijn. Laten we de broederschap en de vriendschap bevorderen om te leven in schoonheid en harmonie met elkaar.”

Ik dacht dat dit geloof verdwenen was, maar ze is inmiddels verspreid over de gehele wereld. Er zijn meer dan 100.000 plaatsen waar bahá'ís wonen en zij vertegenwoordigen ieder land, etnische groep, cultuur, beroepsgroep, sociale en economische achtergrond. Er is hoop voor deze wereld.

 

Honger drijft ons verder tot aan het Karmelklooster ‘Stella Maris’ ( ster der zee) waar lieve zusters ons een heerlijke maaltijd aanbieden. Bij de ingang van het klooster staat een mooie bronzen poort met de profeet Elia en O.L.V. van het scapulier.

We bezoeken de kerk en brengen ook een bezoek aan Elia’s grot. Het is een mooie kerk met muurschilderingen. Vier Karmelitaanse heiligen zijn afgebeeld, Johannes van het Kruis, Edith Stein, Mariam Baouardy en Theresia van Avila.

Het plafond is prachtig versierd met taferelen van Elia. Het is een kerk vol geschiedenis. Wij steken een kaarsje aan in de grot. We nemen afscheid van de zusters en rijden naar Haifa.

 

Een bezoek aan de huidige bisschop van Haifa valt in het water wegens ‘niet thuis’. Na ettelijke telefoontjes rijden we naar Eilaboun, een plaatsje niet zo ver van Nazareth. De vorige aartsbisschop vaan Haifa wil ons met veel plezier ontvangen. Hij is een goede vriend van Renaat.

De aartsbisschop, Mgr. Mouallem, wacht ons op, gekleed in een zwarte pij met een hoogzwart hoofddeksel en een staf. De pastoor en hij heten ons welkom met een lied en een gebed. Zij behoren tot de Grieks-Katholieken of Melkieten. Zij volgen de Byzantijnse ritus en gebruiken de gregoriaanse kalender.

 

De kerk heeft daarom een iconostase, sober, maar mooi. Mgr Mouallem is geboren in 1928 in Kana. Hij was de zoon van een priester en zijn grootvader was ook een priester. (De pastoor van deze kerk is ook getrouwd). Voor zijn priesteropleiding verbleef hij enkele jaren in Namen. Na zijn wijding ging hij in 1952 naar Libanon. Later werd hij er tot bisschop gewijd. In 1981 keert hij terug naar Eilaboun, toen een plaatsje met 500 inwoners. Nu is de man al enkele jaren met pensioen.

In 1948, bij de oprichting van de staat Israël, hebben de Israëliërs een bloedbad aangericht onder de bevolking. Veel mensen vluchtten weg, maar door de bemiddeling van de UNO, waar België toen een belangrijke post bekleedde, konden de mensen terug naar hun stadje komen.

Uit deze droeve gebeurtenissen zijn de “vrienden van Galilea” ontstaan, als morele en financiële hulp aan de bevolking.

De bisschop vertelt ons over de verhoudingen tussen het Joodse en het Palestijnse volk. Geen opbeurend verhaal. Nadien was er gelegenheid tot het stellen van vragen.

De vraag : “Hoe ziet en ervaart u gehuwde priesters?”, vind ik natuurlijk heel interessant. Het antwoord nog meer. De bisschop zei : “het huwelijk is toch een sacrament, het is een waarde die aan het priesterschap wordt toegevoegd. Het heeft veel voordelen. De priester is meer verbonden met de gemeenschap ter plaatse, samen met zijn echtgenoot en kinderen. Mensen voelen hem meer aan als iemand van hen.

De bisschop was goed bevriend met de vorige paus en had hem erover gesproken. De paus antwoordde hierop : “Laat dat doosje maar dicht.” Voor mij is dit onbegrijpelijk, hier kan dit en bij ons wordt dit gewoon door Rome geblokkeerd. Er zijn nog wonderen nodig. Renaat stelde me de vraag eens of ik nog in wonderen kan geloven. Een uitdaging voor mij…

 

Een andere vraag gaat over het geloof in het westen: “Hoe ziet u de situatie in het Westen.” De bisschop repliceert daarop dat het Westen haar ziel en hoofd verloren heeft. Ja, zei Renaat even later, hij woont er wel niet.

 

De pastoor nodigt ons uit voor een drankje en een paaseitje. We genieten van de vriendelijke sfeer. Er heerst een blije, uitgelaten sfeer. Mensen op hun paasbest komen even later aangereden met toeterende auto’s. Het is feest, 2 jonge mensen hebben zich verloofd en gaan stralend naar de feestzaal naast de kerk. Magda en Lieve nemen snel een kijkje en dan is het tijd om terug naar het hotel te keren. Het is daar erg druk, we krijgen een andere tafel aangeduid en merken op dat er veel traditionele joden zijn. In de hal zien we dan dat er een feest is voor een jongen van 13 jaar. Hij viert zijn Bar Mitswa (te vergelijken met ons vormsel) en zou nu spiritueel volwassen zijn. Voor de jongen betekent dit dat hij nu elke dag zijn gebedsriemen om moet doen, behalve op Sabbat en bepaalde feestdagen. Traditioneel worden jongens op de dag van hun Bar Mitswa opgeroepen om uit de Thora voor te lezen .

We sluiten onze dag af door samen nog iets lekkers te drinken en te knabbelen, of was het niet babbelen?

 

Dag 11: 21 april 2012

Na het ontbijt verlaten wij Nazareth en Galilea. We rijden de Taborberg op met taxi's (in de prijs inbegrepen). Hier hebben we een uniek panorama over Galilea. De tocht gaat verder via het Jordaandal, met bezoek aan Bet Alfa, de oude synagoge met de prachtige mozaïekvloer. We vervolgen onze reis door de woestijn van Judea naar Jeruzalem, via Jericho. We bezoeken het Omajjadenpaleis. We rijden verder naar de Dode zee: Qumran, vindplaats van de 'Dode-Zee-rollen'. Wie wil, kan baden in de Dode Zee.

 

Vandaag is het zaterdag, dus sabbat voor de joden. Inderdaad, er is heel weinig verkeer. We vertrekken al om 7u55 uit Nazareth, meer dan een kwartier eerder dan voorzien. Van discipline gesproken! Ondertussen vernemen we dat er terug onlusten zijn in Cairo. Er zouden terug protesten zijn tegen het leger.

We rijden naar Jeruzalem. Reine-Marie en Guido zingen hun pelgrimslied met aangepaste versie voor ons. Zij hebben al verscheidene malen de Compostelaroute gewandeld. Vervang Compostela gewoon door Jeruzalem en een nieuw uittochtlied is geboren.

 

Tous les matins nous prenons le chemin,

Tous les matins nous allons plus loin.

Jour après jour, la route nous appelle,

C’est la voix de Compostelle.

Ultreïa ! Ultreïa !

E sus eia Deus adjuva nos !

 

Voor de melodie kan je terecht bij :

http://confrerie-jacquaire.pagesperso-orange.fr/hymne/chant.htm

 

We laten het dorp Nain (ook Nein), waar Jezus de dode zoon van een weduwe weer tot leven bracht, links liggen en rijden naar onze eerste halte: de Taborberg. Hier vieren we eucharistie om 9u15. In de bus genieten we van prachtige landschappen, wilde bloemen en planten en adembenemende uitzichten. In de verte zien we de Taborberg al liggen.

De top ligt 588 meter boven zeeniveau. We verlaten de bus en stappen over in kleine busjes die ons in een snel tempo naar boven brengen.

 

Zigzaggend voert de weg ons naar de top van de Tabor. Op de top van de berg staat de Basiliek van de Gedaanteverwisseling. Jezus zou de berg met drie discipelen beklommen hebben. We gedenken de Gedaanteverandering of Transfiguratie die volgens exegeten evengoed op de witte top van de Hermonberg gesitueerd kan worden. De plaats doet er niet toe, we onthouden dat Jezus hier aan Petrus, Johannes en Jacobus in het bijzijn van Elia en Mozes zijn lijden aankondigt. Hiermee gaan de profetieën uit het Oude Testament in vervulling.

De basiliek behoort tot de Franciscanen en is in 1921-1923 gebouwd op de resten van oudere kerken van de Byzantijnen uit de zesde eeuw en van de Kruisvaarders uit de twaalfde eeuw. De basiliek met de drie torens (Elia-Christus-Mozes) is van de hand van de alomtegenwoordige Italiaanse architect Antonio Barluzzi (°1884, Rome -† 1960, Rome). Het is een hele mooie Byzantijnse kerk met prachtige mozaïeken.

Vanaf de top van de berg hebben we een mooi uitzicht op de Jizreël Vallei met vruchtbare nederzettingen. In het zuiden zie je de bergen van Samaria, zich uitstrekkend van de Karmel in het westen, tot Gilbo'a in het oosten. In het noorden zijn de bergen van Boven Galilea zichtbaar. Daar tussenin bevindt zich het Meer van Galilea. De fotografen halen hier hun hart op. Onder een afdakje vieren we samen eucharistie. Een hartelijk moment bij de vredewens doet ons allen deugd.

 

Renaat gaf ons een prachtige tekst, over de vrienden van Jezus, hoe ze droomden van een nieuw leven, hoe ze brood en wijn zouden geven en delen in de roem van hun grote Leider. Hun verwarring toen Hij over lijden en sterven sprak, hun twijfel en dan dat grote moment dat ze meegingen tot boven op de berg. Daar sprak hij zo bezielend over het leven, sterker dan de dood, ze zagen Hem anders, méér dan een mens.

Ik dacht zo bij mezelf : “Zeg ik ja op de uitnodiging om mee te gaan tot op de top van de berg, sta ik open voor het wonder van vriendschap, een wonder van God? “

 

Even later vervolgen we onze weg naar Bet Alfa en bezoeken we de oude synagoge met de prachtige mozaïekvloer. De oude synagoge dateert van de tijd van de Byzantijnse keizer Justinianus (518-527 na Chr.). Hier bewonderen we de mozaïekvloer, blootgelegd in 1929, waarvan het centrale paneel de zodiak of dierenriem voorstelt. Op de andere panelen zien we o.a. afbeeldingen van het offer (ram) van Abraham en de ark van Noë.

 

We luisteren en kijken naar een dvd-voorstelling die ons de geschiedenis van de synagoge en de herkomst van de mozaïekvloer vertelt. Heel interessant en boeiend. Ik vind de mozaïekvloer in al zijn naïviteit erg mooi, zeker met zijn eenvoudige figuren. Ook de techniek mozaïek vind ik heel boeiend.

 

Om 11u30 rijdt de bus ons via het Westbank-checkpoint doorheen het Jordaandal. Hier worden we herinnerd aan het doopsel van Jezus door Johannes de Doper. De doopplaats is voor discussie vatbaar: de Jordaniërs claimen nu ook deze plaats na recente opgravingen.

 

De Westbank (ook Westoever) is het gebied ten westen van de rivier Jordaan, die Israël en Jordanië van elkaar scheidt. Het is een kerngebied van de Joodse cultuur en religie en een belangrijke conflictbron tussen Israël en de Palestijnen. De Westbank maakt sedert 1967 deel uit van de Bezette Gebieden. De inwoners ervan hebben een Jordaans paspoort en worden geconfronteerd met tal van beperkingen: zo zijn water-en elektriciteitsverbruik fors gereglementeerd, voor vliegtuigreizen zijn de inwoners aangewezen op Amman en niet op Tel Aviv.

We voelen hier toch een zekere spanning hangen, zeker omwille van het onrecht dat hier aan mensen wordt gedaan.

 

We komen voorbij de Adamsbrug en rijden de woestijn van Judea in. Adam Bridge of de Damia Bridge is een brug over de rivier de Jordaan, tussen de Westelijke Jordaanoever en Jordanië. Ze ligt ongeveer 50 km ten noorden van Jericho en is de locatie van een Israëlische grenspost.

Kraampjes van fruit en groenten vind je hier overal langs de weg. De bewoners van Jeruzalem kopen hier hun groenten en fruit omwille van de goede prijs en kwaliteit. We naderen Jericho, er is maar één toegang, de andere wegen zijn versperd.

Vandaag volgen we het uitgestippelde programma niet. In plaats van naar Jericho rijden we naar Qumran en de Dode Zee. Eerst gaan we heel lekker eten in de in de kibboets Qalya.

Rond 14u00 bezoeken we de Qumran-site, bekend omwille van de Dode Zee-rollen die hier ontdekt werden tussen 1947 en 1956 in elf grotten. Deze rollen bevatten handschriften die dateren uit de periode ca. 250 voor Chr. tot 50 na Chr. en worden al dan niet terecht toegeschreven aan de Essenen-sekte. Dit is een Joodse religieuze partij die verdween in 70 na Chr., bij het neerslaan van de Joodse opstand door de Romeinen in 68 na Chr.. De Essenen traden op tegen het corrupte Jeruzalem. Hun spiritualiteit baseert zich op de tegenstelling tussen licht en duisternis. Zij worden ook kinderen van het licht genoemd.

De Essenen leidden een streng leven in gemeenschap van goederen, bestudeerden het Oude Testament en kopieerden bijbelboeken. Zij zagen gelukkig de kans om hun bijbelboeken in veiligheid te brengen in de grotten toen de Romeinen binnenvielen. De Dode Zee-rollen werden bij toeval ontdekt door een herdersjongen .Het wordt een heel interessant bezoek, met een klank- en lichtvoorstelling en een bezoek aan de restanten van de nederzetting.

Archeologische opgravingen in Qumran tonen aan (vooral door de vondst van munten) dat er een kleine groep Essenen leefde tussen ongeveer 150 - 140 v. Chr. Het dorpje werd geleidelijk vergroot. Vervolgens werd het verwoest door een aardbeving, waarschijnlijk die waarvan we weten dat deze in 31 v.Chr. plaatsvond. Dit jaartal komt immers overeen met de datering van de gevonden munten. Na enkele tientallen jaren werd het dorpje herbouwd en bewoond tot aan de verwoesting ervan door de Romeinen in 68.

Met de bus rijden we naar de Dode Zee. Het zoutwatergehalte is erg hoog. Door dat Israël veel water uit de Jordaan gebruikt om zijn land te bevloeien, daalt het niveau van de Dode Zee nog steeds en verhoogt ook het zoutgehalte. We kleden ons snel om en gaan voorzichtig in de zee. Drijven, gewoon genieten, ik vind het erg leuk. Je moet wel goed oppassen dat je het zoute water niet in je ogen krijgt. Nadien douchen we overvloedig. We zien er allemaal op ons best uit. Na een drankje en een fotosessie zijn we klaar om naar Jeruzalem te rijden.

 

Tijdens de rit zorgt Lieve Debbaut voor de muzikale noot en leert ze ons het lied “Wat was onze vreugde groot”. We zingen allemaal lustig mee, de een al een toontje hoger dan de andere. Vooral de achterste groep in de bus houdt erg van zingen. Zo zijn we voorbereid als we Jeruzalem binnenrijden. In de verte rijzen de torens van Jeruzalem op. We zien de torens van de Hemelvaartkerk, het Victoriaziekenhuis en de Hebreeuwse Universiteit. Het wordt even stil in de bus.

 

Rond 18u00 rijden we Jeruzalem binnen en nemen onze intrek bij de Rosary Sisters. We voelen ons thuiskomen. Na een heel verzorgde maaltijd trekken we onder leiding van Renaat de oude stad binnen. We verkennen het Christelijk kwartier en leren al enkele poorten kennen: Nieuwe poort, Jaffa- en Damascuspoort. Goed opletten is de boodschap want op de laatste avond is er een test, een poortentest. De oude stad is maar 1 km² groot en de hoogste punten zijn de poorten. Ga steeds bergop, zegt Renaat en je vindt altijd je weg terug. Zo komt aan deze schitterende dag een prachtig slot.

 

Dag 12: 22 april 2012

 

Wakker worden in Jeruzalem, je thuis voelen bij de zusters en zachtjes het lied zingen, wat is mijn vreugde groot dat ik dit mag meemaken. Heb je al gelezen wat een prachtig programma ons te wachten staat? Na een lekker ontbijt zijn we er helemaal klaar voor.

 

Na het ontbijt rijden we naar de Olijfberg in Jeruzalem vanwaar een onvergetelijk panorama over Jeruzalem. We bezoeken de Kerk van het 'Onze Vader' en dalen de Olijfberg af naar het Kedrondal. In de 'Dominus flevit'-kerk vieren wij de eucharistie om 9 uur. Onze tocht gaat verder naar het Kedrondal, naar Getsemani: de kerk van Jezus’ doodstrijd. Wij bezoeken het graf van Maria.

Middagmaal. Na het middagmaal gaan we door de nauwe straatjes van de Arabische wijk naar de Sint-Annakerk en de vijvers van Bethesda. We volgen de Via Dolorosa met bezoek aan de Kerk van de Geseling, de 'Ecce Homo', de 'Lithostrotos', tot aan de Basiliek van het Heilig Graf. Avondmaal en overnachting in Jeruzalem.

 

De bus zet ons af aan de oude stad. Even een herhalingsoefening over de poorten. Je hebt de New Gate, de Damascuspoort, de Herodespoort, de Lionspoort, de Mest- of Dungpoort, de Sionspoort, de Jaffapoort en de Gouden Poort. De Gouden Poort is al bijna 1000 jaar gesloten, dichtgemetst. Volgens de traditie zal de Messias Jeruzalem binnenkomen door de Gouden poort.

 

Aan de Herodespoort voorbij gaan we via het Kedrondal naar de Olijfberg. De Olijfberg, die zich aan de oostzijde van Jeruzalem bevindt, biedt een prachtig uitzicht op de Rotskoepel en de oude stad. De Olijfberg is bekend als de plaats van Jezus vertwijfeling, het verraad in de hof van Getsemani en Zijn hemelvaart. Het is voor de Christenen een Heilige heuvel. We beginnen op de top bij de moskee of de kapel van de Hemelvaart om te eindigen bij het Graf van Maria.

Het is hier druk ondanks het feit dat het zondag is. Zondag is in Israël de eerst werkdag. Vrijdag is de rustdag voor de moslims, zaterdag de sabbat voor de Joden.

Renaat voert ons naar een plaats waar we in de ochtendzon de oude stad voor ons zien. Hij draagt deze stad in zijn hart en maak ons wegwijs in dit uniek panorama. Je ziet Jeruzalem met de stadsmuren, het tempelplein, de Gouden poort, de Maria Magdalenakerk met zeven vergulde uivormige koepels en natuurlijk de Rotskoepel. Dit gebouw is géén moskee maar een gedenkplaats. Er bevindt zich een rotsplaat in het centrum van de Rotskoepel, dit zou het altaar geweest zijn waarop Abraham zijn zoon moest offeren. Vandaar de naam Rotskoepel. Er zou zich ook een voetafdruk van Mohammed bevinden toen deze ten hemel ging. Later meer daarover, belooft Renaat.

 

Het lied dat we samen in de bus zongen, komt terug in mijn hart: het hart van vreugd vervuld om U, Jeruzalem.

 

We zien er allemaal heel gelukkig en blij uit. Genoeg foto’s getrokken! Renaat drijft zijn kudde verder richting Olijfberg. Ik probeer me voor te stellen hoe het in Jezus tijd was. Nu is alles volgebouwd met huizen, begraafplaatsen en kerken. Ik mis de natuur, de open ruimte.

Op de Olijfberg brengt Renaat ons naar de Hemelvaartkapel. Hier zou Jezus ten hemel opgevaren zijn. Er bevindt zich zelfs een steen waar Jezus zich even afzette om op te stijgen. Ja, laten we gewoon onthouden dat de plaats er niet toe doet, maar wel het feit dat Jezus verrezen is.

Toch wel zeer essentieel voor ons christenen. Niet Zijn lichaam is verrezen, maar Hij gaf ons een boodschap dat Zijn liefde voor ons nooit eindigt, wat er ook gebeurt, Hij er altijd zal zijn. Vreugde, vertrouwen en liefde vergaan nimmer. Als het leven heel donker wordt, is er geen volslagen duister, er is altijd een lichtje vol verrijzenis. Zo probeer ik dit te zien. Ik ben wel blij met wat humor in de Kerk.

We stappen verder naar de Paternosterkerk, de Kerk van het 'Onze Vader'. Deze kerk staat boven de grot waar Jezus het Onze Vader zou hebben onderwezen. Helaas is ze gesloten. Op de wanden van deze kerk, op betegelde panelen, is het Onze Vader in 60 talen aangebracht.

Ik moet plots aan mijn vader denken, volgens hem zijn één van de mooiste woorden van ons geloof “Onze Vader”. Gewoon weten dat je graag gezien en gedragen wordt als een kind door je Vader. Dat is het belangrijkste zegt hij. Ik stuur hem een dankbare dankjewel toe.

 

We dalen verder af. Rechts zien we de Joodse begraafplaatsen met steentjes. De graven liggen dicht tegen elkaar. Veel Joden willen begraven worden op de Olijfberg, want dan zijn ze zo dicht mogelijk bij het dal van Josafat, waar de mens op de dag des Oordeels zal verrijzen uit de dood. De onvergankelijkheid van de stenen op de graven staat symbool voor eeuwige liefde en geloof, een herinnering aan de verbondenheid met de dode. We zien ook de begraafplaatsen van de moslimgemeenschap tegen de stadsmuur en kleine begraafplaatsen voor Christenen. Bedelaars komen we ook tegen, net als in Jezus’ tijd. Renaat vraagt ons om ook een beetje van onze rijkdom met hen te delen.

We komen aan bij de kerk Dominus Flevit. Deze Kerk is gebouwd in een vorm van een traan. Dominus Flevit is het Latijn voor "De Heer weende". Het is volgens de overlevering de plaats op de Olijfberg waar Jezus voorafgaande aan de intocht in Jeruzalem, de stad aanschouwde en huilde over het lot van de stad.

Het is een mooie kerk van de architect Antonio Barluzzi.

We zijn hier niet alleen. We zouden al een wachtnummertje moeten trekken om onze eucharistie te kunnen vieren in de kerk. Buiten onder een afdakje vieren mensen eucharistie, een beetje verder bidden mensen samen. Allerlei gelovigen van over heel de wereld komen we hier tegen.

We vieren samen het feest van de verbondenheid en het doet weerom deugd elkaar zo warm te ontmoeten tijdens de vredewens. We bidden psalm 22 en vragen God om vrede voor Jeruzalem. Ik lees op het kaartje van Renaat dat het een pelgrimslied is. Een mooie psalm, laten we hopen dat hij waarheid mag worden. Boven het altaar merken we het raam op, een enig uitzicht op de stad. We vinden het ook terug als foto op onze kaft van onze gebeden- en zangboek.

We dalen verder af. Overal staan camera’s om ons doen en laten te volgen. We blijven ernaar glimlachen.

 

Zo staan we bij Getsemani, de plaats waar Jezus in de nacht voor zijn dood met enkele van zijn leerlingen ging bidden. Vroeger stonden hier veel olijfbomen. Bij de belegering van Jeruzalem werden de olijfbomen bijna allemaal gekapt door de Romeinen. Het kappen zal wel niet erg zorgvuldig zijn gebeurd. Vele stronken zouden zijn blijven staan. Omdat de olijfboom een zeer taaie levenskrachtige boom is, kunnen de knoestige stammen van nu beschouwd worden als de nazaten van de stronken van de omgekapte bomen uit de eerste eeuw. In de tuin bij de kerk vinden we acht, vermoedelijk meer dan duizend jaar oude olijfbomen. De bomen hebben wel een heel verhaal te vertellen, maar wijselijk staan ze er zwijgend of misschien mediterend bij. De acht zeer oude olijfbomen dragen nog steeds vruchten.

Ik zie christenen van overal en het geeft me een gevoel van samenhorigheid. Misschien komt Jezus’ blijde boodschap hier tot leven.

 

We bezoeken hier de Kerk van Alle Naties, ook wel Basilica van de Doodsangst. De kerk wordt ook wel “Kerk van alle naties” genoemd, omdat 16 verschillende landen een bijdrage leverden in de bouwkosten. De wapenschilden van de landen die de bouw hebben gesteund, zijn uitgebeeld in de mozaïekfiguren in de vele kleine koepels van de kerk. Eén van de koepels bevat mozaïekfiguren die verwijzen naar een schenking van Albert 1 en Koningin Elisabeth die ook de bouw van de kerk steunden. Alle koepels zijn versierd met fraaie mozaïeken. Voor het hoofdaltaar bevindt zich een gedeelte van de rots van de doodsstrijd. De kerk werd ontworpen door Antonio Barluzzi. Hij weet op een unieke manier de doodsangst van Jezus in deze kerk op te roepen. De kerk is daarom duister gehouden. De deur is in de vorm van een olijfboom De vergulde mozaïek op de timpaan stelt ook de Doodsangst voor. We stappen de straat over en krijgen even tijd om de kerk te fotograferen.

We dalen de trappen af naar het diepste punt van het Kedrondal waar we de kerk bezoeken, die gebouwd is over het graf van Maria. Oorspronkelijk behoorde de kerk aan de Franciscanen, maar is in 1757 overgegaan naar de Grieks-orthodoxe en de Armeense kerk. We dalen langs een lange trap af naar het kerkje, dat diep onder de grond ligt. In de donkere Byzantijnse crypte zien we het graf van Maria. Cyriel merkt op dat het hier precies een godslampenwinkel is. Ethiopische Christenen zijn zeer talrijk aanwezig en parfumeren het graf langs alle kanten. Nu lijkt het meer op een opdringerige parfumerie. Voor mij hoeft deze manier van verering niet en ik stap terug naar boven, waar Renaat ons op de trappen opwacht.

 

Even later rijdt de bus ons naar de Notre Dame voor het middagmaal. We eten op het terras en op aanraden van Renaat drinken verscheidene pelgrims een Taybeh beer om de Palestijnen te steunen. Ik ken dit biertje van de wereldwinkel. Het bier is afkomstig uit een dorpje op de Westelijke Jordaanoever, waarvan het de naam draagt. Taybeh betekent in het Arabisch “heerlijk”. De opbrengst gaat naar een Palestijnse coöperatie. Men kan het niet overal krijgen in Jeruzalem, sommige Israëliërs boycotten de verkoop.

Nadien gaan we heerlijk genieten van een siësta op het terras aan de achterzijde van het hotel, waar we ons tegoed doen aan cappuccino, espresso, koffie verkeerd en taartjes van het huis. Maar Lucas wint de eerst prijs van genot met zijn driebollige ijscoupe. De zon krijgen we als hoofdprijs erbij.

 

Genoeg gerust en even later zijn we weer op stap. Via de Herodespoort stappen we door de nauwe straatjes van de Soeks tot aan het klooster van de Witte paters, nu Missionarissen van Afrika. Valentijn, Lucas’ broer heeft hier enkele maanden gelogeerd. Hij voelde zich hier helemaal thuis en was dan ook zeer blij te horen dat wij ook naar Jeruzalem gingen. Nog steeds verblijft hier een gemeenschap van Missionarissen van Afrika. Ze telt nu ongeveer 20 leden van 14 verschillende nationaliteiten. Vijf zusters van “het Werk” zorgen voor hen. De ontmoeting met deze zusters is voor mij toch wel bijzonder. Door de berichten in het nieuws dacht ik dat het eerder een sekte was. Nu ontmoet ik vriendelijke, blije zusters. We worden dan ook uitgenodigd op een drankje en een koekje. Eén van de zusters, afkomstig uit Oostenrijk, spreekt perfect Nederlands en geeft op onze vraag wat uitleg over het Werk. Het is een fijne gemeenschap van jonge vrouwen die proberen de priesters te helpen om hun opdracht vol te houden. Zij krijgen van mij alle respect.

Renaat nodigt ons uit om de Sint Anna kerk te bezoeken. Wat een prachtige Romaanse kerk. Zij werd gebouwd door de Kruisvaarders uit de 12-de eeuw en is gewijd aan Anna en Joachim, de ouders van Maria. Maria zou geboren zijn in een grot onder de basiliek. Saladin bouwde de kerk om tot een koranschool. Dit wordt herdacht in een opschrift boven de poort. In 1874 werd het gebouw aan de Witte Paters gegeven.

De eenvoud en de rust van deze kerk voelt zeer goed. Ook onze medepelgrims uit Bottelare voelen zich met deze kerk verbonden, daar hun parochiekerk in Bottelare ook aan Sint-Anna toegewijd is. In de crypte vinden we afbeeldingen van het leven van de heilige Anna en zien we de grot waar Maria zou zijn geboren.

 

Buiten bezoeken we de vijvers van Bethesda. Het was vroeger de verzamelplaats voor zieken, kreupelen en gebrekkigen, die geloofden dat het badwater geneeskrachtig was. De Joden zagen in het geneeskrachtige water de hand van God. Het is een engel die telkens het water beroert, zeiden ze. Wie in dit water kon gaan, zou genezen.

Het is een goede plaats hier. Je ziet Jezus zo naar die man toestappen die al 38 jaar verlamd is en vragen : Wil jij gezond worden? Dan antwoordt de man: “Heer, als het water in beweging komt, is er niemand om mij erin te werpen”. Jezus zegt daarop. “Pak je mat op en loop”.

Wat een bijzonder mens was Jezus toch.

 

Het bassin, bedolven onder het puin van eeuwen, werd grotendeels door de Witte Paters uitgegraven. Zij ontdekten dat de vijver rechthoekig van vorm was, omringd door zuilengangen aan alle vier zijden en weer afgescheiden door een vijfde zuilengang. Eén van de baden werd gebruikt voor het wassen van de schapen die geofferd werden in de nabije Tempel. We bekijken nog even de ruïnes van een Romeinse tempel, die opgedragen was aan de god van de genezing en de overblijfselen van een 5de eeuwse Byzantijnse basiliek. De Kruisvaarders bouwden een kapel op de ruïnes van de basiliek. De gevel en de hoofdingang van deze kapel zijn nog steeds zichtbaar boven de overblijfselen van de vijver. De site is bezit van Frankrijk.

 

Nu is het tijd om in de voetstappen van Jezus de kruisweg aan te vatten. We krijgen van Renaat het boekje van de kruisweg door Peer Verhoeven en ook allemaal een houten kruisje mee.

Hij vraagt ons om de weg in stilte te gaan. We doen dit ook. Het is erg druk op straat, maar ten tijde van Jezus ging het leven ook zijn eigen gangetje. We stappen elk onze weg, het kruisje in ons hand. Op de verschillende staties blijven we even staan en om de beurt lezen we de tekst uit het boekje voor. Deze weg is voor mij een meditatie vol vertrouwen. Je weg gaan is niet altijd gemakkelijk, maar ergens wetend dat er steeds iemand is die met je meeloopt, die weet wat lijden, angst en eenzaamheid is.

We eindigen onze weg in het klooster van de Ethiopische Kopten. In de Verrijzeniskerk, zoals Renaat de H. Grafkerk noemt, is het te druk. Op de terugweg door de Soeks trakteert Renaat ons op een lekkere tasje Lipton thee met een blaadje munt erin.

’s Avonds lopen we nog even door de soeks en bezoeken de H. Grafkerk op een ‘rappek’e. Morgen hebben we misschien meer tijd voor een bezoekje aan deze merkwaardige kerk.

’s Avonds probeer ik de dag opnieuw even te beleven en plots denk ik aan het enthousiasme van de mensen aan de Verrijzeniskerk. Vol blijheid vertelden ze aan elkaar : “ Hij is verrezen, alleluja.” Ik denk aan Manu Verhulst die vertelde dat geloven in de verrijzenis, geloven is in de liefde van God. Dan krijgt de wanhoop geen vat op ons, alleen vreugde, vreugde in overvloed. Met deze blijde, hoopvolle gedacht val ik snel in slaap.

 

Dag 13: 23 april 2012

 

Betlehem. Wij bezoeken de oudste basiliek ter wereld, gebouwd over de Grot van de Geboorte, en het herdersveld: eucharistieviering om 10 uur. Middagmaal bij Abouna Ja’coub - Bethlehem.

 

Vandaag gaan we naar Bethlehem, een plaats die we al van uit onze kindertijd kennen. Welke mooie herinneringen hebben we niet aan de gezellige kersttijd, het zetten van de kerstboom en het kribbeke erbij. Mijn ouders vertelden verhalen rond Jozef, Maria en het kindje Jezus, de herders, de blinde luitspeler, de engelen, de drie koningen op hun statige kamelen. Voor mij was en is dit nog altijd een heerlijke tijd.

Na een heerlijk ontbijt met eieren, spek, kaas en geroosterde boterhammen aan de lopende band zijn we er klaar voor. Tussendoor tekenen we een fles “Golden Arak” voor een dankjewel aan Renaat. Bernice zorgt nog voor een leuke onderlegger van het Heilig land.

Allemaal in de bus telt Renaat zijn schapen. Raoul, onze hekkensluiter, zag dat het goed was en weg zijn wij. We zouden er in een wip zijn, want Bethlehem en Jeruzalem liggen maar 10 km van elkaar, maar tegenwoordig is het stadje bijna geheel omsingeld door de acht meter hoge afscheidingsmuur, de schande van Israël.

Je kunt de stad alleen in en uit via zware metalen poorten, mits je over de juiste reispapieren beschikt. Veel inwoners zijn al jaren niet meer buiten de stad geweest in verband met dit passensysteem. Veel Palestijnse christenen verlaten het land vanwege de bijzonder slechte economische toestand. Er is bijna geen industrie en het toerisme blijft vanwege de politieke situatie een zeer wisselvallige bron van inkomsten.

Bij zijn laatste bezoek aan Israël en de Palestijnse gebieden, deed paus Benedictus XVI een oproep aan de christenen om niet op te geven en te blijven. De Palestijnen die in Jeruzalem werken, ondervinden veel hinder - denk pesterijen - van de controles. Wanneer ze te laat op het werk komen, worden ze niet uitbetaald. Een wraakroepende situatie.

 

We rijden eerst voorbij het graf van Rachel. Voor de Israëlische Joden is deze graftombe zo belangrijk dat de Israëli’s de Veiligheidsmuur die de Westbank van Israël scheidt, een ‘ommetje’ hebben laten maken van ongeveer 1,2 kilometer dwars doorheen de wijken van Bethlehem om alzo Rachels Tombe definitief op te nemen in de Joodse staat. Ongelofelijk. Wie was Rachel nu weer. Rachel was de 4-de echtgenote van Jakob, later ook Israël genoemd (vandaar dat de Joden Israëlieten worden genoemd). De graftombe van Rachel, de aartsmoeder van de Israëlieten, is al meer dan 3000 jaar lang het toneel van gebed en een bedevaartsoord.

Even later rijdt onze bus vlot door de checkpoints en rijden we Bethlehem binnen. We parkeren ons in een reuzeondergrondse parkeerplaats en stappen naar de basiliek van de geboorte.

Wellicht is dit de oudste kerk ter wereld. Keizer Constantijn liet een kerk bouwen in 334 boven de grot die zeker al sedert de 2de eeuw als geboorteplek van Jezus werd beschouwd. De basiliek wordt nu beheerd door de Grieks-Orthodoxe kerk. Jeroen wint de prijs van de nederigheid, want hij moet zich het meest bukken om de kerk binnen te gaan. Het was een laag poortje Deze lage toegang is in 1500 gemaakt om ruiters met paard en kameel buiten de kerk te houden. Dat is zeker gelukt.

Binnengekomen zien we direct dat het een Grieks-orthodoxe kerk is. Cyriel zou hier zeker weer een winkel in mooie godslampen kunnen openen. Renaat is verheugd dat er geen volk aan de geboortegrot staat en spoort zijn kudde aan hem te volgen naar de plaats rechts vooraan in de kerk. De plaats waar Jezus geboren zou zijn, bevindt zich hier ondergronds. De exacte plek wordt aangegeven door een zilveren veertienpuntige ster. Maar helaas is er een dienst van de Grieks orthodoxe kerk bezig voor een heel beperkt groepje gelovigen. Na anderhalf uur wachten, mediteren, babbelen, mensen observeren en mopjes vertellen, mogen we binnen op gevaar van verpletterd te worden. Er staat een grote groep wachtende gelovigen die allemaal zo snel mogelijk de geboortegrot binnen willen.

Eigenlijk is dit niet correct, men zou toch een misviering in de kerk kunnen houden. Is er zo weinig respect voor elkaars geloof?

Ik daal af naar de geboortegrot, gered door de sterke schouders van onze mannen, die als goede herders de kudde veilig naar beneden loodsen. In de grot ziet men onder het kleine altaar van de geboorte een ster. Op deze plaats zou Jezus zijn geboren. Aan de andere kant zie je in een zijkapel de plaats waar Jezus, in doeken gewikkeld, in een kribbe zou gelegd zijn. Ster of geen ster, de plaats heeft weinig belang, maar toch ervaar ik een diepe vreugde als ik naar de ster kijk. Jezus die licht bracht in de wereld, ervaar ik toch als een rode draad in mijn leven. Ik voel me heel dankbaar om zijn blijde boodschap die zin geeft aan mijn leven.

 

Op Renaats kaartje staat het zo mooi :

 

Want dankzij Gods innige barmhartigheid

zal hij zich om ons bekommeren,

hij, die uit de hoge hemel komt,

om licht te brengen aan allen

die in duisternis zitten,

in de schaduw van de dood,

die ons de weg zal wijzen

naar de vrede.

Lk 1,68-79

 

Even later staan we buiten op het Mangerplein voor de basiliek. Hele hordes paarden, kamelen en schapen kunnen hier staan. In gedachte zie ik hoe paard en ruiter vroeger naar binnen stormden. Even bij de les blijven, want Renaat geeft nog wat uitleg.

 

De Geboortekerk bestaat eigenlijk uit twee kerken:

De Basiliek wordt beheerd door het Grieks-orthodox patriarchaat van Jeruzalem. De aangebouwde kerk wordt beheerd door de Rooms-katholieke Kerk.

Omdat de Katholieke kerk gebruik maakt van de Gregoriaanse kalender en de Grieks-Orthodoxe en de Armeens-apostolische Kerk de juliaanse kalender  gebruiken, wordt er tweemaal kerstavond gevierd waarbij een groot aantal gelovigen bij elkaar komt op het Mangerplein voor de kerk.

Met een serieuze vertraging vertrekken we naar her Herdersveld. Het ligt ongeveer 2 km ten oosten van Bethlehem in het dorp Beit Sahour. Het zou de plaats zijn waar de engelen een bezoek aan de herders brachten en hen op de hoogte stelden van de geboorte van Jezus.

Ik vond dit altijd een heel mooi kerstverhaal en voel me ook een beetje verwant met de herders. Thuis grazen onze vijf schaapjes. Ook op het herdersveld heb je een rooms-katholieke site en een Grieks-orthodoxe site. We bezoeken de Franciscanensite.

Het is een hele mooie site, waar de natuur ook nog een plaatsje heeft gekregen. Er staan hele mooie oude olijfbomen en de bloemen zijn een feest voor de lente. De fontein met herders en schapen vind ik prachtig. Daar we veel tijd verloren hebben in de geboortekerk, houden we in plaats van een misviering een gebedsdienst in een grotkapel. Het is er erg stemmig en het doet deugd hier onze lievelingspalm 23 te lezen: “Mijn herder is de Heer, het zal mij nooit aan iets ontbreken…” Als je zo in vertrouwen kunt leven, kan je toch veel aan.

 

Nadien bezoeken we de kerk van onze architect Antonio Barluzzi. Ze heeft de vorm van een tent, denk aan een herderstent, en is natuurlijk versierd met een bronzen engel. Binnen in de kerk staan vier bronzen beelden van de herders. Het is een goede plaats om te zijn.

Renaat lokt ons mee met de belofte dat we naar een religieuze shop gaan. Inderdaad, het is goed Renaat te volgen. Ik koop er voor mijn moeder een paternoster in olijfhout.

Uitgewinkeld en een beetje uitgehongerd rijden we naar Abouna Ja’coub, een getrouwde Grieks-Katholiek priester. We stappen door nauwe steegjes, bezoeken vlug een houtsnij-atelier, bestijgen vele trappen om in het parochiecentrum van de Grieks-Katholieke gemeenschap te belanden. We worden er hartelijk begroet door de pastor Ja’coub, zijn vrouw en dochter. Ze hebben een heerlijke maaltijd klaargemaakt. We laten een gesigneerde pet achter bij de collectie pelgrimspetten die de wand opfleuren. Na het heerlijke middagmaal vertelt de pastor over de moeilijkheden van de Palestijnen, over zijn priesterwerk en over de relatie met de Israëlische overheid.

Veel tijd om verder te babbelen hebben we niet, want plots staat er weer een groep hongerige pelgrims voor de deur. Er schijnt ergens een misverstand te zijn, er was maar één groep pelgrims voorzien. Geen nood, we ruimen snel de tafels op, drinken al staand een lekker tasje koffie met een zoetje, delen ervaringen uit met onze landgenoten uit Brussel. We kopen nog snel enkele mooie handwerkjes om het parochiewerk te steunen en weg zijn wij. Vooraleer we onze tocht verderzetten, bezoeken we nog even de mooie, eenvoudige kerk. Renaat vertelt ons dat “de vrienden van ons Heilig Land” deze gemeenschap steunt. Ook de kruisweg werd gesponsord door Herman Boon. De kinderen hebben symbolisch rond het kruis de muur uitgebeeld met prikkeldraad. Toch wel zeer confronterend.

Even later zijn we op weg naar de Holy Family Children’s home. Zij is gelegen in een groot ziekenhuis. We worden vriendelijk ontvangen in de kerk. Zuster Sofie, de directrice, is niet aanwezig. Renaat had haar graag de opbrengst gegeven van een benefietconcert in zijn parochie.

Een andere zuster geeft ons wat uitleg over dit home. De ‘Holy Family’ is ontstaan uit een dispensarium en is nu uitgegroeid tot een materniteit. Naast dit ziekenhuis vangen de Daughters of Charity ongewenste kinderen op in hun crèche. Vandaag werken hier 50 werknemers: dokters, verpleegsters, pediaters en sociale werkers.

Men kan tot 120 kinderen opvangen. Meestal zijn het kinderen van zwangere vrouwen zonder man of verstoten meisjes, zwanger van hun vader, broer of neef of kinderen uit een buitenhuwelijkse relatie. De kinderen komen vanuit alle Palestijnse regio’s. Na de geboorte worden deze kinderen afgestaan en hebben ze geen recht op een geboortecertificaat. Kinderen geboren uit zonde hebben geen rechten. Adoptie wordt in de islamitische wereld ook niet toegestaan. De kinderen krijgen dus nooit geldige papieren en hebben geen rechten op een normaal leven in de maatschappij. De kinderen mogen ook geen godsdienstonderwijs volgen, omdat men toch tracht hen in moslimgezinnen onder te brengen. Wij krijgen een korte rondleiding en merken dat de kinderen hier goed opgevangen en verzorgd worden. Het is hier kraaknet en modern ingericht. We ontmoeten enkele peuters en mogen achter glas enkele baby’tjes bewonderen. Ondanks de goede verzorging voelen we ons toch verdrietig. Bij het verlaten vraagt Renaat een kleine bijdrage voor dit enorm werk.

Ondertussen is de tijd al flink opgeschoten. We overleggen even en besluiten Jericho niet te bezoeken, maar naar Eim Karem, de geboorteplaats van Johannes De Doper, te rijden. Hier bracht Maria een bezoek aan haar nicht Elisabeth. Ein Karem (Bron van de wijngaard) is een schilderachtig dorp in de westelijke buitenwijken van Jeruzalem.

Wij bezoeken de hooggelegen kerk van O.L.Vrouw Visitatie. Na een flinke klim langs een steile trap bereiken we de kerk. Zij staat op de plaats waar Maria Elisabeth bezocht. Op deze plaats hebben vele kerken gestaan, maar de huidige grote kerk werd in 1953 gebouwd, natuurlijk door onze vriend Italiaan Antonio Barluzzi. Op het plein voor de kerk vind je het Magnificat in 40 talen. We zijn fier als we de Nederlandse versie ontdekken. Ik bewonder het ontroerend mooie beeld van Maria en Elizabeth. “Twee zwangere vrouwen, hun vreugde delend met elkaar.”

In de benedenkerk houden we een klein gebedsmoment. Een legende verhaalt dat Johannes de Doper achter een steen verborgen werd toen de soldaten, op bevel van Herodes, naar hem en alle kinderen jonger dan twee jaar op zoek waren. De steen wordt in de benedenkerk bewaard. In de crypte is er een put die tot het huis van Zacharias behoorde.

Nadien bezoeken we even de bovenkerk, waarvan de zijmuren versierd zijn met fresco's uit het leven van Jezus, Maria en Jezus' leerlingen. In de gebedsviering zingen vele pelgrims het magnificat. Een ontroerend moment. Ik denk even aan de woorden van Manu Verhulst die me hielpen met het plaatsen van de Mariafiguur: Maria die God heel dicht bij de aarde bracht, heel dicht bij de gewone kleine mensen.

We genieten nog even van het prachtige uitzicht, de natuur in volle groei en beginnen dan terug de trappen af te dalen.

 

Dorstig kijken we verlangend uit naar een terrasje. Zie, onze droom komt uit, even later zitten we te genieten van lekkere koele pintjes, watertjes en koffietjes. Een deel van de groep is verleid door een ijsje. Het leven kan goed zijn.

Na wat over en weer gepraat besluiten we nog een laatste kerk te bezoeken, de kerk van de geboorteplaats van Johannes de Doper. Het is een Kruisvaarderkerk, gebouwd in de 2-de helft van de 12-de eeuw, op overblijfselen van een Byzantijnse kerk. Binnenin bevindt zich de grot waar Johannes de Doper zou zijn geboren. Renaat benadrukt nogmaals dat historische juistheid van de plaats geen belang heeft, wel welke betekenis die voor ons heeft.

Zo keren we terug naar onze verblijfplaats bij de Rosary Sisters, waar ons een heerlijk avondmaal wacht.

Tijdens het eten dankt Lucas in naam van heel de groep Renaat voor zijn begeleiding, zijn inspireerde uitleg, invoelende misvieringen en voor al het goede dat hij ons gaf. Een fles Golden Arak en een onderlegger van Jeruzalem bekrachtigen deze mooie dankwoorden.

‘s Avonds zetten we nog een stapje in de wereld en bezoeken we de H. Grafkerk, of volgens Renaat de Verrijzeniskerk. Ik ben het volledig eens met deze naamwisseling.

Het eerst wat je ziet is de grote marmeren steen. Hierop zou het lichaam van Jezus gebalsemd zijn. Vele mensen raken de steen aan. We bezoeken even het graf van Jezus. Alles voelt leeg aan. Ik ervaar weinig bezieling. Ook de plaats waar het kruis zou gestaan hebben, bevindt zich hier. Overal bevinden zich altaren en kapellen die door verschillende christelijke geloofsgemeenschappen worden beheerd. Om het beheer van de kerk is eeuwenlang letterlijk gevochten. Niet alleen tussen moslims en christenen maar ook tussen verschillende christelijke groeperingen onderling. Vanaf 1852 bepaalt een strak schema welk christelijk genootschap op welke plaats en wanneer plechtigheden mag vieren. De relaties tussen de diverse kerken waren zo slecht dat de sleutels van het heiligdom werden toevertrouwd aan twee Palestijnse moslimfamilies. Dat is tot op de dag van vandaag nog steeds het geval. Toch wel erg ingewikkeld en het bevordert zeker niet de rust die deze kerk zou moeten uitstralen. Na even rond gelopen te hebben, worden we aangespoord de kerk te verlaten. Met een ceremonie wordt de deur gesloten door een lid van de moslimfamilie.

We kennen onze weg al een beetje in de oude stad en even later zijn we terug aan Rosary Sisters. Wat een heerlijke dag.

Dag 14: 24 april 2012

 

Bezoek aan de synagoge in het Hadassaziekenhuis met de glasramen van Chagall, daarna Ein Karem: geboorteplaats van Johannes de Doper en het verhaal van het bezoek van Maria aan Elisabeth. Terug via de Knesset met Menora en het Museum van het Boek. Via de ‘Mestpoort’ betreden wij het historisch centrum met de Klaagmuur. We bezoeken de Al Aksa-moskee en de Koepel van de Rots op het tempelplein (indien toegankelijk!). Nadien wandelen we naar de Sionspoort en bezoeken de Dormitiokerk. Verderop ligt het Cenakel en Sint-Petrus in Gallicantu (de kerk van het hanengekraai).

 

Na een lekker ontbijt bij de lieve zusters zijn we er klaar voor. Ja, Renaat zet ons programma wel een beetje op zijn kop.

Rond 8 uur zitten we al in de bus en rijden we richting Tempelplein. We stappen de oude stad binnen via de Mestpoort en beginnen aan te schuiven voor een bezoek aan het tempelplein. We hebben op vraag van Renaat alleen onze reispas en een fototoestel meegenomen. Na een uurtje wachten zijn we aan de beurt. Inderdaad, we lopen snel door de handbagagecontrole. Langs trappen en een lange loopbrug lopen we het plein op. Ondertussen kunnen we al even naar de Klaagmuur kijken. Enkele medepelgrims krijgen wel een opmerking omdat hun kledij niet gepast zou zijn, hun rok of short zouden te kort zijn. Ze krijgen de kans om een mooie sjaal te kopen. Snel merken we op dat het om een handige verkooptechniek gaat. We leggen uit dat we geen geld bij hebben. Geen geld, geen koopjes en even later staan de medepelgrims ook op het Tempelplein.

 

He tempelplein is voor de drie monotheïstisch godsdiensten een heilige plaats. De Rotskoepel is gebouwd op de top van de berg Moriah, de plek waar volgens de Bijbelse overlevering Abraham zijn zoon moest offeren van God. In de Koran wordt de naam van de zoon niet genoemd, maar veel moslims geloven dat de zoon Ismaïl was, de zoon die Abraham bij zijn slavin Hagar had. De rotsplaat in het midden van de Rotskoepel in het centrum van het gebouw is volgens de traditie het natuurlijke altaar waarop Abraham zijn zoon moest offeren. Vandaar de naam Rotskoepel.

Volgens de islamitische overlevering zou Mohammed vanaf precies dezelfde plek ten hemel zijn opgestegen. De steen van waarop hij zou opgestegen zijn, bevindt zich in de koepel.

Op de Tempelberg stonden eeuwen vóór de bouw van de Rotskoepel de Eerste en daarna de Tweede Joodse Tempel. De Tweede Tempel wordt ook verschillende malen in het evangelie vermeld, als een plek waar Jezus reeds als kind onderwijs gaf. Heeft Jezus, de rabbi uit Nazareth, zoals Hij genoemd werd, de sjacheraars en handelaars niet van het tempelplein verjaagd?

Het Heilige der Heiligen bevond zich op de Tempelberg, al weet niemand precies waar de juiste plek was. Volgens sommigen was dit de huidige plaats waar de rotskoepel staat en is de rotsplaat in de rotskoepel de plek waarop de ark van het verbond stond. Omdat het betreden van dit “Heilige der Heilige” in het Jodendom absoluut verboden is, behalve voor de hogepriester eenmaal per jaar bij de grote Verzoendag, is de hele Tempelberg voor vrome joden verboden terrein, zodat zij ook geen gevaar lopen per ongeluk op deze heilige plek te komen.

Vooraleer we rond de rotskoepel lopen, genieten we van het panorama en zet Renaat ons op de goede weg door de gebouwen en plaatsen te benoemen.

Dan lopen we naar de Rotskoepel die er prachtig uitziet. Ze vormt een achthoek met een doorsnede van zo'n 55m. Het gebouw is in totaal 30m hoog. De koepel is met bladgoud afgewerkt en heeft een doorsnede van 20,44m. Deze schitterende goudkleurige koepel bepaalt al 13 eeuwen het panorama van Jeruzalem. Heel het gebouw is prachtig versierd met mozaïeken waarvan de hoofdkleur blauw is. De muren zijn voorzien van een doorlopende inscriptie in Koefisch schrift. De tekst is een verzameling teksten (soera’s) over God.. De Rotskoepel mogen we niet bezoeken, maar we kopen postkaarten die ons een idee geven hoe de Rotskoepel er binnen uitziet. Renaat vertelt ons dat ook de binnenkant van het gebouw rijk versierd is met prachtige mozaïeken en teksten.

Nabij de Rotskoepel bevindt zich de Al Aksamoskee, één van de eerste en heiligste moskeeën van de islam. Zij is de oudste moskee en na Mekka en Medina is zij het belangrijkste heiligdom van de moslims. De Al Aksamoskee is de grootste moskee van Jeruzalem met plaats voor ongeveer 5000 mensen.

Even later wandelen we naar de Klaagmuur.

De Klaagmuur is de westelijke muur van de Joodse Tempel, die op de tempelberg in Jeruzalem was gebouwd. Strikt genomen is de Westmuur niet een originele muur van het eigenlijke tempelgebouw, maar is het een gedeelte van de muur dat het plateau omringt en ondersteunt waarop de eigenlijke Tempel eens stond en waar nu de Rotskoepel en de Al Aksamoskee staan. Het is de enige zichtbare muur, die na de zeer grondige vernietiging van de tweede tempel door de Romeinse bezetters is overgebleven. Waarom is de Klaagmuur zo belangrijk, vraag ik me toch af.

Binnen het Jodendom is de Tempelberg de heiligste plaats, omdat de tempel vroeger het centrum was van de eredienst en God aanwezig zou zijn geweest in het allerheiligste deel. De westelijke muur is de plaats waar men het dichtst bij de Tempelberg kan komen. Daarnaast is het strikt verboden de Tempelberg te betreden voor allen die onrein zijn vanwege contact met doden, vrijwel alle joden vallen heden ten dage onder deze categorie, omdat die onreinheid alleen door een speciale ceremonie waarbij de as van een rode koe gebruikt wordt, gereinigd kan worden. Deze rode koe is echter uitgestorven, en dus is het voor joden onmogelijk de Tempelberg te betreden tot de joodse Messias komt. Jongens toch, geloven kan ook ingewikkeld zijn.

De aanwezigheid van God, zou ook na de verwoesting van de tempel nog bij de muur zijn gebleven. Doordat vele joden aan de muur klaagden vanwege de verwoesting van de tempel en de diaspora, wordt de muur door niet-joden vaak de Klaagmuur genoemd.

 

We krijgen wat vrije tijd en de groep splitst zich in mannen en vrouwen. Mannen gaan naar de linkerkant en de vrouwen naar de rechterkant. Wel valt mij op dat de vrouwen maar een klein gedeelte Klaagmuur voor hen hebben. Wat moet ik hier achter zoeken?

We lopen naar de muur en zien mensen met en zonder gebedenboek al knikkend hun geloof belijden. Het is inderdaad een speciale plaats, voor de joden, terecht een heilige plaats. Ja, we hebben zeker respect voor hen en na een korte fotosessie gaan we in stilte weg.

Via een lange tunnel vol winkels, die me aan de Soeks doet denken, lopen we terug naar de bus.

Rond half 11 komen we aan in het drukke, zeer moderne Hadassaziekenhuis. We lopen door het winkelcentrum, waar we watertandend kijken naar etalages vol lekkere taartjes. Even later komen we aan bij de synagoge. Hier bevinden zich prachtige glasramen van de beroemde Joodse artiest Marc Chagall. Hij ontwierp twaalf glasramen die opgebouwd zijn uit alle kleuren van de regenboog en elk glasraam staat voor één van de stammen van Israël. Hij gebruikte een bijzonder procédé waardoor het mogelijk werd 3 kleuren op één glasplaatje te gebruiken. Met een Nederlandse flyer en een Franstalige bandopname komt de geschiedenis van het Israëlitisch volk tot leven. Gewoon kijken en genieten is hier de boodschap. We lopen terug door het grote ziekenhuis, waarvan men zegt dat dit ziekenhuis het beste uit de regio is, en rijden naar het Israël Museum in Jeruzalem. Na wat problemen in verband met de betalingswijzen voor de toegang (door Raoul perfect opgelost) kunnen we naar binnen. Het “Museum van het Boek” herbergt de Dode Zeerollen. De Dode Zeerollen zijn tussen 1947 en 1956 ontdekt in en rond de ruïnes van Qumran.

Dit museum staat apart. Een witte koepel symboliseert het deksel van een kruik waarin een rol werd bewaard. Het gebouw bevindt zich voor twee derde onder de grond. Een zwarte basalten muur staat met deze koepel in verbinding. Deze muur verwijst naar de kinderen van de duisternis. De witte kleuren van het gebouw verwijzen naar de Essenen, die zichzelf beschouwden als kinderen van het licht. De fonteinen herinneren aan rituele wassingen. Het is een prachtig museum en ik geniet dat ik hier naar deze historische rollen kan kijken. Toch wel heel bijzonder.

Ondertussen genieten we van een oefenshow van een formatie stuntvliegers. Over enkele dagen viert Israël 14 mei 1948, de dag waarop de onafhankelijkheid van Israël werd afgekondigd en de staat werd gesticht. De staat bestaat dus al 64 jaar. Overal hangen vlaggen, de stad bereidt zich voor op dit feest.

Nadien bezoeken we de maquette van de stad Jeruzalem in de tijd van Herodes. Het bouwen van deze maquette heeft zeven jaar onderzoek, studie en zorgvuldige constructie gevergd. Renaat is het een fantastische gids en brengt de stad tot leven. De Joodse geschiedenis in Jeruzalem ten tijde van Jezus krijgt hier letterlijke een plaats. Denk maar aan de verschillende poorten, het paleis van Herodes, van Pilatus, de tempelberg, de verschillende woningen, de Olijfberg,... Wanneer men bij archeologische opgravingen nieuwe ontdekkingen doet, wordt deze maquette aangepast. Renaat heeft dit bezoek met opzet tot het laatste gehouden zodat we ook een totaal overzicht van de stad zouden hebben. Het is een mooie maquette met oog voor vele details.

 

Het is schitterend weer. Renaat nodigt ons uit om hem tot volgen en even later staan we aan de menora of de zevenarmige kandelaar. Zij is 5 meter hoog, 4 meter breed en is in brons gegoten. Deze staat voor de Knesset, het Israëlitisch parlement. Deze kandelaar is het symbool van Israël, het is tevens het symbool van het licht, geloof en hoop dat het Joodse volk 4000 jaar geleid heeft. Op de zeven armen staan personen en gebeurtenissen afgebeeld uit de geschiedenis van het Joodse volk, van Mozes met de stenen tafelen tot de opstand in het getto van Warschau. Het is een gift van Groot-Brittannië en symbool van de Joodse staat.

Na een lekkere maaltijd in een Armeens restaurant vervolgen we onze ontdekkingstocht in Jeruzalem.

Veel siësta is er niet bij want we hebben nog heel wat te bezoeken. Je zou hier een maand kunnen rondlopen en misschien heb je dan nog niet alles bekeken. Renaat maakt voor ons de keuze wat hij de moeite waard vindt om te bezoeken. Hij is immers een echte Jeruzalemkenner.

We lopen naar de Sionpoort. Op de Sionberg, de plaats waar Maria gestorven is, bezoeken we de crypte van de Dormitiokerk. De nieuwe kerk van 1901-1910 is eigendom van de Duitse Benedictijnen. Ze bouwden een prachtige ronde basiliek. In het centrum van de crypte, te midden van een zuilenrotonde bezoeken we een tombe met een levensgroot beeld van Maria op haar sterfbed. Vele pelgrims zingen en bidden hier. De sfeer is zeer ingetogen en ook wij gunnen ons de stilte waarin Maria en haar gelovig zijn tot ons spreekt.

 

Achter de Dormitiokerk ligt de Cenakelzaal. Een trap leidt ons naar de bovenzaal.

Hier zou Jezus op Witte Donderdag het paasfeest gevierd hebben, de voeten van zijn leerlingen gewassen hebben en de eucharistie ingesteld hebben. Het is een sobere ruimte met kleine ramen. In deze zaal hadden de leerlingen zich verborgen na de dood van Jezus. Ik kan het me goed voorstellen hoe ze in het duister, letterlijk en figuurlijk zich helemaal verloren en bang voelden. Na de verrijzenis van Jezus verscheen hij hier tweemaal aan zijn leerlingen. Op Pinksteren werden ze bezield van de H. Geest en vol vertrouwen verkondigden ze Jezus’ blijde boodschap. Hij schenkt ons leven, leven in overvloed. Deze plaats ontroert me, even later klinkt er plots een prachtig lied dat de ruimte vult met vreugde en vrede.

Op Renaat’s kaartje lees ik een mooie tekst hierover.

Van Oost naar West

waait onverwacht

een stille kracht

die harten overwint. (...)

Bezield en vreugdevol gaan we weer op weg, net als eerste Christenen … een opdracht voor morgen, als we thuis zijn? Maar eerst genieten we nog van een laatste panoramisch zicht over Jeruzalem.

 

De Kerk van het hanengekraai, een Rooms-Katholieke kerk, is de volgende kerk die we bezoeken. Op deze plaats zou volgens de overlevering het huis van de hogepriester Kaïfas hebben gestaan, waar Jezus gevangen heeft gezeten en door het Sanhedrin berecht werd. Petrus zou hier tot driemaal toe Jezus verloochend hebben, vooraleer de haan driemaal kraaide.

 

Hij hoort de klank nog in zijn oren

Ik ken hem niet, wil niet bij hem horen

waar komt dit woord vandaan

en buiten kraait de haan.

Ina Van der Welle

 

Bij opgravingen werden krochten gevonden waarin Jezus gevangen zou zijn gehouden. In de kerk zien we de put waar de gevangenen, dus ook Jezus, in een mand werden neergelaten, zodat ontsnappen haast onmogelijk was. Ze zaten letterlijk en figuurlijk in de put. Geen toekomst, angst, eenzaamheid waren hun enige metgezellen. Via een trap komen we in de cel waar Jezus de nacht voor hij gekruisigd werd, heeft doorgebracht. Op de wand zou men nog een afdruk van hem kunnen waarnemen. Renaat leest hier de Psalm 88 voor.

 

O God mijns heils, mijn toeverlaat,
tot U hef ik mijn droeve klachten;
ik roep, bij dagen en bij nachten,
tot U in mijnen jammerstaat.
Ik nader biddend: wil mij horen
en neig mijn geschrei tot Uw oren

 

We worden heel stil, want lijden en dood behoren tot ieders leven.

Even later lopen we door de ruïnes van het huis van Kaïfas en krijgen daarna even tijd om enkele souveniertjes te kopen voor het thuisfront.

Renaat toont nu dat hij wel degelijk een echte Jeruzalemkenner is en samen lopen we over de daken naar de Soeks. We kopen hier nog wat spulletjes en keren tevreden terug naar de zusters waar we ons echt thuis voelen.

Na het eten nodigt Renaat ons uit voor een laatste eucharistieviering Het wordt een warme viering, allen voelen we ons gedragen door elkaar, door Hem.

Renaat’s tekst je past hier wonderwel bij.

 

Ga heen

Leef voluit

En wees een mens van Gods hart,

Je mag opstaan

Mee-verrijzen

Delen in Gods eigen leven..
Hij heeft je lief.

Zo voelt het ook aan.

 

Marc verrast ons nog met een deugddoende geschenkje, een mooi kruikje.

Na de viering komen we nog even samen voor een babbeltje, hapje en drankje. Afspraken worden er gemaakt voor een terugkomdag, een verslag,...Nog even opruimen en even later kruipen we gelukkig en tevreden in ons bedje.

 

Dag 15: 25 april 2012

 

Voor de laatste keer kijk ik naar ons programma.

Naar de luchthaven met bezoek aan Abou-Gosh en aan de abdij van Latroun. Retourvlucht Tel Aviv - Brussel.

 

Inderdaad, vandaag vliegen we terug naar huis. Onze eerste opdracht is valiezen inpakken en naar de bus brengen. Daarna genieten we allen samen van een lekker ontbijt en nemen toch met spijt in ons hart afscheid van de lieve zusters. Hun gastvrijheid, hun zeer verzorgde maaltijden en hun vriendelijkheid maakten dat we ons hier heel erg thuis voelden. We zullen met dankbaarheid aan hen terugdenken.

Rond 8 uur wordt de poort voor de laatste keer voor ons geopend en verlaten we de Rosary Sisters. We rijden nog even langs de Jaffa Poort, de New Gate, de Notre Dame, het Vaticaan centre en de Hebreeuwse universiteit.

Even later rijden we Abu Gosh binnen. Abu Gosh ligt langs de grote weg van Jeruzalem naar Tel Aviv, daar waar de bergen het hoogst zijn en de autoweg enkele vrij scherpe bochten moet nemen om veilig door de kloof te rijden. Het dorp is genoemd naar de roverhoofdman Abu Gosh, die in de Turkse tijd hier de baas was en tol eiste van de reizigers. De huidige bewoners, de Palestijnen, staan open voor contacten met de Joodse bevolking. Veel Joden wonen hier, daar dit dorp 12 km van Jeruzalem ligt.

 

Dit is ook de plaats waar de ark een tijd gestaan heeft in de periode nadat de Filistijnen hem veroverd hadden, totdat David hem naar Jeruzalem wilde brengen. Door de aanwezigheid van een bron, bouwden de kruisvaarders op de fundamenten van een 5-de eeuws Byzantijns kerkje een mooie kruisvaarderskerk. Ze staat boven op een heuvel en is gewijd aan Maria. Ze wordt de Verbondskerk genoemd. Maria wordt immers ook "Ark van het verbond” genoemd omdat zij de draagster, de moeder, is van de ark van het Nieuwe Verbond, Jezus. Een groot Mariabeeld waakt over de omgeving. We genieten van de mooie bloemen en het prachtige uitzicht.

Renaat spoort ons aan om op te stappen. Hij zou nog graag nog drie plaatsen bezoeken vooraleer we naar de luchthaven rijden. Een tweede kerk, een Kruisvaarderkerk uit de 12-de eeuw, is nu aan de orde.De Benedictijnengemeen- schap woont naast de zuster- gemeenschap en samen beleven zij hun geloof in stilte, gebed en zang. Zij hebben Hebreeuwse religieuze liederen opgenomen. Het gezongen ‘onze Vader’ is prachtig. We bezoeken de kerk, wennen even aan het duister en ontdekken mooie fresco’s. Ik vind het een mooi en stemmig gebed. In de crypte bezoeken we de oude doopvont waar men via een trap in het water afdaalde. De tuin is er gezellig en mooi aangelegd. Jeroen en Raoul maken een mooie groepsfoto.

We lopen nog even in de shop rond en nemen dan afscheid van deze vriendelijke paters.

 

We verlaten Abu Gosh en rijden verder richting Tel Aviv. Het landschap verandert, overal zie je druivelaars. Hier bezoeken we de trappistenabdij Latroun. Het is de enige trappistenabdij in Israël en werd in 1890 gesticht. De gemeenschap bestaat uit paters met zeven verschillende nationaliteiten. Ja, zelfs een landgenoot woont hier. Onze medevlaming uit Mechelen, Ben, heeft zijn roots bij de familie Moortgat en woont hier 17 jaar. Eerst verbleef hij drie jaar in Galilea, vond het daar niet streng genoeg en verhuisde naar deze abdij. Hij is de verantwoordelijke voor de tuin, plant en snoeit de bomen, en legt werkt mee aan het produceren van de beroemde wijnen van Latroun. Deze wijn zou de beste zijn in Klein-Azië. Ben legt zich ook toe op het overschrijven van Bijbelteksten in kalligrafie. Eerst nodigt hij ons uit om zijn kerk de bezoeken. De kerk is heel sober en is toegewijd aan Onze-Lieve–Vrouw met het kindje Jezus. Bijzonder is dat het kindje Jezus een trappistenpij draagt. Voor we de kerk verlaten, zingen we voor Pater Ben het lied “Onze Lieve Vrouwe van ons land”.

Deze gemeenschap heeft een belangrijke taak in het vredesproces. Palestijnen worden hier te werk gesteld in de wijn- en olieplantages. In een dorpje in de buurt, op grond van de abdij, is een samenleving opgestart waar Joden en Palestijnen samenleven. De abdij leeft van de verkoop van de beroemde wijnen en olijfolie.

De Latroun-wijnen zijn topklasse en zeer gegeerd. Renaat geniet zichtbaar. Hij is hier een zeer graag geziene gast. We geven onze bijna allerlaatste centen uit  in de shop en rijden dan door naar Emmaus.

 

Het allerlaatste bezoek vind ik heel belangrijk. De leerlingen van Jezus stapten ontgoocheld terug naar huis toen ze Jezus herkenden in het breken van het brood. Hun leven neemt een totale andere wending aan. Ze kiezen voor Hem en gaan weer op weg, niet meer ontmoedigd, maar vol kracht en diep vertrouwen, wetend dat Hij met hen meegaat op hun weg door het leven.

In de 4-de en 5-de eeuw werden in Emmaus Byzantijnse basilieken gebouwd, verwoest door de Perzen en de Arabieren, opnieuw herbouwd door de Kruisvaarders in de 12-de eeuw en opnieuw verwoest. In 1878 heeft het klooster van de Karmelieten dit terrein aangekocht. We wandelen door de ruïnes, met het verhaal van de Emmaüsgangers in ons achterhoofd, bezoeken even de kleine kapel en worden dan uitgenodigd voor een lekkere maaltijd, opgediend door de zusters van de gemeenschap van de Zaligsprekingen. Dit is een Katholieke Charismatische gemeenschap, gesticht in Frankrijk in 1973. Zij zijn belast met de zorg, het onderhoud van het terrein en de ontvangst van de Pelgrims. Het is een hele jonge zuster die ons bedient, zij is afkomstig uit Frankrijk.

Toch nog even genieten van Renaat’s tekstje. Ik ben hem er heel dankbaar om. Ze zijn de rode draad geweest op onze pelgrimstocht. Het waren dikwijls pareltjes, doordenkertjes, cadeautjes.

 

Dit was het wonder.
Wij stonden weer alleen,

Doch vouwden blij onz’ handen.
Het was alsof Hij door ons heen verdween

En ’t licht in ons is blijven brande...

                                                                                                                                 A. Van Wilderode

Nu begint de tijd te dringen, Renaat zet ons tot spoed aan en even later komen we rond 13 uur in Tel Aviv aan.

Na bagagecontroles, handbagagecontroles, persoonlijke controles en ondervragingen zitten we even later in het vliegtuig richting Zürich. Het is een rustige vlucht. In Zürich stappen we over. Hier blijkt de controle nog strenger, Lucas wordt zelfs gefouilleerd. Ook de tweede vlucht was heel aangenaam en om 21 uur 40 landen we in Zaventem. Het is goed op reis te gaan als je weet dat je terug thuis kunt komen.

Nele, Jan en Els, een goede vriendin, die als een zus voor ons is, wachtten ons op. Het is goed te ervaren dat je zo verwacht wordt.

Maar eerst namen we afscheid van onze medepelgrims.

Het werd een heel hartelijk afscheid met de belofte contact te houden met elkaar.

Dank je wel Renaat, dank je wel lieve medepelgrims, dank zij jullie werd deze reis een levenstocht waar we nog jaren kracht en moed zullen uitputten.

Bedankt allemaal, jullie zijn schatten van mensen. Dank zij jullie kon ik dit verslag schrijven. Van harte bedankt voor jullie hulp, voor jullie vriendschap.                                                   Lieve Driljeux

 

 

 

 


... " Wat was mijn vreugde groot,

toen mij de boodschap klonk :

wij gaan tezamen op

waar God hoogheilig woont " ...

 

 

UIT-TOCHT 2009

 

... in de voetstappen van Mozes ...

15 april tot 29 april

Egypte - Jordanië – Israël

 

REISVERSLAG UITTOCHT 2009 - EGYPTE - JORDANIË - ISRAËL

 

Dag 1 - Vlucht naar Kaïro met tussenlanding in Zürich vanuit Zaventem : 15 april

 

          De lang gekoesterde droom: eens het Heilig Land te zien, te stappen in de voetsporen van Jezus, onze Heer en Heiland, gaat eindelijk zijn voldoening krijgen. God zij gedankt voor deze genadevolle pelgrimstocht !

Bernadette, al meer dan dertig jaar mijn levensgezellin en echtgenote, en ikzelf, Willy gaan deze uitdaging en zeker ook avontuurlijke reis aan - in gezelschap van onze reisbegeleider, priester en voorganger Padré Renaat De Paepe, legeraalmoezenier en pastoor te Landskouter, samen met nog 19 medepelgrims. Na thuis afscheid genomen te hebben van onze drie kinderen: Krista (de dag voordien al), Miriam en Jo (maar die brengt ons nog naar de luchthaven in Zaventem), afscheid ook van onze huisdieren: 3 lieve poezen, 3 kippen en een haan, van sneeuwwatje, ons wit konijntje en van ons kanariepietje. Afscheid ook van huis en tuin, en van alles wat die bevatten. We laten dit alles nu los in de hoop al die dierbaren na 15 dagen terug te zien in goede doen.

          Om 4u 40 wordt de autorit naar Zaventem aangevat. Onze Jo houdt er een goede vaart op na, zodat we ruim voor het aangegeven uur ter plaatse zijn en wij met onze valiezen en rugzakken in de hal kunnen binnenstappen, na vanzelfsprekend afscheid genomen te hebben van onze Jo. Er zijn al enkele medepelgrims en we kijken samen uit naar onze reisbegeleider. Maar Padré Renaat laat niet lang op zich wachten en begint onmiddellijk de rood-groene lintjes uit te delen, die we meteen aan onze reisbagage kunnen vastbinden. Inchecken doen we op het voorziene tijdstip en eenmaal dit geklaard – intussen is iedereen present – gaan we onder begeleiding van Padré Renaat de kapel van de katholieke eredienst opzoeken voor een reisgebed en wat stille bezinning.

          En dan beginnen we aan een ongekende en onverwachte trek door de luchthaven. Rollende en stilstaande trappen op en af, haast heel de luchthaven door, want Swissair – waarmee wij vliegen - schijnt naar de verste uithoek van de luchthaven verbannen. Hoe het ook zij, Padré Renaat kent hier overal zijn weg! Natuurlijk is er de gebruikelijke controle op paspoort en bagage en wijzelf worden ook doorgelicht met prettige biebgeluiden.

          Eindelijk is het zover: even voor 7u mogen we ons vliegtuig betreden en onze plaatsen heel achter in het toestel innemen. Het is een middelgroot toestel (twee motorig) dat om 7u 15 opstijgt en ons na een goede 50 minuten weer naar de aarde terugbrengt. Dan begint weer een geren naar de andere zijde van de luchthaven; er komt zelfs een verplaatsing per metro aan te pas, en zo belanden we andermaal aan de rand van de luchthaven en dit schijnt wel nodig, want we vliegen ook nu met Swissair, een viermotorig toestel, een A 340, met meer dan 300 passagiers aan boord. Ook deze keer hebben we geluk en zitten we aan het venster voor onze vlucht naar Kaïro, een vlucht van iets meer dan 3 uren. Met zo'n groot vliegtuig vliegen is echt een nieuwe sensatie.

          De alpen kunnen we perfect zien met hun besneeuwde toppen, overgoten met stralende zon. Wat een prachtige kleurschakeringen. Af en toe krijgen we schaapjes-wolken, dus wolken met krulletjes; enig mooi ! We vliegen verder over Italiaanse en Griekse berglandschappen en natuurlijk ook dwars over de Middellandse zee. Echt spannend wordt het als onze reuze vogel zijn landing aanvat op een luchthaven die meer op een woestijn gelijkt en een zandpiste als landingsbaan heeft. Gaat de bemanning dit reuze toestel wel veilig aan de grond krijgen, want de wind doet het nogal heen en weer wieken ? Maar geen nood, de piloten van Swissair hebben alles goed onder controle en zetten onze reuze vogel netjes op zijn poten op de geasfalteerde landingsbaan, en niet al te bruusk. Terecht krijgt de bemanning groot applaus en wij zijn erg opgelucht. God zij dank!

          In de luchthaven van Kaïro wordt ons geduld nog een tijdje op de proef gesteld; omdat Leentje haar valies zoek is; ze werd in Zürich bij de check-in niet overgeladen voor Kaïro. We worden naar ons hotel gebracht met de bus van een reisbureau uit Kaïro. Wij rijden een hele tijd dwars door groot-Kaïro en dat is vanzelfsprekend al een hele belevenis. We worden aan de overkant van de Nijl gebracht waar ook ons hotel zich bevindt, niet ver van de Piramides. Onderweg krijgen we deze al even te zien. Maar morgen kunnen we ze aanraken.

We vallen van de ene sensatie in de anderen: we logeren in een heel groot hotel, gebouwen gelegen in een groot park met meer dan 200 kamers. Bernadette en ik logeren in kamer 803. Goed en gerieflijk ingericht; wel geen overdreven luxe, toch net en mooi. Ook het avondeten valt ons best in de smaak met een lekkere, frisse Stella, niet uit Leuven maar hier ter plaatse gebrouwen. Excellent biertje! Na een korte avondwandeling door het verlichte park gaan we voldaan over deze eerste reisdag onze bedstee opzoeken. Wel te rusten aan alle reisgezellen !

 

Dag 2 - Bezoek aan de piramides, de Koptische wijk, het Egyptisch Museum: 16 april

 

          Wij ontwaken na een deugddoende nachtrust; inslapen duurde wel even omdat de voorbijrijdende truckers op de weg vlak tegen ons park-hotel zo intens claxonneerde, maar Klaas Vaak kreeg de overmacht. Ons reiswekkertje wekt ons precies op het gevraagde uur. Na een verkwikkend bad begeven we ons naar de ontbijtzaal. Er is daar al veel volk bij het ontbijt-buffet, maar we komen nog

goed aan ons trekken, want er is keuze te over. Ik open met een lekkere cassisdrank en een croissant. Daarna neem ik nog enkele broodjes met honing en marmelade. Ik sluit met enkele heerlijke gebakjes en een stuk fruit. Bernadette en ik halen onze rugzakken voor de daguitstap naar de piramides en andere bezienswaardigheden. We beginnen met de piramides. We bewonderen eerst die van Cheops, 137 meter hoog, dan volgt die van Chephren, 136 meter en tenslotte die van Mycerinos met zijn 62 meter en het is niet direct te merken dat deze laatste veel kleiner is omdat deze hoger op de zandheuvel van dit woestijnachtig veld staat. Zij staan alle drie mooi in 't gelid en ik heb er ook een schone foto van kunnen maken. Achter Cheops aan staan nog drie minipiramides: het schijnt dat deze de graftombes waren van de rouwen van de farao. De piramides zijn indrukwekkende constructies als men er vlak bij staat. Ik ben even de trap op gelopen naar de ingang van Cheops, maar niet binnen gegaan. Wat een kolossale blokken, hoe kregen deze mensen die zo perfect op

elkaar gestapeld? Het moet liters zweet, bloed en tranen doen vloeien hebben en hoeveel hebben er zich dood gewerkt God geve ze allen het verdiende loon voor dit slavenwerk !

Onze bus brengt ons terug beneden aan de voorkant van dit piramide veld waar de zo beroemde Sfinx te pronken staat. Hij is de wachter die de ingang van het dodenrijk bewaakt. Farao Thoetmosis droomde in zijn jeugd dat hij door een sfinx het faraoschap aangeboden kreeg in ruil voor het uitgraven van het beeld. De aanblik in levende lijve is alleszins verbluffend.

 

          De grafkamers daar in de buurt en rondom de sfinx gebouwd zijn ook weer sensationeel, niet te begrijpen hoe mensen in die tijd zo'n reuzeblokken konden versjouwen, blokken van wel 10 meters lengte en mans­hoog. Onvoorstelbaar wat een karwei en met wat voor soort touwen of riemen werden die tonnenzware blokken opgehesen. Dergelijke vragen komen spontaan bij mij op en ik krijg

er ook geen zinnig antwoord op. Maar ik sta echt perplex. Het moeten wel reuzen geweest zijn, die mensen van toen ?

          Na ons bezoek aan de piramides en de Sfinx met grafkamers brengt onze bus ons naar de wijk van de Kopten in de oude binnenstad van Kaïro. De Kopten vormden eertijds de eerste christen gemeenschappen van de jonge Kerk. Hier bezoeken wij enkele oude maar prachtige kerkjes in diep gelegen straatjes. Wij pelgrims mogen er een kijkje komen nemen maar slechts per twee en dan maar enkele minuutjes omdat deze Koptische christenen juist in deze week hun Paasfeest vieren. In deze wijk  heeft volgens de overlevering de Heilige Familie een onderkomen gevonden tijdens hun vlucht en verblijf in Egypte. De grot waar zij waarschijnlijk woonden konden we jammer genoeg niet betreden Ik zelf bezoek dan nog een hoger gelegen Grieks-orthodoxe koepelkerk met enkele zeer kunstvolle iconen en fraaie mozaïeken en de gebruikelijk lusterlampjes voor alle iconen.

We verlaten de Koptenwijk en begeven ons per bus naar een toeristisch restaurant even verder op voor de middag lunch, ook buffet zelfbediening. Dan beginnen we aan ons namiddagprogramma. We bezoeken het wereldberoemde Egyptisch Museum waar hoofdzakelijk de pronkstukken van de Farao's ondergebracht werden. Onze gids, geboren in Caïro geeft ons bij de belangrijkste schatten en kunst­werken een uitvoerige uitleg. Vele kostbare voorwerpen staan goed afge­schermd in vitrines en kasten. Het is haast niet te overschouwen: gangen en zalen volgestouwd met allerlei ornamenten, papyrussen, juwelen en sieraden. Er zouden zich 150.000 voorwerpen in dit museum bevinden en dit wil ik wel geloven. Wat bovenal te bewonderen is, dat zijn de koningsbeelden, de granieten sfinxen, de figuren uit het Dodenrijk, de lijkwaden en de grafgeschenken. Zeer beroemd is de strijdwagen van Thoetankamon (uit het graf van het Dal der Koningen), zijn dodenmasker en de prachtige lijkkist die 225 kilo weegt en van massief goud is. We lopen over 2 verdiepingen ruim 2 uur zaal in, zaal uit, door gangen en traphuizen. Onbeschrijfelijk wat we hier allemaal te zien en te bewonderen krijgen: de luxe van de Farao's is adembenemend, maar daarvoor waren beslist honderdduizenden slaven en arbeiders nodig. Doodmoe slenteren naar buiten en herademen toch wat op het mooie plein voor het museum.

          Op een signaal van Padré Renaat begeven wij ons naar onze bus, die ons in het centrum van Kaïro brengt. En het was de bedoeling dat we een of andere markt zouden bezoeken, maar de meesten onder ons willen ingaan op het alternatief: een bezoek aan de moskee van sultan Hassan. Deze werd in de 14de eeuw gebouwd. Het is de grootste van Kaïro en zijn minaret steekt 81,6 meter in de hoogte. Om de moskee te bezoeken moeten we ons van ons schoeisel ontdoen. De schoenen worden per nummer in een open kastje gezet. Onze gids heeft ook hier een overvloeiende uitleg en er wordt zeer aandachtig geluisterd. Blijkbaar weten de meesten onder ons niet zoveel over de moslimgeschiedenis en hun levensvisie. En hier vernemen we nu toch interessante dingen, ook over de inrichting van de moskee, de gebedstijden en de moslimscholen. Bij de uitgang krijgt iedereen zijn schoeisel terug mits de gebruikelijk fooi. Als we terug op straat staan en nog even omkijken zien we dat deze moskee er echt als een vesting uitziet en dat het een bolwerk moet geweest zijn in oorlogstijd.

          Bij de terugrit naar ons hotel moeten we weer dwars door de grootstad en dat vergt zijn tijd, zeker  op dit spitsuur. Maar toch houden we nog even halt bij het Papyrusmuseum. Hier wordt ons gedemonstreerd hoe en van welke materialen het beroemde Egyptisch papyrus gefabriceerd wordt. Eigenlijk lijkt het niet zo ingewikkeld maar men moet de juiste bewerkingen en droogtijden keurig uitvoeren. Het is een echte kunst en er zijn schitterende resultaten te bewonderen in dit museum. De kostprijs is dan ook zeer gevarieerd en er de juiste waarde aan geven is niet aan mij besteed.

          Een halfuurtje rijden en we zijn weer op hotel. Na een stevig avondmaal komen we met Padré Renaat nog even samen voor een bezinningsmoment en een gebed. Wel te rusten ! Het was een vermoeiende dag, maar zeer verrijkend en boeiend !

 

Dag 3 - Van Kaïro naar de Sinaï : 17 april

 

          Het wordt een heel lange dagrit, echt een uittocht richting Suez en door de Kanaaltunnel; daar gaat het nadien langs de golf van Suez in zuidelijke en meer oostelijke richting. Onderweg lunchen we in een restaurant mooi gelegen aan de zuiver blauwe golf. Na de maaltijd is er nog gelegenheid om van op het terras enkele foto's in te blikken. En dan vervolgen we onze rit door het zuiden van de Sinaïwoestijn. Die woestijn neemt zeer wisselvallige en grillige gedaanten aan: nu eens zandvlakte, dan weer rotsmassieven of versteende duinen. Meestal dor en droog, onbewoond gebied lijkt me!

          Eindelijk, na een schijnbaar niet eindigende busrit, komen we in de omgeving van het zo beroemde Sint Catharinaklooster. Op die plaats hoorde Mozes Jahweh spreken in een brandende braamstruik. Maar daar komen we morgen een kijkje nemen. Wij logeren voor deze nacht een weinig verder. De kamers worden toegewezen en onze valiezen gedragen tot aan de voordeur van ons appartementje op dit nogal geaccidenteerd woonterrein. Er volgt ons nog een goed avondmaal en dan op tijd naar bed, want het was een vermoeiende busreis. En voor 9 bergwandelaars volgt straks de klim naar de Horeb, ook de Mozesberg genoemd. Intussen 'wel te rusten!'

 

Dag 4 - De beklimming van de Horeb : nachtelijke bergwandeling : 18 april

 

          Na een erg korte nachtrust worden de 9 gegadigden al om 1 uur gewekt. Vlug aankleden, nog enkele benodigdheden in rugzak stoppen. Zeker de zaklamp niet vergeten en mijn wandelstok die ik de avond voordien aan het winkeltje bij het restaurant gekocht heb en zelf op mijn maat gezaagd. Een saluut nog aan mijn vrouw en dan op hoop van zege begin ik aan dit nachterlijk avontuur. De kandidaat-klimmers komen eerst in het restaurant een kopje thee of koffie drinken. Als het gezelschap voltallig is stappen we op onze bus, die ons brengt bij het vertrekpunt bij het Catharinaklooster. Ons groepje bestaat uit 9 deelnemers: Hilde, Marc en Lut, Gemma, Wim en An, Willy, Luc en Rosane.

Er is gezorgd voor een berggids, want politie en bedoeïenen zien erop toe dat niemand zonder gids de bergen ingaat. Onze gids heet Mohammed en is een bedoeïen van de streek, die bijna dagelijks deze bergtocht onderneemt. Hij is een jonge man van ergens in de twintig, denk ik; een stevige kerel in typisch bedoeïense klederdracht nl. een lange broek met daarover een blauwachtig kleed, een lederen vest tegen wind en kou, een bedoeïenen sjaal-doek in de hals en platte turnpantoffels.

          Als we door het checkpoint gekomen zijn wordt er met onze gids een groepssignaal afgesproken dat als volgt klinkt: “Mohammed ! Nefertete !” Het wordt enkele keren uitgeprobeerd en met een vurige roep beginnen we aan onze nachtelijk klimpartij :”Mohammed ! Nefertete !”

Het wordt een tocht van min of meer 3 uren klimmen over grind, zand, steengruis, keien, steenbrokken, rotstrappen; kom in één woord vulkanisch gebied met zeer grillige wandelpaden. De Horeb is zowat de hoogste berg van het Sinaïgebergte met een hoogte van 2.285 meter. De deelnemers moeten alleszins een hoogteverschil van meer dan 600 meter overwinnen en het stijgingspercentage is zeer wisselvallig, vals plat is er zelden te bewandelen. Onze gids houdt er van in het begin al een gezwind tempo op na. En na een tiental minuten moet ik teken geven dat het tempo een versnelling te hoog ligt voor mij en daar heeft onze bedoeïen oren naar. Hij voegt een korte pauze in, zodat ik toch even op adem kan komen. Maar even verder begint het echte klimwerk met veel draaien en keren en met een serieus stijgingspercentage. Af en toe moet ik een slokje drinken want de woestijnwind doet de lippen, de mond en de keel al vlug droog staan. Overal langs de klimroute staan bedoeïenen met hun kamelen en roepen niet aflatend naar ons, klimmers : “Camel, camel, good camel!”

          Maar op een kameel wil ik de Mozesberg niet bestijgen. Ik wil zoals Mozes eens deed : op eigen vermogen deze voettocht tot een soort Calvarietocht maken. Gelukkig na een halfuur klimmen en nat van het zweet – ik heb mij iets te warm aan gekleed – komt de eerste verlichte rusthut in zicht. Menslief, wat gaat dat nog voor mij worden! Wij zijn nog maar goed over de voet van de berg. Maar opgeven wil ik zeker niet. Jahweh moet me maar naar boven trekken. De beklimming gaat gestaag verder; tientallen andere groepen stappen wij voorbij of halen ons groepje in. Hier en daar wordt de klim wat afgeremd omdat er meer kamelen op pad gekomen zijn en er nog bijkomende hindernissen opduiken: kering of versmalling van het bergpad, hoge trapblokken. Stilaan kan ik het tempo van onze bedoeïen niet meer volgen. Ik laat hem dan maar gaan en tracht op mijn eigen tempo hogerop te komen. Mijn wandelstok geeft me ook wel een goed steuntje zodat ik wat steviger sta en niet struikel. Gelukkig komt er achter mij Gemma, een vrouw uit ons groepje, die al heel wat ervaring heeft in bergbeklimming volgens ze mij vertelt, en geeft me af en toe een ruggesteuntje waar ik het op de trappen wat moeilijker heb. Gemma hoort mij natuurlijk ook zuchten en kreunen en leert mij hoe ik beter mijn ademhaling kan regelen zodat ik meer zuurstof kan opsnuiven: de longen helemaal laten vollopen en dan snel uitademen! En dan maar verder zonder overhaasting. Ge komt er wel ! En het lukt mij weer voldoende zuurstof op te nemen.

          En daar wat verder zien we de tweede rusthut oplichten. We gaan wat rusten. Veel kan ik niet vertellen, terwijl de anderen eten en drinken en lachen. Zij hebben blijkbaar nog veel reserve. Wij vervolgen onze nachtelijke klim, want wij willen behalve in de voetsporen van Mozes lopen, ook de morgenschemering, de opkomende dageraad, het ochtendgloren en de opgaande zon meebeleven op die unieke berghoogte. Dus nog even Mozes achterna, berg opwaarts !

Dit geeft me weer wat nieuwe moed en energie. De halve maansikkel die achter een bergtop te voorschijn komt is zo lief ons ook wat bij te lichten. Zij maakt onze nachtelijke tocht nog wijdingsvoller. De grote en kleine beer houden ons ook gezelschap en wijzen ons weer het noorden aan. Ver weg in noord-westelijke richting moet Vlaanderen nu ook te slapen liggen. Even denk ik aan thuis en mijn dierbaren. En boven onze hoofden fonkelen duizenden sterren en maken van dit gebeuren hier beneden een   weidse sterrenhemel, de grootste parasol die ik ken. Of moet ik toch paraplu zeggen vanwege de sterrenregen, schoner dan het spectaculairste vuurwerk waar-dan-ook!

We komen aan bij de derde verlichte blokhut en nu beslist halfweg onze klim. Even rust... Wat eten en drinken. En niet getreuzeld ! Onze gids roept : “Mohammed”; en als uit één mond “Nefertete !” We zijn weer op pad. Gelukkig is het tempo er bij de koplopers ook wat uit en nu kan ik ze weer volgen. We zijn nu ook bezig aan het steil­ste gedeelte van onze klim. Als we in een brede bocht

achterom kijken zien we nog veel volk naar boven komen met hun lichtjes op het hoofd of in de hand als in een kaarsjesprocessie te Lourdes. Onvoorstelbaar mooi !

Bij het vierde en laatste deel van de beklimming gaan de kamelen niet meer mee. Te moeilijk en te gevaarlijk voor mens en dier. De kamelen krijgen dan ook platte rust ergens aan de kant. Wij zwoe­gen verder om ons persoontje nog wat op te hemelen. Het is evenwel voort­durend goed uitkijken, want er komen trappen en rotsformaties waar we moeten over klauteren. Mijn engelbewaarder volgt me nog altijd en licht me goed bij en waar het moeilijk wordt om het eigen gewicht (80kg) naar boven te hijsen geeft Gemma nog wel een extra ruggensteun. Wat een sterke vrouw !

          Bij een volgende draai zien we een oplichtende streep in de nog donkere lucht; het is het eerste teken van de nieuwe dageraad. Nu nog de laatste honderde meters en dan zien we de top in de verte. Mijn hart klopt wat snel­ler, maar ik klauter rustig verder over de soms schuin han­gende rotstrappen en de ietwat gladde keien. Nog een paar draaitrappen en daar ben ik dan. Ik heb de top van de Horeb gehaald en bedwongen. Het is een ontroerend moment. Gemma wenst me proficiat en ik doe onverwijld hetzelfde want voor haar was het soms dubbel karwei. Ik ben haar dan ook erg dankbaar.

          Het is 4u 40. Onze klimpartij heeft ongeveer 2 uur 40 geduurd, waar 3 uur was vooropgesteld. Het is nog een dik half uur wachten vooraleer de zon boven de horizon zal uit­klimmen. Ik zoek mij een goede uitkijkpost want er komt hoe lan­ger hoe meer volk. Die goede uitkijkpost vind ik op een richel van een betonnen materiaalhut dat mij ook rugdekking biedt, zodat ik min of meer beschutting heb tegen de nogal ruige bergwind die schijnt van alle kanten te blazen. Nu kan ik mijn volle aandacht richten op het lichtschijnsel in het oosten. Een oranje-rode lichtband vormt een prachtige loper van noord naar zuid waarop de zon mag voortschrijden. Stilaan lijkt die banderol op een wordende regenboog, die langzaam in kleursterkte toeneemt. Vol span­ning wacht ik op het eerste rode punt­je van de zonneschijf. Het is al goed te zien waar de zon precies zal doorbreken en aan zijn klim zal beginnen. Intussen wordt het 5u 10. Ik heb al enkele foto's geklikt. Lang kan het nu niet meer duren Om 5u 12 zie ik de bovenrand van de zon als een rood mutsje door de nevel-sluier prie­men. En dan gaat het onverwacht snel: eerst als een rood gezicht en dan de volledig rode zonnebol die binnen de twee minuten boven de berg­kam klimt. Wat een heer­lijk schouw­spel !

De morgenster, die enkele minuten voor zonsopgang nog helder te blinken stond samen met de halve maansikkel is snel ver­bleekt en niet meer te bespeuren. Ook de maan is erg ver­bleekt maar blijft nog enige tijd het licht van de zon weerkaatsen.

          De zon rees uit de duisternis en verlicht nu prachtig de flanken van de Horeb en de omliggende bergwanden. Christus verrees uit zijn graf en werd aldus het Licht van de wereld dat nooit meer kan gedoofd worden. Glorie aan God. Halleluja ! En ik denk daar­bij ook aan alle mensen, waar dan ook op onze wereldbol en wens hen toe wat de en­gelen boven Bethlehem zon­gen: “Vrede op aarde aan alle mensen die van goede wille zijn !”

De afdaling van de Horeb: Op het afgesproken signaal van onze berggids gaat van start ongeveer een half uur na zonsopgang. Het is nu klare dag en bij de afdaling worden geen al te grote moeilijkheden voor­zegd. Iedereen houdt er een eigen tempo op na, en onze gids neemt het voortouw, soms ook om wat af te remmen want nu kan ik met de snelste mee naar beneden. Alleen blijft het goed uitkijken om geen uit­schuivers te maken want er liggen nogal wat losse stenen en keien en gruis.

          We komen allen zonder blutsen of schrammen weer bij het Catharinaklooster; iedereen lijkt opgetogen met deze toch wel unieke ervaring en de schitterende zons­opgang. Padré Renaat komt ons allen hartelijk verwelkomen en wenst ons 'pro­ficiat' met het geleverde exploot. We nemen hier ook afscheid van onze vrien­delijke en goede berg­gids en bedanken hem voor zijn goede leiding. We stap­pen weer op de bus, die ons terugbrengt naar ons hotel. Daar wor­den we eveneens hartelijk verwelkomd door onze medepelgrims, die ons nieuwsgierig uitvragen over ons nachtelijk avontuur.

 

Vervolg dag 4 - Busrit via Nuweiba naar Aquaba en Wadi Ram in Jordanië : 18 april

          Een flinke douche en een goed ontbijt knap­pen mij weer wat op van deze toch wel krach­ten slopende bergbeklimming. Maar ik ben ontzettend blij dat ik dit nog heb kunnen opbrengen! De herder Padré Renaat verzamelt zijn kleine kudde op het plein voor de ingang van het restaurant en geeft ons een inzicht in de roeping van Mozes die wij op onze pelgrimstocht door de Sinaï zullen achterna reizen. Ook de Heer roept ieder van ons voor een welbepaalde opdracht. Aan ons de bereidheid daaraan te beantwoorden. Na dit bezinningshalfuurtje nodigt hij ons uit onze valiezen op de kamers te gaan halen en naar de bus te brengen. Om 9u 45 is dit karweitje ge­klaard en dan stijgen we in voor ons bezoek aan het Sint Catharinaklooster. Van onze gids uit Kaïro krijgen we een overvloeiende uitleg over de ontstaansgeschiedenis van dit kloos­ter en zijn betekenis voor de omgeving en om de figuur van Mozes levendig te houden. Om 11u wordt de smal­le poort van het klooster open gezet en de honderden begerige bezoekers kunnen druppelsgewijs binnenglippen.

          Eenmaal ons groepje binnen de muren raakt verzamelt Padré Renaat ons eerst bij de plaats waar de braamstruik nog te bewonderen staat en Mozes zich van zijn schoeisel ontdeed omdat Jahweh zich deze plaats toe geheiligd had en aan Mozes een voorname opdracht toevertrouwde die heel zijn leven onderste boven zou zetten in dienst van het uitverkoren volk van Israël. We krijgen hier ook een passend kaartje met treffende tekst over deze wondere struik, maar niemand kan of

durft beweren dat deze nog afstamt uit de tijd van Mozes. Hoe dan ook, het is merkwaardig dat deze struik op deze binnenkoer in leven blijft in echt weinig aarde, zo goed als ingemuurd.

          Dan begeven we ons tussen de honderden bezoekers schoorvoetend naar de kloosterkerk. Deze is in Grieks-byzantijnse bouwstijl opgetrokken en dateert uit de 6-de eeuw. Er bevinden zich ontelbare mozaïeken en iconen. Ze staan of han­gen op de iconostase of tegen de wanden maar zijn bedekt met een aanzienlijke stoflaag waardoor ze wat van hun schoonheid inboeten. Toch nog de moeite waard.

Wegens de grote volktoeloop is onze doorlooptijd nogal beperkt en verlaten we al spoedig langs een zijdeur weer de kerk. Omdat we nog een heel lange busrit voor de wielen krijgen wil onze begeleider het hierbij houden en gaat het al vlug terug naar onze opstapplaats.

          Tegen 12uur zitten we in onze bus voor weer een heel lange dagrit naar onze overnachtingsplaats Wadi Ram in Jordanië. We rijden door zanderige en steenachtige woestijnen, grillige rotsformaties in alle kleuren, meestal roze en bruin, soms ook groen en zelfs koolzwart. Dit is ongetwijfeld oud vulkanisch gebied waar we dwars door rijden rich­ting Nuweiba aan de golf van Akaba. Vanaf Nuweiba gaat het in noord-oostelijke richting om via de zuidpunt van Israël door te reizen naar Jor­danië. We moeten dus meerdere grensposten achtereen doorkomen en dat betekent check­points bij het verlaten van Egypte, het binnenkomen van Israël, het verlaten van Israël en het binnenkomen van Jordanië. Voor een tiental kilometers op Israëlitisch grond­gebied wordt er van bus gewisseld. En eens over de Jor­daanse grens krijgen we daar een Jor­daanse bus. Dus aan afwisseling geen gebrek. Maar we laten ons dit over­komen ofschoon we hiermee toch enkele uren verspelen. Wij krijgen als compensatie een lekkere smos en wat verfrissend drinken. Zo komen we dan tegen valavond in Jordanië. De straatverlichting is overal ontstoken en dat maakt het nog even romantisch tot het helemaal donker wordt en we in een gebied rijden waar nog maar weinig verlichting te bespeuren is. Onze chauffeur moet over een nauwkeurige GPS beschikken want ik kan nauwelijk nog een weg onderscheiden. We rijden zeker door de zoveelste woestijn. De volgende morgen wordt ons dit bevestigd. Intussen komen we aan in het Bedoeïenenkamp van Wadi Ram.

          Daar worden we vriendelijk onthaald en wordt ons nog een barbecue-buffet aangeboden. Maar echt veel eten doe ik niet. Daar ben ik te moe voor. Ik ben dan ook opgelucht als onze slaaptenten aangewezen worden. We halen aan de bus onze valiezen en Bernadette en ik trekken naar de ons toegewezen slaapstee. In onze tent staat een bed waar een kleine familie zou kunnen op slapen. Voor ons bed ligt een tapijt, maar links en rechts van het bed trappelen we in het zand. En zo worden we voor een keer bedoeïenen met de Bedoeïenen. We steken enkele kaarsen aan, want electrische verlichting is er niet. Dan trekken we onze voorhang dicht, wisselen onze kleding, blazen de kaarsen weer uit en leggen onze lamme leden eindelijk te rusten. Voor enkele uren verhuizen we naar dromenland. Ik heb ook echt gedroomd, maar spijtig, ik kan hem niet navertellen. Dus verzin er zelf maar één.

 

Dag 5 - Woestijntocht in jeeps en bezoek aan Petra, vestingstad van de Nabateeërs : 19 april

 

          Ik ben al zeer vroeg wakker:om 5u 30 kleed ik mij aan en ga me even in de wasgang verfrissen. Als ik terug naar de tent wil wandelen, zie ik boven de bergkam in het oosten het felle licht van de opkomende dageraad. De zon kan niet lang meer achter die bergkam verstoken blijven. Dit natuurfenomeen wil ik ook vandaag herbeleven, zij het dan in de woestijn. Ik ga op een aangelegde berm staan wachten. Gelukkig had ik mijn fototoestel al op zak. Dus ik hoef niet zo direkt naar de tent en ik wil Bernadette zolang mogelijk laten slapen, want zij heeft haar rust nodig. Ik kan bijna juist inschatten waar de zon het eerst zal te voorschijn komen. De bergkam heeft in 't midden een mooie inkeping, een soort dal, en juist in die zonk komt zijne Majesteit de Zon opdagen. Om 6u12 is het

zover: eerst een rood bisschopsmutsje, dan het rood gezicht van een kardinaal en eindelijk als een bloedrode hostie. Wat een overrompelende zonsopgang. De mooiste wel uit heel mijn leven. En deze mag ik hier in Wadi Ram, in de woestijn beleven, staande op een opgehoogde zandhoop. Heeft dan niemand anders dit wonder zien gebeuren? Ik heb hier ook even met ontroering de herinnering aan ons Reinhilde, ons zonnetje moeten toelaten. Zij wilde in ons gezin altijd een zonnetje zijn. Dank u, lief kind. Ik heb enkele foto's genomen maar tegen zon in is het resultaat maar een bleek gebeuren.

          De werkelijkheid is zoveel mooier. Mijn God, hoe schoon dit morgenvuur voor een warme lentedag aangestoken ! Na een smakelijk ontbijt aan tafels in open lucht halen we ons gepak uit de tenten en bren­gen het naar de bus, want er wacht ons nog een druk dag­programma en we willen er vlug aan beginnen.

Maar in die haast wordt er een medepelgrim over het hoofdgezien. Maar Marie-Alice weet zich te redden met autostop en achterhaalt al snel onze bus. En alle schaapjes zitten weer in de kooi.

Na een kwartiertje rijden komen we bij een soort station, waar af en toe wel een trein moet langs komen want er zijn sporen die er naar­toe leiden. Maar bij dit station staan nog andere gebouwen waar allerlei diensten in zijn ondergebracht. Zo ook de diensten voor een rondrit met jeeps door de woes­tijn. En daar gaan we nu aan beginnen. Ons reisgezelschap wordt verdeeld over 4 jeeps en ook onze Jor­daanse gids Antoine begeleid onze woes­tijnverkenning.

Hier en daar wordt een tijdje halt gehouden om wat mooie plaatjes in te blikken, of om man- of vrouwlief een plaats te geven bij een woestijnstruik of rotsformatie. En dan hotsen wij op de jeepbanken verder naar een volgende stopplaats. Zo komen we bij een rotswand vol oude inscripties. Volgens onze gids dateren deze uit de tijd van de Nabateeërs die de karavaanroutes door de woestijn onder hun controle hadden. Nu zien we van dichtbij dat de woestijn niet enkel zand is – wel is waar zijn het dorre en schrale vlakten en bergformaties, hier over­wegend roze, granietachtige gesteenten - maar er is een zekere plantengroei, strui­ken, lage bo­men, ook een soort houterig gras en ik ben er ook een mierennest op het spoor gekomen. Dus er moet hier toch nog wat vocht onder het zand verscholen zitten. Een moedermier droeg rond met een dik ei. Ik heb ze maar terug bij de ingang van het nest gebracht. Zo weten we nu dat er leven in de woestijn is, want ik vergat  te vermelden dat er vogels rondvlogen aan de voet van de Horeb, in de omgeving van het St Catharinaklooster. Maar in de woes­tijn van Wadi Ram zoek ik die te vergeefs.

Wat mij nog meer verbaast is dat er nederzettingen van mensen in deze woestijn te vinden zijn en het is me een vraag waar zij hun water vandaan halen, want een oase viel er hier nergens te bespeuren. Bij een van onze stopplaatsen hield ook een kleine trekkerskaravaan halt en gaven hun kamelen platte rust. Even verder hebben we een stuk weg gevolgd uit de beroemde film over Laurence of

Arabië, waar de held uit het verhaal ook een gedenkplaat gekregen heeft als vriend van de Arabieren. Tenslotte na anderhalf uur toeren door de woestijn brengen de vier jeeps ons terug naar de bus.

We zijn weer een ervaring rijker en kunnen alleen nog meer bewondering hebben voor de mensen die de kunst verstaan in de woestijn te leven en te overleven. We vervolgen onze weg naar Petra.

 

Bezoek aan Petra, vestingstad van de Nabateeërs

Ze ligt verscholen in het Edomgebergte. We bewonderen er de in de rots uitgekapte graven van allerlei groot­heden en ook van de gewone man van het Nabateese volk. Onze Jordaanse gids Antoine komt hier echt goed op dreef en is zo uitvoerig in zijn commentaar dat de voorziene tijd voor de onze wandeling door deze dodenstad wel eens zo lang wordt. Het is ook onvoorstelbaar als ge dit

niet gezien hebt. Het is een kilometer lange dodengang met graven in rotsen en bergwanden uitgehouwen of in reuze sarcofagen onder gebracht. Voor hun koningen en hoogwaardig­heidsbekleders zijn er mausolea's en tempels opgericht, en het grote pronkstuk is wel de tempel die wij bijna een  kerk zouden gaan noemen, met een voorgevel als van een kathedraal. En dan is er ook nog het grote amfitheater waar de afscheidsvieringen van koningen en andere grootheden gehouden werden.  Het geheel is een bizarre en vreemde wereld voor ons, en toch ook niet. Dat volk getuigde door hun grote eerbied voor hun afgestorvenen dat er leven is na de dood en dat zij het welzijn van hun stamgenoten - door een goede aankomst in het hiernamaals - konden helpen verhaasten. Het is een boeiende maar zeer vermoeiende rondgang door deze dodenstad want de zon brandt op onze koppen en lijven, daarbij heb ik mijn hoofddeksel in de bus vergeten. Goed dat er ook heel wat schaduw is en er af en toe ook een verfrissend windje blaast. Nu blijft er ons nog de lange weg terug, maar hier en daar kan ik het niet nalaten sommigen graven en tempels nog eens uit andere hoek te bewonderen. Petra is niet alleen een stad van en voor doden, maar ook voor de levenden nu!

Onze bus klimt uit de put van Petra en brengt ons naar ons hotel, hoog boven de stad, als ware het een arends­nest. Terwijl we ons naar het avondmaal begeven kunnen we vanuit de zitruimten nog een prachtige zons­ondergang bewonderen. Smakelijk eten en voor later 'slaap lekker!'

 

Dag 6 - Naar Madaba, over de Neboberg naar Amman : 20 april

 

“Goede morgen, lieve schat. Goed geslapen?”Ja, het was een goed hotel daar in Petra. We zijn weer monter en fit. En er komt weer een dag waar pit in zit ! Van Petra rijden we aanvankelijk in noord-oostelijke richting om nadien een grotere autobaan te volgen richting Amman. Het wordt ook vandaag een behoorlijk lange rit door woestijnlandschappen wat heuvelachtig maar tamelijk vlak. Indien hier een goede bevloeiïng kon aangelegd worden zou er best aan landbouw kunnen gedaan worden; nog blijft alles dor en onvruchtbaar. De gemiddelde jaarlijkse neerslag bedraagt amper 8mm. Vergelijk dit bij ons in Vlaanderen. Hebben we dan reden tot klagen ?

Onderweg wordt er gepauseerd om iets te eten of te drinken en om andere plagerijen te verhelpen. Als Madaba wenkt slaan we toch een zijweg in richting Neboberg. We komen daar iets later toe dan gepland en aldus kan de Eucharistieviering hier niet meer doorgaan. Want iedere groep krijgt hier een bepaalde tijd. Padré Renaat houdt dan hier een korte bezinning over het gebeuren dat zich hier aan Mozes voltrok. Hij mocht wel het Beloofde Land schouwen maar er niet binnengaan omdat hij wegens het morrende volk aan Jahweh’s goedheid had getwijfeld. Hij is op deze berg dan ook gestorven. We doorlopen daarna de hele site: een kerk in opbouw en andere bezienswaardig- heden zoals verschillende mooie mozaïekvloeren die vermaard zijn in deze streek.

Het uitzicht op het weidse panorama valt erg tegen wegens de neerdwarrelende zandnevel in de Jordaanvallei. We dalen weer af en komen in Madaba waar we de inwendige mens nog eens wat op peil gaan krikken. Na die weldaad gaan we de beroemde oude mozaïekkaart van het heilig Land bestuderen in een vergaderzaal bij de Grieks-orthodoxe gemeenschap gevestigd hier in Madaba. Onze gids Antoine weet er alles van en geeft deskundige toelichting. Daarna bezoeken we natuurlijk ook de fraaie basiliek met illustere mozaïeken en hoe kan het anders een overvloed aan iconen.

Na ons bezoek aan Madaba stevenen we onverwijld af op de hoofdstad van Jordanië. We gaan er logeren in een buitenwijk van Amman, logeren in de nabijheid van het koninklijk domein dat op elk torentje of kanteel bemand is met een gewapende soldaat. Maar wij zijn 'goe volk' en hebben dan ook niets te vrezen. Bij de Zusters van de Rozenkrans vinden wij een slaapgelegenheid om U tegen te zeggen en de kost is er eveneens op hoog niveau. Maar wat ons bijzonder verheugd : de Zusters hebben hier een prachtige kapel laten bouwen en daar kunnen wij na het avondeten terecht voor een intieme Eucharistieviering voorgegaan door Padré Renaat, die - goed geïnspireerd - de prachtige mozaïek over Maria's bezoek aan Elisabeth toelicht. De mozaïek is echt het pronkstuk van deze gebedsruimte. En menige afdruk werd er dan ook na de viering op beeld vastgelegd. Voor wie het wenste was er nadien nog gelegenheid voor een laatavond babbel of wel te rusten !

 

Dag 7 - Bezoek aan de Romeinse ruïnes van Jerash en doorreis naar Nazareth : 21 april

 

Na ons ontbijt maken we eerst een rondrit door het oude Amman met Citadel en het Romeinse Amphitheater. Dan bezoeken we ook nog de Romeinse ruïne van Jerash die uitgespreid ligt over een hectaren grote site. Het Forum alleen al is 80 meter lang en omheind door een majestueuze zuilengang en dateert uit de 1e eeuw. We krijgen hier ruim de tijd om dit uitgestrekte ruïneveld te doorlopen. : niet alleen het Forum Romanum maar ook het theater, de kerk (wat er van over blijft) van Cosmas en Damianus met prachtige mozaïek, de tempel van Artemis, de Cardo maximus, die met een rechte, 1 km lange as door de hele stad loopt vanaf het Forum tot aan de Noordelijk Poort.

De hoofdweg van de oude Gerasa (nu Jerash) wordt geflankeerd door 260 zuilen langs iedere zijde, die de eens zo majestueuze zuilengangen st